Honderden leden van de Syrisch-orthodoxe gemeenschap hebben zondag bij de Sint Kuryakoskerk in Enschede de onthulling van het zogeheten ‘Sayfo-monument’ bijgewoond. Daarmee hebben zij na jaren van discussie voor het eerst een plek voor de herdenking van gebeurtenissen rond 1915, waarbij honderdduizenden voorouders werden omgebracht. Later op de dag werd eenzelfde gedenkteken onthuld bij het klooster in Glane, voor de hele gemeenschap in Twente.
Tijdens de ceremonie bij het nieuwe monument achter de kerk werden toespraken gehouden, gedichten voorgedragen en koorzang uitgevoerd, allemaal in het Aramees. Naast honderden leden van de gemeenschap waren ook gemeenteraadsleden aanwezig.
De onthulling werd verricht door aartsbisschop Mor Polycarpus Augin Aydin. “De teksten die daarna werden voorgedragen waren emotionele verhalen over hoe onze mensen zijn vermoord en hun bezittingen zijn kwijtgeraakt”, zegt kerkvoorzitter Thomas Zeyrek. “Het was een zeer gevoelige plechtigheid waarbij we de overledenen op een waardige manier hebben herdacht.”
Voor de Syrisch-orthodoxe gemeenschap, ook wel Suryoye genoemd, betekent het monument het einde van een lange periode van wachten. “Het is een droom die vandaag uitkomt”, zegt Zeyrek. De verhalen over het leed uit 1915 leven volgens hem nog altijd voort binnen families. “Als je hierover praat, komen er veel emoties en herinneringen boven aan de verschrikkelijke verhalen die onze voorouders ons vertelden over hun lijden.”
Lees verder onder de video.
In en kort na 1915, tijdens de Eerste Wereldoorlog, werden in het Ottomaanse Rijk (waar het huidige Turkije onder viel) grote aantallen christelijke minderheden omgebracht. Daaronder – naast christelijke Armeniërs en pontische Grieken – ook veel Suryoye. Binnen de Syrisch-orthodoxe gemeenschap wordt dat herdacht als de Sayfo (‘het zwaard’). Daarbij wordt gesproken over genocide op ongeveer 500.000 Syrisch-orthodoxe slachtoffers.
Het is een zaak die nog altijd veel emotie, maar ook controverse oproept. De Turkse gemeenschap gebruikt de term genocide niet en spreekt over de Armeense of Aramese kwestie. Daarbij wordt erkend dat er veel slachtoffers zijn gevallen, maar wordt gesteld dat dit gebeurde in de context van de Eerste Wereldoorlog en een burgeroorlog in het Ottomaanse Rijk, en niet als een doelbewuste etnische zuivering.
Ook de Nederlandse overheid gebruikt de term genocide terughoudend. Hoewel de Tweede Kamer al meerdere keren een motie aannam om voortaan te spreken van de Armeense genocide, houdt het kabinet vast aan de omschrijving "de kwestie van de Armeense genocide".
De komst van het gedenkteken in Enschede kent een lange voorgeschiedenis. Een eerder plan voor een monument in het Volkspark leidde in 2023 tot protesten vanuit de Turkse gemeenschap. Het zou de term genocide tastbaar maken en dat werd gevoeld als onterechte beschuldiging van voorouders in de openbare ruimte, wat tot onnodige tweespalt in de samenleving zou leiden.
Daarnaast ontstond ook binnen de Syrisch-orthodoxe gemeenschap discussie over de vormgeving en naamgeving van het monument. Dat heeft te maken met verschillen binnen die groep: de een noemt zich Arameeër, de ander Assyriër. Daarna trok de burgemeester de steun voor het plan in, vanwege een gebrek aan breed draagvlak in de gemeenschap.
Ook over de huidige monumenten, die op eigen terrein van de kerk en het klooster worden geplaatst, kwam een protestbrief vanuit de Turkse gemeenschap.
Volgens Zeyrek heeft de kerk bewust gekozen voor een verbindend monument zonder politieke vlaggen of logo's. “Wij hebben als kerk niets met politieke doelen te maken en maken geen onderscheid tussen mensen die zich Arameeër of Assyriër noemen. Iedereen is binnen deze kerk welkom en voor ons hetzelfde. Dit monument is er voor de mensen die hier in alle rust willen herdenken.”
De keuze voor een monument op eigen terrein zorgt volgens het kerkbestuur voor meer draagvlak binnen de eigen gemeenschap. “Omdat wij als kerk geen politieke stroom kiezen kunnen al onze leden zich hierbij thuis voelen.”
Voor Zeyrek staat vooral de boodschap richting toekomstige generaties centraal. “Het monument is een bewijs en een oproep aan de wereld dat zoiets nooit meer mag gebeuren. Het is niet onze bedoeling om haat over te dragen aan nieuwe generaties. We willen juist in vrede en met respect samenleven met iedereen, ongeacht hun achtergrond of geloof.”