Lege winkelpanden en etalages zijn vrijwel iedereen een doorn in het oog. Enschede heeft er een heel aantal. Kunstenaarskoepel De Sektor zag mogelijkheden. De gemeente, ondernemers en eigenaren van winkelpanden haakten aan.
Het mes snijdt aan meerdere kanten: winkelstraten worden er aantrekkelijker op, kunstenaars hebben een etalage en werkruimte, als is dat tijdelijk, en dat biedt ook kansen voor het aanstormende talent dat de stad graag wil behouden. Want: waar ga je naartoe, als je net klaar bent met de academie?
Enschede telt ruim twintig broedplaatsen en collectieven van kunstenaars en creatievelingen. Met een schare van enkele duizenden belangstellenden en bezoekers eromheen. Uit de stad en ver daarbuiten. Maar die scene is volop in ontwikkeling: er komen voortdurend nieuwe initiatieven en clubjes bij.
De scene leek een jaar of wat geleden te verzuipen, maar de gemeente zette nieuw cultuurbeleid in en wist de initiatieven uit de underground voor de stad te behouden. Ze hebben allemaal een onderkomen en een plek. Maar daarmee is niet alle ruimtebehoefte gelenigd. Leegstaande winkels bieden twee dingen: tijdelijke werk- en ontmoetingsruimte èn een etalage.
Jacco Borggreve, bestuurslid van kunstenaarskoepel De Sektor, stapte vier maanden geleden met het idee om tijdelijk gebruik te maken van leegstaand vastgoed naar de gemeente en de belangenclubs van winkeliers en pandeigenaren in de binnenstad. Goed plan, dachten zij. Maar er zijn ook haken en ogen. “Het draait om vertrouwen”, zegt Marijn Mengels van de gemeente, die tevens het woord voert voor de stichtingen van de verenigde winkeliers en pandeigenaren.
Ergens in 2022 ontstond in Enschede een platform voor samenwerking en overleg tussen kunstenaarscollectieven en creatieve broedplaatsen in de stad. Vooral uit de alternatieve hoek. De nood was hoog; ruim een dozijn broedplaatsen en een enkel nieuw initiatief was dakloos of dreigde dat op korte termijn te worden en naarstig op zoek naar ruimte. De Sektor was geboren.
De Sektor speelde onder meer een belangrijke rol in het nieuwe cultuurbeleid, dat de gemeente op dat moment aan het ontwikkelen was. Broedplaatsen kregen, anders dan voorheen, een belangrijke plek in dat beleid. Sindsdien is De Sektor de schakel tussen de omvangrijke creatieve scène in de stad en de wereld van beleid en bestuur.
Dat haalt je de koekoek: kunstenaars uit de alternatieve scene en ondernemers komen uit andere werelden. Je weet niet wat je in huis haalt. En voor hoe lang, want: als ze er eenmaal zitten, krijg je ze er misschien nooit meer uit. Andersom: kunstenaars zijn al die tijdelijke oplossingen, met allerlei verplichtingen en knellende afspraken, soms ook zat. Koudwatervrees en misplaatste beelden over en weer of niet, Mengels en Borggreve hebben er wel begrip voor. “Maar dat is vooral een kwestie van elkaar leren kennen en goede afspraken maken.”
Dat gaat op z’n Twents, volgens Mengels. Geen in beton gegoten standaardcontracten, maar pragmatisch beginnen. “We zijn het gewoon gaan doen, dan zien we vanzelf wat we tegenkomen. Vertrouwen moet groeien.” Elke situatie is ook weer anders, zegt Borggreve. “We maken afspraken, over gebruik, tijdelijkheid, toegang, wat er wel en niet kan en mag en kijken dan welke behoefte er is bij de broedplaatsen.” Matchmaking on the go.
De kaders zijn eenvoudig: gebruik van de etalage, waar mogelijk werkruimte of plek voor een evenementje of ontmoeting. Al die initiatieven in de stad hebben een achterban. En, zoals gezegd, er is aanwas van nieuwe kunstenaars met ideeën en plannen. “En we doen het met gesloten beurs”, voegt Borggreve er aan toe. Mengels onderhoudt de contacten met winkeliers en pandeigenaren, Borggreve maakt de vertaalslag naar broedplaatsen en kunstenaars.
De eerste match is gemaakt. Woningcorporatie Domijn stelde een week of wat geleden leegstaande bedrijfsruimte in de Performance Factory ter beschikking. Daar staat nu een groot beeld van kunstenaar Jelle de Graaf: een metershoge blauwe robot aan touwtjes, als een marionet. De Graaf maakte ook Metropolis, de blinkende robot die lange tijd op het Stationsplein stond. De vide is in gebruik als tijdelijke werkruimte voor een handvol jonge kunstenaars.
Lees verder onder de afbeelding.
De achterban van de broedplaatsen die in De Sektor verenigd zijn, bestaat voor een deel uit studenten van AKI, ArtEZ, Saxion en Universiteit Twente. Die broedplaatsen hebben de voelsprieten voor nieuw talent; zij weten wat er speelt, wie nieuwe initiatieven ontplooien en wat die nodig hebben. Soms faciliteren zij zelf, maar de mogelijkheden daarvoor zijn beperkt. Leegstaand vastgoed kan uitkomst bieden.
Voorbeeld van zo’n nieuw initiatief is kunstmagazine COWMAG, dat nu onderdak heeft op die vide, bij BlackBrick, de broedplaats die Borggreve oprichtte. Redactieleden Sietse Henselmans en Marsha van Leersum zijn er blij mee. “Wij staan financieel nog niet op eigen benen, maar hadden wel plek nodig.” De naam van het magazine ontstond als een grap.
“We hebben een coalition of the willing nodig”, zei iemand bij de start. Een wat beladen term, want gelinkt aan oorlog. Henselmans: “We hebben de puntje ertussenuit gehaald en het werd ‘cow’, gewoon ‘koe’.” De link met Twente is snel gelegd. Henselmans komt uit de Noordoostpolder, Van Leersum uit het westen van het land. Beiden willen hier niet meer weg. “Vanwege de mogelijkheden en de sfeer”, zegt de laatste. Er gebeurt hier veel en dat gebeurt vooral samen, waar elders veel concurrentie bestaat.
Lees verder onder de afbeelding.
Die behoefte aan een plek om te starten, geldt voor veel net-afgestuurden. Het alternatief om ideeën verder uit te werken is een café. “Maar dat is geen werkruimte”, zegt Van Leersum. “Daar zet je geen printer neer en leg je geen grote vellen papier op de vloer.”
Het idee lijkt aan te slaan, volgens Mengels en Borggreve. De laatste: “Veel pandeigenaren hebben belangstelling”, zegt Boggreve. En als er één schaap over de dam is…