Door Europese regels mogen gemeenten geen vergunningen meer voor onbepaalde tijd verstrekken aan ondernemers met een marktkraam. Met deze regels hoopt de Europese Unie de marktwerking te stimuleren. De marktlieden in Almelo volgen deze ontwikkelingen op de voet. Want er zijn ondernemers in andere gemeenten die hierdoor hun vaste standplaats al zijn kwijtgeraakt en daarmee hun zaak.
Voor menig Almeloër is het vaste prik; even een visje halen bij de visboer op de markt, een bloemetje kopen bij de bloemenkraam, een loempia bij de loempiakraam of vers fruit inslaan bij de groenteboer. Marktkramen bepalen twee keer in de week het Almelose straatbeeld.
Sommige ondernemers staan al jaren op dezelfde standplaats. Deze familiebedrijven hebben door de jaren heen een vast klantenbestand opgebouwd. Toch ligt er gevaar op de loer voor de bedrijfsvoering van deze ondernemers.
Om een standplaats in de stad te krijgen, hebben ondernemers een vergunning nodig. En juist daar wringt de schoen. Waar standplaatshouders in het verleden voor onbepaalde tijd op hun vaste plek mochten staan, vindt de Europese Unie dat deze plekken ook beschikbaar moeten zijn voor andere ondernemers.
Volgens de Europese Dienstenrichtlijn worden standplaatsvergunningen beschouwd als zogeheten 'schaarse' vergunningen. Dit betekent dat de vraag groter is dan het aanbod. De Europese Unie wil meer concurrentie op de markt stimuleren. Volgens de Europese regelgeving mogen gemeenten daarom alleen nog vergunningen voor bepaalde tijd verlenen.
In veel gevallen kiezen gemeenten voor een looptijd van vijf tot tien jaar. Volgens de Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel (CVAH) is dit te kort. Uit onderzoek van de vereniging, met de titel: 'Schaarse vergunningen op de markt, een onderzoek naar de gevolgen', blijkt dat marktondernemers gemiddeld vijftien jaar nodig hebben om hun investeringen terug te verdienen.
Ook de marktkooplieden in Almelo zijn op de hoogte van de nieuwe regelgeving. In Almelo denken ze voorlopig veilig te zijn. "Onze markt is ondergebracht in een stichting en vanuit die stichting krijgen wij een vergunning voor de hele markt", vertelt Marco ten Tije van Marco Kleinvakartikelen V.O.F., ook marktmeester.
Ook Harald Veldhuizen van Vishandel Zwaan, die met zijn kraam op de donderdagmarkt in Almelo staat, kan dit beamen. "In Almelo lopen we nu nog niet tegen dit probleem aan, maar in andere gemeenten waar de gemeente zelf de markt beheert, komen vaste standplaatsen in gevaar." De marktkoopman schetst het voorbeeld van een collega-visboer die in Hoogeveen zijn producten verkoopt en per 1 januari drie van zijn vier standplaatsen kwijtraakt.
Onlangs is in Almelo een nieuwe regel toegevoegd aan de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) over de looptijd van vergunningen voor coffeeshophouders. Voor standplaatshouders is dat nog niet het geval. Of daar in de toekomst verandering in komt, zal de tijd leren.