Raymond Bakker, de zoon van de in februari overleden oud-eigenaar van het bedrijf waar de Enschedese vuurwerkramp plaatsvond, heeft aangifte gedaan tegen bewindslieden en ambtenaren van Verkeer en Waterstaat en het Openbaar Ministerie. Vader Rudi deed dat ook al, maar de rechtbank zette na diens overlijden in februari van dit jaar een streep door die procedure.
Deze nieuwe aangifte van Bakker jr. is een statement. Uit de aangifte: ‘Met het overlijden van mijn vader zijn de gepleegde misdrijven echter niet uitgewist’. Beide zoons van Bakker - Raymond en Dennis - lieten na diens overlijden weten de strijd van hun vader voort te zetten. Bakker jr. doet aangifte van onder meer ambtelijke afpersing, misbruik van gezag, het dwarsbomen van de rechtsgang, verduistering en valsheid in geschrifte.
De aangifte van Bakker sr. werd aanvankelijk geseponeerd, waarna hij een klachtenprocedure startte. Die liep nog toen hij overleed. Maar omdat er bij zo’n zogeheten ‘artikel 12-procedure’ sprake moet zijn van een rechtstreeks zelfstandig belang, werd die een week na Bakkers’ overlijden niet-ontvankelijk verklaard.
‘Louter op formele gronden’, schrijft Bakker jr. in zijn aangifte. En ’zonder de materiële feiten te toetsen’. Maar ook hij claimt zo’n rechtstreeks zelfstandig belang te hebben. Niet alleen als nabestaande en rechtsopvolger, ook persoonlijk.
Aanleiding voor Bakker sr. om aangifte te doen tegen VWS en het OM waren documenten van zes jaar voor en twee jaar na de vuurwerkramp in Enschede. De aangifte van Bakker jr. draait om diezelfde documenten.
Dat gaat om een brief van onderzoeksbureau TNO aan het ministerie van VWS uit 1994 over vuurwerkclassificaties. Bij een controle van containers uit de Rotterdamse haven rezen er ‘ernstige twijfels’ over de classificatie van het vuurwerk dat daar in zat. Dat leek veel zwaarder dan de etiketten vermeldden. Daarmee waren de risico’s van vervoer en opslag groter dan gedacht.
Lees verder onder de afbeelding.
Daar kwam nog een probleem bij, zo blijkt uit de brief: Nederland kan en mag geclassificeerd vuurwerk niet tegenhouden. Het moet toestemming geven voor vervoer (en dus opslag). De inspecteur dringt in die brief dan ook aan op overleg met China, waar het vuurwerk vandaan komt. De gecontroleerde containers waren bestemd voor SE Fireworks, het Enschedese bedrijf dat in 2000 de lucht in zou vliegen.
TNO was extra alert op die classificaties sinds een vuurwerkbedrijf in Culemborg explodeerde. Dat gebeurde in 1991, iets meer dan drie jaar daar voor.
Het ministerie deed niets met die informatie. Na de ramp in Enschede wordt die brief in de la gehouden. Hij duikt wel op als er informatie wordt verzameld voor de Commissie onderzoek vuurwerkramp (Oosting), maar die commissie krijgt ‘m niet. Een bewuste beslissing. Hij wordt ook buiten andere informatieverzoeken gehouden.
Lees verder onder de afbeelding.
Dat blijkt uit interne documenten uit 2002, wanneer de landsadvocaat bezig is met de civiele procedure van inwoners van Enschede tegen de staat en het ministerie uitzoekt waarom deze TNO-brief na de ramp het daglicht niet meer zag. De landsadvocaat krijgt ‘m uiteindelijk wel, de rechter niet. Ook de rechters in de strafzaak tegen Rudi Bakker, die loopt van februari 2001 tot mei 2003, krijgen de brief nooit te zien.
‘Men wilde bovendien de minister beschermen’ staat er te lezen in correspondentie over die brief tussen ambtenaren die zich afvragen wat ze er mee moeten. Dat motief om de brief binnenskamers te houden komt meermaals in die interne stukken terug.
Als Bakker jr. in december 2020 inzage in die documenten krijgt, na een officieel informatieverzoek, krijgt hij een geheimhoudingsverklaring voorgelegd. Inclusief een vrijwaring voor aansprakelijkheid van de staat, als gevolg van die inzage. Bakker weigert. De documenten komen een paar jaar later pas boven water, na een nieuw informatieverzoek.
Lees verder onder de afbeelding.
In zijn aangifte verwijt Bakker jr. de betrokken ambtenaren en ministeries hem onder druk te hebben gezet en ontlastende informatie te hebben verzwegen. De beslissing om de brief van TNO uit 1994 niet voor te leggen aan onderzoekers en de rechter, heeft de uitkomsten van onderzoeken en rechtszaken beïnvloed, zo redeneert hij.
De aansprakelijkheid van de staat is wat hem betreft daarmee onderbelicht gebleven, de verantwoordelijkheid van Bakker sr. werd groter voorgesteld dan ‘ie was. Het ministerie wist dat licht vuurwerk gevaarlijker was dan werd gedacht, maar deed niets.
De brief die dat aantoont, werd na de ramp in Enschede in de la gehouden. ‘Om politieke en financiële aansprakelijkheid van de staat te voorkomen’, schrijft Bakker jr. in zijn aangifte.