Er is lang over gesteggeld: moet Twente, als het om lokale publieke journalistiek gaat nu als één streek worden gezien, of moeten er meer streken en daarmee omroepen komen? Donderdagmiddag joeg de Tweede Kamer die kogel door de kerk: er komt één streek met één lokale omroep.
Het publieke omroepbestel telt drie lagen: landelijk, provinciaal en lokaal. Met omroepen voor iedere laag. Die moeten er voor zorgen dat iedere inwoner beschikt over de informatie en het nieuws dat nodig is om zich een mening te vormen en deel te nemen aan een democratische samenleving. Maar juist in de laag waar die het dichtst bij komt - de lokale samenleving - staat de journalistiek onder druk.
Dat komt onder meer door het grote aantal lokale omroepen: meer dan tweehonderd. Kwaliteit kost geld, maar een dergelijk aantal is niet serieus te financieren. Met de aangenomen nieuwe mediawet zet de Kamer nu een eerste stap om dat probleem te tackelen. Er komen tachtig streken, met elk één omroep. En die krijgen een groter budget van het rijk. Met ingang van 1 januari 2028.
Het heeft ruim tien jaar geduurd voordat de eerste echte gesprekken over betere financiering van lokale omroepen leidt tot nieuwe wetgeving. Dat heeft meerdere oorzaken.
Streekvorming leidt tot opheffing van tal van kleine omroepjes, die vaak al decennialang actief zijn en een eigen kleur en identiteit hebben ontwikkeld. De meeste gerund door vrijwilligers, ook al omdat het geld voor een professionele lokale nieuwsvoorziening simpelweg ontbrak. De weerstand tegen de aangekondigde schaalvergroting - en eventuele fusies - was en is groot.
In West-Twente ontstond de roep om de regio in elk geval in twee streken te verdelen. Twente is te groot voor één omroep, zo was het argument. Lokaliteit sneeuwt onder. Op de achtergrond speelt ook dat 1Twente al jaren bezig is met een professionaliseringsslag, erkend streekomroep is en de vleugels in de regio uitspreidt.
Vrees is dat die omroep straks alle kleintjes heeft opgeslokt. En dat ‘Enschede’ de nieuwsvoorziening in Twente gaat bepalen.
Die vrees is ongegrond, zeggen hoofdredacteur Niels Veurink en 1Twente-baas Flip van Willigen. “Enschede gaat niks bepalen. Ons beleid is juist gericht op dat lokale, met mensen en organisaties die al lokaal bezig zijn. En we werken met autonome redacties.” De omroep heeft wel één hoofdredactie en een centraal redactiestatuut. “Dat gaat over het bewaken van journalistieke kwaliteit en ethiek, niet over wat er lokaal aan nieuws wordt gebracht. Dat is echt aan de afzonderlijke redacties.”
De omroep heeft inmiddels redacties in Enschede, Hengelo, Almelo en Noordoost Twente en een licentie voor radio en televisie in Wierden en Haaksbergen. Bijna alle Twentse gemeentes vallen straks onder één en hetzelfde omroepgebied. Alleen Twenterand sluit aan bij een andere streek: het Vechtdal.
Van Willigen is sinds jaar en dag voorvechter voor verbetering van de positie van lokale omroepen en voorstander van de nieuwe omroepwet, en volgde dan ook met belangstelling de stemming in de Kamer donderdagmiddag. Dat het wetsvoorstel werd aangenomen vindt hij een ‘belangrijke stap in de goede richting’. De Eerste Kamer moet er overigens ook nog mee instemmen. “Maar daar zie ik geen mogelijke belemmeringen meer.”
Ander heikel punt, meer technisch van aard, was de financiering voor het geheel. Want ook tachtig omroepen kosten een bak geld. En wil je dat professioneel doen en echt lokaal houden, dan is ook het geld dat het rijk vanaf 2028 beschikbaar stelt niet voldoende. Voor een beeld: lokale omroepen kennen geen cao. Ook in de nieuwe wet is dat nog niet geregeld.
Dat heeft consequenties voor de mogelijkheden die ook streekomroepen hebben om talenten te behouden, professionele krachten aan te trekken en een gedegen journalistieke infrastructuur in te richten (denk aan studio’s en camera’s, maar ook zaken als onderzoek en ruimte voor het maken van aansprekende documentaires en programma’s). Die blijven beperkt, zeker in vergelijking met de landelijke en provinciale omroepen.
Wil de wet gaan doen wat ‘ie op lokale schaal beoogt, dan blijft het voor streekomroepen nodig om aanvullende financieringsmogelijkheden aan te kunnen boren. Maar dat leidt al snel tot problemen met regels voor aanbesteding en staatssteun, onder meer als het gaat om aanvullende bijdragen vanuit de gemeenten die zij bedienen.
De Tweede Kamer nam dinsdagmiddag al een wijzigingsvoorstel aan om ervoor te zorgen dat gemeenteraden ook onder de nieuwe wet ‘hun’ streekomroep aanvullend kunnen financieren.