De Raad van State buigt zich over de klacht die vuurwerkrampdirecteur Rudi Bakker indiende tegen Universiteit Twente. Lagere rechtbanken oordeelden dat de rechter daarin geen uitspraak kan doen. Tijdens de zitting bij de hoogste bestuursrechter van afgelopen dinsdag leek ook deze met de zaak verlegen.
"Rechters doen geen uitspraak over de vraag of een onderzoek wetenschappelijk verantwoord is gedaan", zegt Raymond Bakker, de zoon van de oud-vuurwerkhandelaar die bij de zitting was. Maar dat is wel de kern van de klacht die Bakker bij de UT indiende. Rechters gaan wel over de vraag of een klachtenprocedure ordentelijk is verlopen. "En daar deed Rudi een beroep op." Hier loopt dat door elkaar.
Bakker overleed eerder dit jaar. Zijn zoons zetten deze procedure voort.
Bakker wees in zijn klacht op een heel aantal zaken die in zijn ogen ten onrechte niet zijn meegenomen in een onderzoek naar zowel de vuurwerkramp in Enschede (2000) als die in Culemborg, negen jaar eerder. Het rapport (Leren van twee vuurwerkrampen) dat eind 2023 verscheen, bevat fouten en is onvolledig, vond hij.
De oud-directeur van SE-Fireworks, het vuurwerkbedrijf dat op 13 mei 2000 ontplofte, plaatste ook vraagtekens bij de onafhankelijkheid en het wetenschappelijke gehalte van het onderzoek.
Zo hebben de onderzoekers niet met Bakker zelf gesproken, terwijl zijn bedrijf centraal stond in dat onderzoek. Informatie die hij aandroeg, is evenmin meegenomen. Dat gaat bijvoorbeeld over documenten die aantonen dat het Ministerie van VWS in 1994 al op de hoogte was van de gevaren van massa-opslag van licht vuurwerk, maar dat onder de pet hield.
Eén van de belangrijkste conclusies van het onderzoek dat hij wraakte, was dat licht vuurwerk in opslag veel gevaarlijker is dan altijd verondersteld.
De afweging om al dan niet met Bakker te spreken of informatie wel of niet mee te nemen in onderzoek, is een wetenschappelijke. Het is niet aan rechtbanken om daar een oordeel over te vellen. Klachtafhandeling valt onder het bestuursrecht. "WIj vinden dat de rechter daar dus een uitspraak over moet doen", zegt Bakker-junior.
Er gelden regels voor de manier waarop overheden en aanverwante instanties klachten moeten afdoen. Die zijn vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval heeft de universiteit de klacht van Bakker niet-ontvankelijk verklaard en niet in behandeling genomen. Dat gaat over de procedure, die geregeld is in de Awb.
Dat gebeurde na advies van de commissie die over de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek gaat (de Commissie Wetenschappelijke Integriteit - CWI).
Bakker en de onderzoekers zouden, volgens de CWI, een ‘professioneel verschil van opvattingen hebben’. Geen reden om te twijfelen aan de wetenschappelijke integriteit van zo’n onderzoek. Integendeel, vond de commissie: verschillen van opvatting zijn inherent aan wetenschap en wetenschappelijk onderzoek.
Bakker was het niet eens met die redenering. Zoon Bakker: "Het ging hem om onjuistheden in het betreffende onderzoek en rapport, niet om een verschil van opvatting." Zo vermeldt het rapport dat hij op de rampdag de brandweer tot tweemaal toe verkeerd zou hebben geïnformeerd. Bakker bestreed dat en vond het onjuist dat de onderzoekers dat zonder wederhoor optekenden.
Het is nu aan de Raad van State om chocola te maken van de bestuursrechtelijke en wetenschappelijk-inhoudelijke kanten van Bakker’s klacht. Oftewel: van zowel het feit dat de UT die niet-ontvankelijk verklaarde als de gronden waarop de universiteit dat deed.
Over zes weken doet de Raad uitspraak.