De Woonplaats ging zijn boekje te buiten door huurders in de Enschedese wijk Pathmos onder druk te zetten via een verhuisregeling. De corporatie kwam met die regeling voor huurders die door een overstroming waren getroffen, maar stelde de harde eis dat zij zouden afzien van verdere aansprakelijkheidsstelling. En dat mag niet, zegt de rechter. Voor de toekomst van de drie overgebleven huurders maakt dat in grote lijnen niet uit; zij moeten de woning in Pathmos én hun tijdelijke onderkomen op korte termijn verlaten. De Woonplaats moet wel helpen met het vinden van een nieuwe huurwoning.
Daarmee komt er in ieder geval voorlopig een einde aan een lange juridische procedure. De gebeurtenissen in Pathmos hadden al op 21 juli 2024 plaats, toen na een extreme regenbui straten en huizen onderliepen met (riool)water. Na onderzoek van de GGD werden tientallen gezinnen uit huis geplaatst en ondergebracht in tijdelijke 'wisselwoningen'. De meeste van hen zijn al gauw definitief verhuisd, na het ondertekenen van een verhuisregeling. De Woonplaats vindt het risico op herhaling te groot en omdat maatregelen in de waterhuishouding lang op zich laten wachten, is er de komende jaren geen oplossing. Inmiddels zijn er plannen om een deel van de getroffen woningen te slopen.
In het voorjaar van 2025 kregen de gedupeerden een brief van De Woonplaats onder de neus gedrukt. Korte samenvatting: de oude woning aan Pathmos moet op korte termijn leeg en de wisselwoning mag nog een jaar worden bewoond tegen de 'oude' huur. Er is een verhuiskostenvergoeding van 7.673 euro beschikbaar en tot de huur van de wisselwoning afloopt, mag er met voorrang gereageerd worden op een andere huurwoning. Addertje onder het gras: als de huurders betrokken zijn of raken in een juridische procedure met De Woonplaats, vervalt de hele regeling.
Drie huurders gaan niet akkoord met de regeling. Ze willen het liefst terug in hun oude woning in Pathmos. En ze vinden dat De Woonplaats aansprakelijk is. Niet zozeer de overstroming en een hernieuwde kans daarop is volgens hen het probleem, maar de jarenlange vocht- en schimmelproblematiek in hun huis. En ze willen dat die problemen worden opgelost en dat de corporatie daarvoor verantwoordelijk wordt gehouden. Als de termijn voor het tekenen is verstreken, ontbindt De Woonplaats zowel het huurcontract van de drie gezinnen in Pathmos, als de gebruikersovereenkomst voor de wisselwoning. Dat zou betekenen dat zij 31 oktober 2025 op straat komen te staan, maar er volgen juridische stappen.
De zaak lag onlangs voor bij de bestuursrechter in Almelo. Daarin is door onderzoekers van Arcadis aangegeven dat maatregelen tegen vocht en schimmel de specifieke gebeurtenissen van 21 juli 2024 niet hadden voorkomen. Met andere woorden: het rioolwater alleen heeft al zoveel schade toegebracht, dat de genomen maatregelen noodzakelijk waren. Daarnaast zeggen de onderzoekers dat zolang de problemen in de waterhuishouding niet zijn opgelost, het risico op herhaling bij een volgende bui van gelijke of zelfs iets kleinere omvang groot is.
Lees verder onder de afbeelding.
Op basis hiervan vindt De Woonplaats het te risicovol om te herstellen. Er zouden offertes zijn opgevraagd waarin de kosten voor herstellen en verduurzamen per woning variëren tussen de 121.000 euro en 162.000 euro. Daarom is er volgens de corporatie voor gekozen om op korte termijn geen maatregelen te nemen - in afwachting van aanpassingen in de waterhuishouding door de gemeente - en de huurders definitief elders onder te brengen. Onlangs is bekend geworden dat een deel van de huizen wordt hersteld, maar dat de 32 zwaarst getroffen woningen aan de Willem de Clerqstraat, Ververstraat en Bombazijnstraat (grotendeels) tegen de vlakte gaan. Hieronder vallen ook de woningen van de huurders in deze rechtszaak.
De rechtbank oordeelt dat De Woonplaats op basis van het onderzoek van Arcadis juist heeft gehandeld en niet verplicht is om de woningen in Pathmos te herstellen, 'omdat dit uitgaven vraagt die in het licht van alle omstandigheden niet van haar kunnen worden gevergd'. En omdat volgens de kantonrechter het structureel laten voortbestaan van vocht- en schimmelproblematiek niet is vastgesteld, spreekt hij zich daar niet over uit.
Tot zover is dat de 'winst' van de woningcorporatie. In de andere eisen van De Woonplaats gaat de rechter niet mee. De drie huurders hebben na het ontbinden van hun oude huurcontract de maandelijkse huur (tussen 600 en 700 euro) doorbetaald. Maar De Woonplaats heeft de huurpenningen steevast teruggestort. De corporatie wil namelijk vanaf november 2025 de ruim 1.000 euro per maand aan huurderving van de wisselwoning hebben. Bovendien zouden de huurders binnen twee weken na de rechterlijke uitspraak beide adressen moeten ontruimen.
De rechter is over de werkwijze van De Woonplaats rondom de verhuisregeling niet te spreken. Er is misbruik gemaakt van die regeling, omdat huurders De Woonplaats na het verplicht ondertekenen niet meer voor schade mochten aanspreken. Wie akkoord ging met de regeling, kreeg een jaar de tijd om een vervangende woning te zoeken en wie niet akkoord ging zou zonder verhuiskostenvergoeding en zonder voorrang op een andere woning uit huis worden gezet.
En dat is onjuist. Iedereen - ook diegenen die De Woonplaats aansprakelijk stellen voor schade, moeten van de verhuisregeling gebruik kunnen maken. Dat dient nu dus alsnog te gebeuren. De drie huurders mogen nog drie maanden in hun wisselwoning verblijven en dienen naast de verhuiskostenvergoeding ook een voorrangsregeling op een passende andere sociale huurwoning te krijgen.
Ze hoeven met terugwerkende kracht alleen de huur voor het adres in Pathmos te betalen. En de huizen, tuinen en schuren op het oude adres moeten wél binnen twee weken ontruimd zijn. Met uitzondering van een vijver op een van de adressen. Die eigenaren krijgen drie maanden te tijd om een nieuwe plek voor de vissen te vinden. Ze hoeven de tuin echter niet in oude staat te herstellen, aangezien er toch tot sloop wordt overgegaan.