Hoe streng is Enschede als het om sociaal beleid gaat? Na jaren van een strikte uitleg van de wettelijke tegels voor bijstand en Wmo, zette de stad een socialere koers in. De menselijke maat werd de maatstaf. Sociaal-advocaat Jan Melief ziet effecten, maar ook helemaal niet: “Als het om de mentaliteit gaat, is er eigenlijk niets veranderd.”
De Enschedese commissie bezwaarschriften stelde onlangs vast dat veel bezwaren voorkomen kunnen worden als de gemeente in eerste aanleg haar huiswerk beter doet. En ruim de helft van alle bezwaren tegen een gemeentelijke beslissing kwam niet eens bij die commissie omdat ze voor die tijd werden ingetrokken. In 35 procent van de gevallen omdat de gemeente een ander besluit nam.
Melief stelt dat er aan tachtig procent van de zaken die hij op zijn bureau krijgt iets rammelt. De meeste worden in de bezwaarfase aangepast. Zetten de gemeentelijke juristen het besluit door, dan wordt die in de helft van de gevallen bij de rechter alsnog herzien.
Dat betekent een aantal dingen, stelt Melief. “Veel bezwaarschriften en procedures zijn onnodig. Als je meteen een goed besluit neemt, hoeft dat allemaal niet.” Daarnaast helpt hij alleen de mensen die bij hem aankloppen. “De vraag is hoeveel mensen niet naar mij of een collega stappen, ook al vinden ze het besluit over hun uitkering of Wmo-voorziening niet goed. Ga er maar vanuit dat zij daar in veel gevallen ook gelijk in hebben.”
Dat zegt Melief met reden. Naar aantallen kun je alleen gissen, maar als 35 procent van de beslissingen over bijstand of Wmo de toets der kritiek in bezwaar niet kan doorstaan, zegt dat iets over de kwaliteit van die besluiten in het algemeen. Maar tegen de meeste besluiten wordt geen bezwaar gemaakt. Volgens de sociaal-advocaat speelt dat vooral bij de Wmo; dat is de wet die thuishulp en voorzieningen als een traplift of scootmobiel regelt.
“Bijstand gaat om het naakte bestaan, om je inkomen. Gaat daar iets mis, dan trekken mensen wel aan de bel. Of hulpverleners. Dat gebeurt veel minder bij de Wmo. Als mensen vijf in plaats van tien uur hulp in de huishouding krijgen, denken ze meestal: ‘Het zal wel’ en leggen zich erbij neer. Ik heb het meerdere keren meegemaakt: dan trok ik de koelkast open en zag het groen vanbinnen. Er werd gewoon niet meer goed schoongemaakt.”
Melief is kritisch op de juridische afwegingen die de gemeente maakt. Die zijn te vaak van een bedenkelijk niveau, wat hem betreft. Het is wat anekdotisch, maar hij illustreert dat met een paar praktijkvoorbeelden. “In drie gevallen had ik afgesproken dat de gemeente een beslissing zou schrijven die deugde en dat we dan de zaak zouden seponeren. Maar dat kregen ze niet voor elkaar. Toen heb ik maar aangeboden om dat voor ze te doen. Ja, dat is een brevet van onvermogen.”
In een ander geval stond hij twee dames bij die ‘behoorlijk bij de pinken’ waren. “Die hadden zich verdiept in de regelgeving en de juridische afdeling verteld wat er in hun ogen aan het besluit dat zij hadden gekregen mankeerde. Dat konden ze daar slecht hebben; het werd een prestigekwestie. Maar die dames hadden alle gelijk van de wereld, dat bleek ook bij de rechter.”
Wat Melief het meest stoort, is dat gemeentejuristen nog altijd met wantrouwen naar burgers kijken. “Daarin is niets veranderd. Is een bezwaar ongegrond verklaard en zitten ze eenmaal op dat spoor, dan halen ze alles uit de kast om door te zetten. Zonder enig gevoel voor empathie.” Er zijn juristen die dat wel hebben, stelt Melief. “Maar die worden teruggefloten. Scherpslijpers maken de dienst uit.”
De sociaal-advocaat stelt minder zaken te krijgen dan voorheen, ook omdat hij aan het afbouwen is. “Maar bij de zaken die ik krijg, wordt het heel hard gespeeld.”
Jan Melief noemt een aantal recente voorbeelden waaruit blijkt dat er weinig is veranderd in de manier waarop Enschede omgaat met het recht. Eén daarvan gaat over een vrouw die tien jaar geleden kanker kreeg.
Haar huwelijk liep al niet zo lekker en man en vrouw gingen uit elkaar. Zij kreeg een bijstandsuitkering. De man voelde zich nog wel verantwoordelijk, ook voor de kinderen. Hij kwam er nog vaak om te helpen. Handhavers van de gemeente gingen posten, zagen meerdere keren zijn auto staan. Met de man ernaast, trekkend aan een sigaret. Zoonlief, die bij moeder woonde, maakte regelmatig gebruik van dat voertuig. Daarbij was het waterverbruik in de woning van de man zelf laag.
Conclusie: die man woont daar. Uitleg mocht niet baten. De bijstandsuitkering van mevrouw werd ingetrokken. Zij zat negen maanden zonder inkomen, moest 12.000 euro terugbetalen en kreeg een boete van 6.000 euro. Onwettig, stelt Melief. Bij bijstand geldt een beslagvrije voet van 95 procent.
Een nieuwe aanvraag werd afgewezen. De redenering: mevrouw kon geen inkomensgegevens verstrekken (dat had ze ook niet) en niet aantonen dat zij bijstand nodig had. In geen enkel gesprek werd mevrouw gevraagd hoe het met haar ging, vertelt Melief. En de man rookt helemaal niet.
En dat is niet terecht, vindt hij. Melief bestrijdt al jaren het beeld dat inwoners frauderen. “Bijna nooit. Maar zo wordt wel gehandeld. De houding van handhavers en ambtelijke juristen is: ‘Als er fraude is gepleegd, gaan we naar de rechter.’” Hij denkt even na. “Vier, vijf keer heb ik meegemaakt dat mensen bewust de boel wilden flessen.” De sociaal-advocaat put uit twintig jaar praktijkervaring. “Onderzoeken wijzen het ook keer op keer uit: het aantal echte fraudeurs is heel erg klein.” Met fraudeurs heeft de sociaal-advocaat ook geen medelijden. “Die moet je aanpakken, natuurlijk.”
Dat Melief niet vaker dan in de helft van de zalen die hij doet gelijk krijgt bij de rechter, komt vooral omdat de Participatiewet zo streng is, zegt hij. “Die gaat helemaal niet over participatie, het is een en al repressie. Dat biedt gemeenten alle ruimte om ‘m maximaal streng uit te leggen. En ook rechters.” Open normen in die wet, die ruimte bieden voor een andere afweging, worden volgens Melief te weinig gebruikt. In besluiten die de gemeente neemt, maar ook in de rechtspraak.
“Denk aan de verplichting om alle informatie door te geven waarvan je redelijkerwijs kunt weten dat die van invloed is op je uitkering. Wat is ‘redelijkerwijs’? Dat kun je heel strikt uitleggen, maar dat hoeft niet.”
Melief wijst op het onderzoek van de Commissie Menselijke Maat, die in oktober 2021 vaststelde dat Enschede lang veel te streng was geweest. Onder meer omdat er te weinig gebruik werd gemaakt van dat soort open normen om inwoners in bescherming te nemen tegen de effecten van een toch al strenge wet. “Ze gingen er vanuit dat burgers te kwader trouw zijn. ‘Hoe kunnen we die man zijn uitkering afpakken’, leek het. Dat is bij een aantal ambtenaren niet veranderd.”
Eén van de problemen die Melief signaleert is dat de secretaris van de commissie bezwaarschriften ook als jurist op de afdeling juridische zaken van de gemeente werkt. “Dat is een onafhankelijke commissie. Maar die secretaris informeert die commissie, zit bij de hoorzittingen en schrijft ook het advies. In de wetenschap dat zijn afdeling het bezwaar ongegrond vindt. Dat deugt niet.”
Melief maakt zich zorgen over de rechtsstaat. “Die is er om mensen te beschermen tegen een al te machtige overheid. Maar dan moet je burgers als mensen zien.” Daaraan ontbreekt, in zijn optiek. Ook in Enschede. Nog altijd.
Melief is een van de paar sociaal-advocaten die de stad nog telt. Hij is allang pensioengerechtigd, maar hangt de viool nog niet helemaal aan de wilgen. “Ik wil de zaken die ik nog onder handen heb afwikkelen. Ik kan die mensen toch niet laten zitten?” Nieuwe zaken neemt hij niet meer aan, of het moet om een kwestie gaan die snel opgelost kan worden.
Sociaal-advocaat Narde Teke-Bozkurt, die begin 2020 de praktijk overnam van Petra Gerritsen, werd vlak voor het zomerreces als wethouder geïnstalleerd. Haar kantoor doet geen zaken meer tegen de gemeente Enschede. Als Melief er definitief een punt achter zet, ergens tegen het einde van dit jaar, is Linda de Widt de enige advocaat in de stad die mensen met een smalle beurs nog bijstaat in bezwaarprocedures en rechtszaken over sociale zekerheid.
Het nieuwe Enschedese college, met Teke-Bozkurt, heeft wel beloofd dat er sociaal raadslieden gaan komen om inwoners die het niet eens zijn met beslissingen van de gemeente bij te staan. Dat zijn geen advocaten, maar wel juristen die inwoners in problemen de weg kunnen wijzen in het woud van regels en rechtsmogelijkheden.
Wie in bezwaar gaat of naar de rechter stapt omdat hij het niet eens is met een beslissing over een uitkering van de gemeente, doet er goed aan om een advocaat in de arm te nemen. De regels van sociale wetten zoals bijstand (de Participatiewet), toeslagen en hulp in de huishouden (of andere Wmo-voorzieningen) zijn ingewikkeld. Daar moet je kaas van gegeten hebben.
Elke Nederlander heeft recht op een advocaat, of: rechtsbijstand. Ook wie dat zelf niet kan betalen. Vaak zijn dat ook de mensen die toegang tot het recht het hardst nodig hebben. Sociaal-advocaten doen een beroep op een potje van rijk, waaruit zij de onkosten die zij maken voor hun werk kunnen declareren. Voor een deel, dan; meestal zijn zij veel meer tijd kwijt aan een zaak dan zij bij het rijk kunnen verhalen. Er is flink bezuinigd op dat potje.
Vooral daarom zijn er steeds minder advocaten die deze vorm van rechtsbijstand nog verlenen. Het kan simpelweg niet uit. Dat is een landelijk probleem, maar ook Enschede merkt dat.