Nederland telt over ruim een jaar tachtig streekomroepen, in plaats van de ruim 220 lokale omroepen die het land nu rijk is. Twente geldt dan als een van tachtig streken. In elk van die streken krijgt één publieke omroep de opdracht om de journalistieke nieuwsvoorziening te verzorgen. De wet die dat regelt, werd gisteren aangenomen door de Eerste Kamer.
De nieuwe Mediawet gaat in op 1 januari 2028. Eerder stemde de Tweede Kamer al in met de stelselwijziging van de publieke omroep. In de Eerste Kamer stemden dinsdagmiddag alleen FvD, de PVV en de fracties Beukerink (oud-FvD) en Van Gasteren (oud-BBB) tegen (9 van de 75 stemmen).
Gedachte achter die streekvorming voor de plaatselijke nieuwsvoorziening is dat lokale journalistiek een kwaliteitsimpuls nodig heeft. Zowel inhoudelijk als in financieel en organisatorisch opzicht. De lokale democratie moet het in het huidige model (Mediawet 2008) vaak stellen zonder publieke waakhond.
Eén van de doelen van het publieke bestel is dat alle inwoners toegang hebben tot goede journalistiek over de onderwerpen die hen aangaan. Inclusief de lokale onderwerpen. Zonder betaalmuur. Dat doel wordt op lokaal niveau onvoldoende gehaald. Dat heeft alles te maken met de financiering van lokale omroepen; die is veel te laag.
Simpel gesteld: in een stad als Enschede kun je daar twee journalisten van betalen. Als je zuinig doet. Maar niet de laptop, de werkruimte, een camera of enige andere vorm van gereedschap waarmee zij hun werk moeten doen.
De Haagse politiek, die over het publiek bestel gaat, zag geen kans voldoende geld vrij te maken om 220 lokale omroepen in staat te stellen een kwaliteitsslag te maken. In de nieuwe wet zijn daarom tachtig streken aangewezen waar iedere vijf jaar één omroeplicentie wordt uitgegeven.
Die streekomroepen krijgen van het Rijk ongeveer evenveel geld als nu lokaal het geval is, maar kunnen dat efficiënter besteden, is de gedachte. Eén ingerichte tv-tudio en één centrale organisatie in plaats van meerdere, bijvoorbeeld. Daarnaast stelt het Rijk richtbedragen vast voor gemeentelijke bijdragen als aanvulling, maar dat is niet verplicht. Nu loopt de financiering van lokale omroepen via het gemeentefonds.
Streekomroepen worden daarmee onafhankelijker en krijgen (iets) meer financiële slagkracht, afhankelijk van gemeentelijke bijdragen. Maar ze moeten ook aan veel strengere journalistieke en organisatorische eisen voldoen.
Inmiddels heeft een tiental lokale omroepen het keurmerk ‘streekomroep’ gekregen. Aanvankelijk was er kritiek; het keurmerk zou de lat veel te hoog leggen. De koepelorganisatie die hem in het leven riep, hield voet bij stuk. “Anders kom je nooit tot goede lokale publieke journalistiek”, zei toenmalig voorzitter Marc Visch. 1Twente kreeg dat stempel twee jaar geleden.
Het staat daarmee nog niet vast dat de omroep - met redacties in Almelo, Enschede, Haaksbergen (in ontwikkeling), Hengelo en Oldenzaal - de streekomroep voor Twente wordt. Elke omroeporganisatie kan meedingen naar een licentie. Het Commissariaat voor de Media beslist uiteindelijk welke partij de licentie krijgt.