Eerst een explosie en later de vondst van een drugs. Maar een tweede, langdurige, sluiting van een voormalige zonnestudio aan Hengelosestraat in Enschede was niet nodig, oordeelt de rechtbank in Zwolle. In ieder geval is het besluit vorig jaar op basis van een te summiere onderbouwing genomen. Burgemeester Roelof Bleker, die verantwoordelijk is voor pandsluitingen, moet daarom een nieuw besluit nemen. En het is maar de vraag of er nu wel geldige argumentatie komt. Met alle gevolgen van dien. De eigenaar van het pand vocht de sluiting namelijk aan, omdat hij een half jaar aan potentiële huurinkomsten heeft gemist.
Dat het niet goed zat bij het pand op de hoek van de Hengelosestraat en de Wagelerstraat, blijkt wel als in de nacht van 20 op 21 juni 2024 een explosief afgaat bij de voordeur. De huurder runt er op dat moment een zonnestudio, maar zou criminele banden hebben. Na het incident laat de burgemeester het pand op grond van de veiligheid en openbare orde voor drie maanden verzegelen.
De eigenaar van het pand, Veldboom Vastgoed, zet direct stappen om het huurcontract met de zonnestudio te ontbinden en vordert een ontruiming. Die kan logischerwijs pas ná de heropening in oktober plaatshebben, maar dat wordt vanwege een politiestaking pas begin december. Nog voordat de ontruiming wordt voltrokken komen er meldingen binnen van een henneplucht rondom het pand. Medio november 2024 volgt er een doorzoeking, waarbij henneptoppen, hasj en 6.000 euro aan contant geld worden aangetroffen.
Het is inmiddels bijna zes maanden later als de Enschedese burgemeester in april 2025 besluit om de voormalige zonnestudio op basis van dit voorval opnieuw te sluiten. En omdat het een tweede overtreding is, moet de toegang tot het pand nu een half jaar verzegeld blijven. De onderbouwing is kort en simpel: het zogeheten Enschedese Damoclesbeleid schrijft voor dat een woning of bedrijfspand na vermoeden van drugshandel wordt gesloten.
De sluiting van het pand gaat direct in werking. Dus als eigenaar Veldboom de bezwarenprocedure bij de gemeente Enschede doorloopt - en uiteindelijk in september nul op het rekest krijgt - is de gedwongen sluiting al bijna voorbij. Omdat er in deze periode potentiële huurinkomsten zijn misgelopen, stapt Veldboom naar de rechtbank. En die komt deze week, zo'n twee jaar na de incidenten, met het oordeel dat de gemeente zich er te makkelijk vanaf heeft gemaakt.
Het verzegelen van een woning of een bedrijfsruimte is een zware ingreep die is bedoeld om direct gevaar of overlast vanuit dat pand te stoppen. Een simpele verwijzing naar de lokale werkwijze (drugsvondst = sluiting) vindt de rechter niet genoeg. In dit specifieke geval had de burgemeester moeten meewegen dat de huurder het pand al had verlaten en dat het niet aan de eigenaar lag dat de ontruiming pas in december plaatshad. Er is niet aangetoond waarom het ruim vijf maanden na dato van belang was om het pand alsnog voor een tweede keer te sluiten.
Het besluit om de woning voor zes maanden te sluiten is door de rechtbank vernietigd. Volgens de procedure betekent dit, dat burgemeester Bleker opnieuw een beslissing moet nemen op het eerdere bezwaar van Veldboom Vastgoed tegen de sluiting. En ditmaal zal dat op basis van nieuwe argumenten moeten. Indien dat om welke reden dan ook niet lukt, zou dat betekenen dat de voormalige zonnestudio op onterechte gronden is verzegeld.
In dat geval is het aannemelijk dat de eigenaar naast de proceskosten à 3.700 euro, ook daarvoor gecompenseerd wil worden. De bedrijfsruimte aan de Hengelosestraat staat op dit moment te huur voor 25.000 euro per jaar.
Het is niet de eerste keer dat de Enschedese burgemeester nat gaat bij de rechter vanwege de sluiting van een pand. Enkele weken geleden is nog een woningsluiting vanwege de vondst van een kilo cocaïne opgeschort, omdat de rechter vindt dat er onvoldoende rekening is gehouden met de kwetsbare positie van de verstandelijk beperkte bewoner.
In 2025 werd het besluit voor een woningsluiting vernietigd, omdat er behalve de vondst van drie hasjblokken weinig steunbewijs (zoals overlastmeldingen) was. Een jaar daarvoor werd een woningsluiting en daarmee feitelijk de uithuisplaatsing van een moeder en twee kinderen teruggedraaid na inmenging van de rechter. In deze zaak draaide het om de aanwezigheid van harddrugs, die aan de ex-partner van de vrouw zouden toebehoren.