Na een kwart eeuw is het mooi geweest: de stichting Herdenking Vuurwerkramp heft zichzelf op en geeft het stokje door aan het Huis van Verhalen. Geen kranslegging en officieel moment op het Roombekerveld meer. Daar wordt wisselend op gereageerd; geen Enschedeër zonder persoonlijk verhaal over 13 mei 2000. En dan is daar het collectieve verhaal, dat van een nationale ramp en het onvermogen om daar mee af te rekenen.
Het is een riedel die er altijd weer bijhoort: op 13 mei 2000 vloog het Enschedese vuurwerkbedrijf SE Fireworks in de lucht. Een paar daverende klappen, de laatste om vijf voor half vier ’s middags. Roombeek stond in brand, drieëntwintig mensen lieten het leven, bijna duizend raakten gewond, honderden raakten huis en haar kwijt. Vandaag zesentwintig jaar geleden.
Hoe lang ga je door met collectief herdenken? Dat is een legitieme vraag. Dat de stichting die elk jaar de herdenking voor haar rekening nam die na een kwart eeuw op tafel legde, is niet zo vreemd. Dat daar een knoop is doorgehakt, evenmin. Herdenken en verhalen vertellen kun je op tal van manieren.
Als het om de vuurwerkramp gaat, speelt er alleen nog iets anders mee. Die ramp was geen noodlot, een natuurfenomeen waartegen geen kruid gewassen is en waarbij je weet dat er geen antwoord is op de vragen die je erover stelt. En de belofte van toen - dat de onderste steen moest zou - is nooit ingelost. Dat steekt.
Velen leggen zich neer bij de gedachte: het is lang geleden, we zullen het nooit helemaal weten. Er zijn er ook die dat niet kunnen. Of willen. In hun optiek is dat een knieval voor een doofpot. We kùnnen het wel weten, denken zij, maar we mògen het niet weten. Zij stellen vragen, nog altijd. Legitieme vragen.
Zij hebben namelijk een punt. Uit het dossier over de vuurwerkramp blijkt dat veel van die onderste stenen wel bekend waren, maar nooit boven de grond werden gehaald. Ook dat is geen toeval.
Alleen al het feit dat brisante documenten pas decennia na de ramp opdoken, na lange juridische strijd, laat zien dat het niet zo nauw kwam met die onderste steen. Bij opgravingen zijn pijnlijke vondsten gedaan, maar er is ook veel blijven liggen. Alle onderzoeken naar de vuurwerkramp ten spijt. Sommige vondsten waren tè pijnlijk. De consequenties te groot.
Neem het technische onderzoek van TNO, in de periode onmiddellijk na de ramp. De uitkomsten daarvan leidden tot de belangrijkste conclusie in het belangrijkste onderzoeksrapport na de ramp, dat van de Commissie Onderzoek Vuurwerkramp onder leiding van Marten Oosting: er lag te veel en te zwaar vuurwerk bij SE Fireworks. Dat werd de belangrijkste verklaring voor de ramp.
Enkele dagen nadat TNO haar bevindingen bij Oosting op tafel legde, diende het onderzoeksinstituut een aanvraag in voor een EU-subsidie. Er was geld nodig: de ramp in Enschede was onverklaarbaar; er moest nader onderzoek komen naar de effecten van brand bij vuurwerk in opslag.
TNO kreeg fondsen en voerde in 2005 grootschalige testen uit. Daarbij explodeerden containers met licht geclassificeerd vuurwerk, tot verbijstering van de aanwezige onderzoekers. Dat kòn helemaal niet. Het gebeurde toch. Net als in Enschede.
Hetzelfde instituut, twee lezingen. Op basis van hetzelfde onderzoek. Een onwrikbare verklaring in het onderzoeksrapport van Oosting, onverklaarbaar in een subsidieaanvraag.
Rampen zijn onvermijdelijk, ongeacht de oorzaak: moeder natuur of menselijk falen. En ze brengen leed dat je niet in één mensenleven slijt. Maar wanneer er oorzaken in de verkeerde schoenen worden geschoven, of onder het tapijt, is het moeilijk om je daar bij neer te leggen. Soms onmogelijk. Dan gaat het niet meer alleen om een ramp, dan gaat het over onrecht. Over vertrouwen.
Geen kranslegging en een collectief moment van herdenking meer? Ach, dat is te billijken. Wie op 13 mei herdenken wil, doet dat toch wel. Bij de rampplek of elders. Rond half vier of op een ander moment.
Jan Paalman, oud-rechercheur bij het politieteam dat de ramp onderzocht, parkeert rond kwart voor drie zijn auto in de buurt van de rampplek. Het is 13 mei, hij is hier al jaren niet geweest, niet op deze dag. Kan er slecht tegen, de kransen, de bloemen, de devote stilte tegen de achtergrond van zoveel dat is weggemoffeld. Klokkenluider van gecorrumpeerd politieonderzoek was hij. En om die reden uitgerangeerd.
Hij is de niet de enige die hier al lang niet meer kwam. De onlangs overleden oud-directeur van het ontplofte SE Fireworks, diens zoons en weduwe. De weduwe van een overleden brandweerman, die er dit keer wel bij is. Andere oud-functionarissen en overheidsdienders. Zij meden de officiële herdenking. Om vergelijkbare redenen.
Het is moeilijk collectief herdenken voor wie veel weet.