Een stoet van honderden mensen loopt deze maandagavond het Volkspark in Enschede binnen. Vooraan lopen jongeren met een vlag, daarachter onder anderen Tweede Kamerlid Don Ceder. Zo'n vijfhonderd mensen komen bij elkaar om stil te staan bij de Aramese genocide van 1915, waarbij een groot deel van de Aramese bevolking werd vermoord. "We zijn nu echt bezig om naar buiten te treden en aandacht te vragen voor de genocide."
In het huidige Turkije zijn in 1915 meer dan 1,5 miljoen christenen vermoord. Dat is meer dan zeventig procent van de Aramese bevolking. Onder hen waren 500.000 Suryoye, een christelijke bevolkingsgroep uit Turkije, Syrië, Irak en Libanon.
Onder de aanwezigen is ook Johan Kurt van Comité 1915. "We willen herdenken, maar we willen ook erkenning en verzoening. Dus we zijn ook op zoek naar mensen die met ons samen willen herdenken", zegt hij. Daarom kiest het comité er bewust voor om de herdenking buiten te houden.
Met de jaarlijkse herdenking wil Comité 1915 de slachtoffers eren, hun verhalen levend houden en aandacht vragen voor een tragedie die volgens de organisatie nog altijd te weinig bekendheid heeft. "We hebben jarenlang nooit kunnen herdenken, omdat dat niet kon op de plek waar we vandaan kwamen. Er was veel angst. Maar nu zijn we echt bezig om naar buiten te treden en aandacht te vragen voor de genocide", vertelt Kurt.
Naast de herdenking willen Aramese inwoners ook een herdenkingsplek. Al jaren proberen ze een herdenkingsmonument in de openbare ruimte te krijgen voor de slachtoffers van de genocide. Tot nu toe is dat niet gelukt, omdat er geen toestemming is verkregen voor een plek in bijvoorbeeld het Volkspark.
Sinds afgelopen zondag staat er wel een monument bij de Sint Kuryakos-kerk in Enschede. De kerk hoort bij de Syrisch-orthodoxe Suryoye-gemeenschap. Daarmee heeft die gemeenschap een eigen plek gekregen om de genocide te herdenken.
Daar is Kurt trots op: "We steunen dat enorm. Het is voor ons een stukje erkenning, waarbij wij ook samen kunnen komen en leed kunnen delen met elkaar."
Toch is het monument, dat op kerkgrond staat, volgens Kurt niet genoeg. "Je kunt op je eigen grond zoveel monumenten plaatsen als je wilt. Wij willen juist een monument in de publieke ruimte, zodat het voor iedereen is. Als dat mag, komt er ook erkenning die breed wordt gedragen. Zolang dat niet gebeurt, blijft het iets binnen de gemeenschap."