Die vraag blijft de politieke gemoederen bezighouden. Maandagavond lag ‘ie opnieuw op tafel bij de ‘commissie sociaal’ van de Enschedese gemeenteraad. Raadsleden stelden vragen, wethouder Harmjan Vedder gaf antwoord.
Vooraf: Enschede is een van de 25 gemeenten in het land die geen formeel besluit meer neemt als een kind door een externe partij wordt doorverwezen voor hulp. Daarmee voorkomt de gemeente administratieve rompslomp en zou die hulp veel sneller geregeld zijn. Probleem is alleen dat ouders geen mogelijkheid hebben om in bezwaar te gaan, als ze het niet eens zijn met de soort of hoeveelheid hulp. Dat kan alleen als er een formele beslissing over die hulp is genomen.
Het gaat hier over jeugdhulp die bij wet geregeld is. Daarin staat wanneer er recht is op hulp, hoeveel en wat voor hulp dat moet zijn en hoe een gemeente dat moet bepalen. En daar knelt het. Want die wet regelt ook dat ouders mogelijkheden hebben om de beslissingen over de hulp die zij krijgen aan te vechten. Maar dan moet dat wel duidelijk op papier staan.
In de gevallen waar het in dit artikel over gaat, levert Enschede wel die wettelijke hulp, maar zonder de mogelijkheid om dat aan te vechten. Nog één ding: de gemeenteraad ging eind 2023 akkoord met deze koers.
Die gemeenteraad heeft inmiddels vragen. Vooral omdat er van alle kanten kritiek op deze werkwijze is. De Minister wil het niet, de Nationale ombudsman is tegen, en dat geldt ook voor de Enschedese bezwaarschriftencommissie en de bewonersraad die het college over dit soort zaken adviseert (de Bewonersadviesraad, kortweg: BAS). De rechtspositie van ouders wordt er door aangetast.
Het werd maandag en ook in andere debatten niet genoemd, maar dat geldt ook voor de rechtsgelijkheid van ouders. Zeg: het uitgangspunt van gelijke monniken, gelijke kappen. Hier krijgt de ene groep ouders wel een formele beslissing waartegen zij zich kunnen verweren, een andere groep, in eenzelfde situatie, niet. Het hangt er maar vanaf via welk kanaal de vraag om hulp komt: een huisarts, een school, de wijkteams, ouders zelf - het maakt uit.
De gemeente liet in dit verband eerder al weten rechtszekerheid heel belangrijk te vinden. Wat dat precies betekent en hoe dat vorm krijgt, werd maandagavond niet duidelijk.
Vedder erkende maandagavond dat het zogenaamde ‘beschikkingsarm’ werken ‘lastig’ en ‘best spannend’ is. “Maar ik sta er nog steeds achter”, zei hij in antwoord op vragen van gemeenteraadsleden. “Als u het anders wilt, moeten we daar opnieuw een debat over voeren.” Hij gaf wel een winstwaarschuwing: als het anders moet, gaat dat wel ‘enorme consequenties hebben’.
Lees verder onder de afbeelding.
De wethouder doelde op de toetsing van dat recht op jeugdhulp. Voordat er formeel hulp wordt verstrekt, wordt eerst gekeken hoeveel, hoe vaak en wat voor soort hulp er nodig is. Dat levert een ‘indicatie’ op, zoals dat heet, en wordt vastgelegd in een besluit. “Dan moeten we indicatiefabriekjes optuigen”, zei Vedder maandagavond dan ook.
Bureaucratische rompslomp’ kost tijd en gaat ten koste van snelle hulp en de gemeentekas. Daar heeft niemand iets aan, zo is de redenering. Dat meer administratie snelle hulp in de weg zou staan, wordt betwist. Je kunt hulp alvast starten in afwachting van een formele beslissing. Soms is dat zelfs verplicht.
Dat terugdraaien van de huidige werkwijze pijn doet in de gemeentekas, is duidelijk. Zestig procent van de jeugdhulptrajecten wordt aangevraagd via een huisarts of school. Daar komt geen formele beslissing meer aan te pas. Op dit moment ontvangen ruim 4.500 kinderen en jongeren tot 23 jaar hulp. Als de gemeente in alle gevallen zo’n indicatie moet gaan vaststellen, levert dat een hoop extra werk op.
Dat is een dilemma, zij het vooral in financieel opzicht. En de vraag om hulp neemt alleen maar toe. Tel daarbij een groeiend tekort aan hulpverleners op en je begrijpt dat overheden naar manieren zoeken om de zorg makkelijker en vooral goedkoper te maken.
Vedder stelde maandag ook dat de huidige manier van werken tot weinig problemen lijkt te leiden. Zo komen er nauwelijks bezwaarschriften binnen tegen beslissingen over jeugdzorg (vorig jaar drie, veertien in de afgelopen drie jaar). Als je naar alle bezwaarschriften kijkt, dan leidt het merendeel daarvan tot een nieuwe beslissing.
Dat betekent wel dat een flink deel van die beslissingen in eerste instantie ‘dus niet goed is’, erkende de wethouder. Maar ook dat Enschede ‘het eigen gelijk niet opzoekt’ en een fout zonder morren rechtzet. Daarbij: Enschede neemt elk jaar zo’n 40.000 beslissingen, rekende Vedder de raadsleden voor. Die leiden tot enkele honderden bezwaarschriften per jaar. “Dat is marginaal.”
Een recente enquête onder driehonderd ouders leerde dat zeventig tot tachtig procent tevreden is over de geleverde hulp.
Hier schuilen toch een paar addertjes onder het gras.
Verreweg de meeste beslissingen die overheden nemen, zijn standaardbeslissingen. Exacte cijfers zijn moeilijk te vinden, maar rekenmeesters gaan uit van tachtig tot negentig procent. Die neem je - bij wijze van spreken - met één druk op de knop. Daar is een bureaucratie ook op gebouwd. Dat die goed gaan, is geen wonder. Het zegt alleen weinig over beslissingen waarbij moeilijke afwegingen gemaakt moeten worden. Zoals - vaak - bij jeugdzorg. Gaat het daar fout, dan heeft dat gevolgen voor inwoners in een kwetsbare positie.
Veel van die inwoners gaan niet in bezwaar. De beslissing die zij hebben gekregen, wordt niet getoetst. Uit de cijfers mag je concluderen dat in veel gevallen die toetsing zou leiden tot een andere beslissing. Als het om jeugdzorg gaat, is er een flinke groep die niet een bezwaar kàn gaan omdat zij geen formele beslissing krijgen. En als zeventig tot tachtig procent van de ouders tevreden is, is twintig tot dertig procent dat niet of minder.
Onlangs stelde advocaat Jan Melief, die inwoners bijstaat bij bezwaar- en rechtszaken, dat de gemeente helemaal niet zo soepel is als het gaat om dat eigen gelijk. Hij ziet weinig verandering ten opzichte van de jaren waarin Enschede een heel streng bijstandsbeleid voerde. Hij loopt in zijn praktijk tegen dezelfde muren op als toen.
Het landelijke beeld van de jeugdzorg is allesbehalve gunstig. Dat blijkt, behalve uit verhalen in de media, ook uit onderzoeken en inspectierapporten.
Dat Vedder op basis van wat hij uit onderzoeken en cijfers weet de indruk heeft dat het best goed gaat met de jeugdzorg in Enschede, is niet zo vreemd. Dat raadsleden daar vraagtekens bij plaatsen, is evenmin gek. Die cijfers geven evenveel aanleiding voor zorg als voor geruststelling.
Daar komt bij dat Enschede buiten de wettelijke lijntjes kleurt in een poging om de zorg betaalbaar en toegankelijk te houden. De stad anticipeert op een nieuwe Wet reikwijdte jeugdzorg. Die moet het makkelijker maken om ondersteuning te bieden aan kinderen en jongeren zonder dat daar een indicatie voor nodig is.
Maar of en hoe dat precies geregeld wordt, is nog niet duidelijk. De wet moet nog naar de Tweede (en de Eerste) Kamer.
Vedder sloot af met een appèl: “Gun het de tijd. Help ons in de uitvoering en bij deze transitie. Maar u bent de baas.”