De Hengelose binnenstad ontwikkelt zich steeds meer tot een plek om te verblijven. Kwamen bezoekers jarenlang voornamelijk naar het centrum om boodschappen te doen of te winkelen, uit de jaarlijkse Binnenstadspeiling van Kennispunt Twente blijkt dat de horeca oprukt als motief om naar de binnenstad te komen.
Een terrasje pakken of restaurantbezoek staat inmiddels op gelijke voet met winkelen: beide worden door 57 procent van de bezoekers als doel genoemd. Een jaar eerder lag het horeca-aandeel nog op 51 procent.
Hoewel de warenmarkt in Hengelo nog steeds de belangrijkste trekpleister is, wordt de horeca steeds populairder en wordt die ook goed gewaardeerd. Het hoogst scoort de veiligheid, met gemiddeld een 7,7. Het laagst wordt de variatie in het horeca-aanbod beoordeeld, met een 7,0.
Eén op de vijf bezoekers komt inmiddels minstens wekelijks voor een hapje of drankje naar het centrum. In 2016 lag dat percentage nog op zo’n 16 procent.
De horeca mag dan populairder worden, de waardering voor het winkelaanbod in Hengelo blijft achter. Dat beeld is al jaren hetzelfde. De variatie in winkels krijgt met een 5,4 een onvoldoende. Voor de groep die de binnenstad zelden bezoekt, is de matige kwaliteit van het winkelaanbod (54 procent) dan ook de belangrijkste reden om weg te blijven.
Voor de gemeente en de binnenstadsondernemers is ook de leegstand een belangrijk aandachtspunt. Waar die jarenlang ver boven de twintig procent zat, daalde die in 2024 naar 12,8 procent. Dit kwam mede door het herbestemmen van oude winkelpanden tot woningen.
In 2025 liep de leegstand weer iets op naar 14,8 procent. Dit ligt boven de gemeentelijke doelstelling van maximaal 10 procent. De leegstand is momenteel vooral geconcentreerd in en rondom winkelcentrum De Brink. Daar is in de toekomst dan ook de meeste winst te behalen. Naar verluidt wordt achter de schermen hard gewerkt door een speciaal acquisitieteam van de gemeente en centrumondernemers om het leegstaande winkelcentrum in de toekomst weer gevuld te krijgen.
Als het oude V&D-pand is getransformeerd tot een appartementencomplex, moet het gebied in en rond De Brink verder op de kaart worden gezet als aantrekkelijke toegangspoort naar de binnenstad, maar andersom ook een brugfunctie vormen naar Hart van Zuid, een gebied waarmee de centrumondernemers de komende jaren verder verbinding willen leggen.
Samen met de huidige vastgoedeigenaar van De Brink wordt gekeken of en op welke manier het leegstaande winkelcentrum gevuld kan worden met meerdere winkels. Daarbij zou het de wens zijn om die in één keer te vullen met zoveel mogelijk nieuwe winkels om het meteen goed neer te zetten voor een nieuwe start. Mocht die missie slagen, dan wordt de huidige leegstand in de binnenstad aanzienlijk teruggebracht.
Deelnemers aan de jaarlijkse Binnenstadspeiling geven in het onderzoek aan dat de gemeente op de goede weg is in de binnenstad en moet doorgaan op de ingeslagen weg. Ook worden veel verbetertips gegeven. Zo worden zowel de aanpak van leegstand als het verbeteren van het winkelaanbod aangegeven als belangrijke actiepunten.
Daarnaast wordt om veiligheidsredenen ook het beter scheiden van voetgangers en fietsers in de binnenstad genoemd. Straten in het kernwinkelgebied zijn nu ‘shared space’, waar alle gebruikers de ruimte delen. Met name fatbikes en hun berijders worden regelmatig aangehaald als bron van irritatie en als een fenomeen dat aangepakt moet worden.
Er zijn ook inwoners die aangeven dat ze meer mogelijkheden voor gratis parkeren willen voor een bezoekje aan de binnenstad. Enkelen geven aan dat het centrum beter bereikbaar zou moeten zijn voor mensen met een beperking.
De algemene waardering voor de binnenstad kwam in 2025 uit op een 6,9. Dat is iets lager dan de 7,0 van de twee voorgaande jaren, maar nog altijd hoger dan de 6,2 waarmee inwoners de stad in 2021 en 2022 beoordeelden. De vernieuwing van het marktplein, afgerond in 2023, heeft daar een duidelijke rol in gespeeld.
Het Hengelose college van burgemeester en wethouders trekt uit de nieuwe Binnenstadspeiling de conclusie dat de scores uit 2025 grotendeels op het beoogde niveau zijn. "Het is daarmee een bevestiging dat we de goede weg zijn ingeslagen. Leegstand blijft nog wel een aandachtspunt. Samen met onder andere de SCH blijven we ons hiervoor inzetten."