Johannes Bernardus Scholte. Enschedeër. En luchtvaartpionier. Hij volbracht de eerste intercontinentale chartervlucht ter wereld en werd bij terugkomst gehuldigd in zijn thuisstad. Groots. De huldiging van FC Twente na het kampioenschap in 2010 verbleekt erbij. Het stadsbestuur eerde hem met een novum: de Enschede-penning.
Amsterdam-Batavia. Of: Jakarta, in de hedendaagse topografie. Nu een melding op een enorm bord in de vertrekhal van Schiphol. Met vluchtnummer. Destijds een hachelijk avontuur. De Eerste Wereldoorlog, met voor het eerst dubbeldekkertjes van hout en canvas als oorlogstuig, was net voorbij. De KLM net acht jaar oud (opgericht in 1919). Vliegen stond in de kinderschoenen. Intercontinentaal vliegen was science fiction in de ogen van de meesten.
Het is niet de eerste vlucht van Amsterdam naar Batavia; een minimale bemanning van twee piloten en een boordwerktuigkundige legde die route tweeëneenhalf jaar eerder al af. Zij deden er bijna twee maanden over. Nu moet het een retourvlucht worden, heen en weer in de helft van die tijd. Als voorbereiding op een natte droom van Albert Plesman, directeur van de N.V. Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniën (KLM): een vaste lijnvlucht tussen Nederland en Nederlands-Indië. Dat is de toekomst.
Een droom die aansluit bij die van van de enige passagier die meegaat: Mr. Van Lear Black. Amerikaan, uit Baltimore, van Nederlandse afkomst, avonturier en miljonair. Van Lear Black wil de wereld rond en heeft er de centen voor. Hij is het die de eenmotorige Fokker F.VIIa heeft gecharterd. Inclusief bemanning. Een eerder verzoek bij het Britse Imperial Airways was geweigerd; hij moest het maar eens proberen bij de KLM.
Lees verder onder de afbeelding.
Scholte is co-piloot. Naast hem staat gezagvoerder Gerrit Johannes Geysendorffer, de eerste Nederlander met een brevet voor verkeersvlieger. Boordwerktuigkundige K.A.O. Weber completeert de ploeg. Eenmaal in de lucht is het min of meer vliegen op de tast. De kaarten aan boord zijn ontworpen voor gebruik op land. Of op zee. Niet voor navigatie op vier kilometer hoogte. Bovendien zijn ze lang niet altijd up-to-date. Het is koersen op het kompas en uitkijken naar herkenningspunten.
De actieradius van de Fokker is zo’n duizend kilometer, Batavia ligt ruim elf keer die afstand oostwaarts. In vogelvlucht. Als het moet kan het toestel zo’n 200 kilometer per uur, maar de kruissnelheid ligt op 178.
Vijftien dagen heeft de vlucht geduurd. Dat valt alles mee, zeker gelet op de motorstoringen onderweg, de zware moessons en de noodlanding in zandstormen boven Mesopotamië. Dit deel van de reis is volbracht. De ontvangst in Batavia is meer dan uitbundig. Nu nog terug. Maar eerst een paar dagen rust. De retourvlucht staat gepland op 6 juli.
Het is volbracht. Heen en weer van de hoofdstad naar Nederlands-Indië in 32 dagen, iets meer dan een maand. De rustdagen niet meegerekend. Dit was een pioniersvlucht, nog lang geen lijndienst, maar ze hebben laten zien dat het kan. Die lijndienst zal pas starten in september 1929 en tot de Tweede Wereldoorlog de langste lijndienst ter wereld blijven, maar dat weet Scholte bij de landing in Amsterdam nog niet.
Het onthaal is groots. De huldiging heeft duizenden mensen op de been gebracht. Scholte, Geysendorffer en Weber krijgen lintjes opgespeld. Net als Van Lear Black, trouwens. Ridders in de Orde van Oranje Nassau zijn ze.
Het onthaal in Enschede, waar Scholte vier dagen later wordt gehuldigd, is zo mogelijk nog grootser. Heel de stad is uitgelopen. Geen padvinderij, sportclub, muziekkorps of winkeliersvereniging ontbreekt. Clubs, korpsen en verenigingen keurig in het gelid, met vlagvertoon, de rechterarm gestrekt omhoog. Langs de route vanaf de feestelijkheden in het Van Heekpark (naast de burgemeester in een automobiel), door de binnenstad (in een koets), naar de huldiging in het stadhuis drommen mensen samen om ‘hun’ luchtvaartduivel te bejubelen.
Lees verder onder de afbeelding.
Op een met bloemen volgehangen auto in de stoet is een model van de Fokker gemonteerd waarmee Scholte de retourvlucht naar Batavia volbracht. Een jaar na die grootse huldiging reikt het stadsbestuur de eerste Enschede-penning uit de geschiedenis aan hem uit. Een traditie is geboren.
Mr. Van Lear Black is dood. Verdronken, ergens voor de Atlantische kust tussen New York en Baltimore. Van zijn jacht gevallen. Scholte en Geysendorffer hebben hem in de voorbije tijd heel Europa door gevlogen. En verder, onder meer van Londen naar Caïro. Ruim een jaar geleden, begin 1929, kocht de miljonair een eigen Fokker en nam de piloten die hem naar Batavia heen en weer brachten in dienst. KLM-baas Plesman was er allesbehalve blij mee, maar avontuur en centen lonkten.
Lees verder onder de afbeelding.
Van Lear Black heeft als passagier meer ‘airmiles’ verzameld dan wie ook in zijn tijd. Scholte en Geysendorffer zijn even werkloos, maar treden al snel weer in dienst bij de KLM. Plesman is de kwaadste niet. En ervaren vliegeniers zijn dun gezaaid.
Gerrit Johannes Geysendorffer is dood. Neergestort op een KLM-vlucht van Stockholm naar Amsterdam, direct na de start van de Deense luchthaven Kastrup. Geen van de 22 inzittenden heeft het overleefd. Onder hen kroonprins Gustaaf Adolf van Zweden en de Amerikaanse actrice en operaster Grace Moore.
Scholte’s collega was in maart 2021 een van de eerste twee vliegeniers in dienst van de KLM. Hij heeft, tot zijn laatste vlucht, meer dan 24.000 vlieguren gemaakt.
Johannes Bernardus Scholte is dood. Over de toedracht van zijn overlijden is weinig bekend. Hij is 69 geworden. Niet bijster oud, maar zijn einde is minder dramatisch dan dat van zijn medereizigers en -avonturiers Van Lear Black en Geysendorffer. Of, in elk geval: hij kwam niet om het leven als vlieger of avonturier, ergens ver van huis. Scholte stierf in de stad waar hij werd geboren en die hem 41 jaar geleden huldigde en een erepenning uitreikte: Enschede.
Het is een, in ons perspectief, raar gezicht: tientallen Enschedeërs die in 1927, bij de huldiging van luchtvaartpionier Scholte, de rechterarm strekken en heffen. Vandaag de dag ronduit fascistisch, destijds een stuk onschuldiger. Waarom Enschedeërs die zogeheten ‘Romeinse groet’ destijds brachten, is niet helemaal duidelijk. Misschien omdat Scholte een stadsgenoot was die een heldendaad had verricht. Die Romeinse groet was vooral in nationalistische kringen in zwang en Enschede was trots op haar stadsgenoot.
De oorsprong van die Romeinse groet ligt bij toneelspelers in de nadagen van de 17e eeuw. Die hebben ‘m bedacht; de oude Romeinen zouden elkaar op die wijze hebben begroet, was de verzonnen lezing. Je komt ‘m ook tegen in Asterix, de stripserie van Uderzo en Goscinny: Romeinse soldaten die de hakken tegen elkaar slaan, hun arm heffen en plechtig ‘Avé!’ roepen. Gegroet. Maar er is nul historisch bewijs dat legionairs - of welke Romeinen dan ook - elkaar op die manier begroetten.
In aanloop naar de Tweede Wereldoorlog is de Romeinse groet besmet geraakt. Mussolini en Hitler hebben gemoedelijk gebruik ervan de nek omgedraaid.