Na een succesvolle pilot in twee groepen, werken straks alle tien klassen van Onderwijscentrum Het Roessingh volgens het principe 'Zorg in Onderwijstijd'. Dat betekent dat voor deze leerlingen, die vaak te maken hebben met een ernstige meervoudige beperking, (jeugd)zorg en onderwijs hand in hand gaan. Professionals die op school aanwezig zijn, kijken gedurende de schooldag welke leerling op dat moment hulp nodig heeft. Dit betekent een collectieve voorziening in plaats van een individueel aanbod. Maar ook zorg zonder beschikking, dat is in strijd met de Algemene wet bestuursrecht.
'Kinderen met een ernstige meervoudige beperking hebben tijdens hun schooldag vaak extra ondersteuning nodig', aldus de gemeente Enschede. Bij het bewegen, communiceren, eten of medische zorg. 'Die ondersteuning is nodig om onderwijs te kunnen volgen en mee te doen in de klas.' Op dit moment wordt die zorg uitgevoerd in individuele trajecten, die voor een deel via de jeugdzorg en voor een deel via de Wet langdurige zorg (Wlz) lopen.
Op het speciaal onderwijs van Het Roessingh is de afgelopen jaren in twee groepen een pilot gedraaid waarbij die individuele trajecten plaatsmaken voor een meer collectieve aanpak. 'Heeft een leerling tijdens een les extra ondersteuning nodig? Dan kan die direct worden geboden. Zo hoeft een kind minder te wachten en kan het vaker blijven deelnemen aan de les en activiteiten in de klas.' Door de pilot uit te breiden naar alle tien klassen, krijgen alle leerlingen te maken met dezelfde aanpak.
Dat er minder lang hoeft te worden gewacht, zo is de gedachte, komt doordat er geen individuele beschikkingen worden afgegeven. In zo'n beschikking wordt per leerling vastgelegd wat er qua zorg wel of niet verwacht kan worden. Het biedt behalve formele vastlegging ook rechtsbescherming indien ouders het ergens niet mee eens zijn. Ook op andere terreinen in de jeugdzorg werkt de gemeente Enschede 'beschikkingsvrij'. Dat is tegen de wet en leidde al tot opmerkingen van onder meer de lokale commissie bezwaarschriften.
Het college zegt met de pilot Zorg in Onderwijstijd juist vooruit te lopen op de nieuwe Wet reikwijdte in de jeugdzorg. Die wet, die nog wel bij de Tweede Kamer ingediend moet worden, regelt de toegang tot jeugdzorg. Die gaat, als het aan het Rijk ligt, straks volgens het motto: licht als het kan, zwaar als het moet. Het Enschedese college stelt dat deze wet het gebruik van collectieve voorzieningen in de jeugdzorg ook beter regelt. Dan kan de pilot ook in vast beleid worden omgezet. Bovendien wijst het college erop dat ouders op aanvraag wél een beschikking kunnen krijgen.
De werkmethode van Zorg in Onderwijstijd is nog niet zo simpel. Juist doordat een deel van de leerlingen zorg via de Wlz krijgt, was deelname van zorgkantoor Menzis een harde voorwaarde. Maar die deelname is nu toegezegd. Om de pilot vlekkeloos te laten verlopen is ook deelname van andere gemeenten gewenst. De leerlingen van Onderwijscentrum Het Roessingh komen namelijk niet alleen uit Enschede. Als andere gemeenten niet willen meedoen, zal voor de leerlingen uit deze gemeenten nog steeds op basis van individuele beschikkingen worden gewerkt.
Schooljaar 2026-2027 is het laatste jaar van de pilot. Wethouder Harmjan Vedder is blij met de uitbreiding naar alle klassen bij Het Roessingh. "Voor leerlingen met een ernstige meervoudige beperking is het belangrijk dat zorg en onderwijs goed geregeld zijn", zegt hij. "Als ondersteuning beschikbaar is op het moment dat die nodig is, kunnen kinderen zo goed mogelijk meedoen in de klas. Precies daar gaat het om."
Maar het gaat ook om geld. De gedachte achter de collectieve werkwijze van Zorg in Onderwijstijd, is dat er wordt gewerkt tegen een vooraf bepaalde eenmalige vergoeding, ook wel een lumpsum genoemd. In dit geval krijgt de Twentse Zorgcentra (uitgaande van maximaal 45 plekken) een bedrag van bijna 1,1 miljoen euro. Deze vergoeding is gebaseerd op gemiddeld 7 uur hulp per leerling per week. Uit een steekproef zou blijken dat de huidige - individuele - inzet gemiddeld 8 uur per week is.
'De combinatie van een efficiëntere organisatie van de ondersteuning en het streven naar meer zelfstandigheid leidt daarmee tot een lagere gemiddelde ureninzet', stelt het college van B&W. Het financiële risico is dat de daadwerkelijke zorgbehoefte straks groter is dan voorzien, maar dit risico wordt volgens het college beperkt 'door de zorginzet en de ontwikkeling van het aantal leerlingen gedurende de pilot te volgen'.