Het gerechtshof heeft de 34-jarige Syriëgangster Hasna A. uit Hengelo veroordeeld tot negen jaar cel. Dat is een jaar minder dan geëist. Tijdens haar verblijf in het kalifaat van terreurgroep IS in 2015 hield ze een vrouw van een etnische minderheid als slavin.
De destijds 24-jarige Hengelose reisde in 2015 af naar Syrië om zich aan te sluiten bij de terroristische organisatie IS. A. woonde destijds in een flatje aan de Hengelose Rossinistraat, toen ze van de ene op de andere dag verdween. Haar klasgenoten had ze een bericht gestuurd dat ze naar het IS-kalifaat was vertrokken en niet zou terugkeren.
Met haar vertrek heeft ze volgens het gerechtshof ook haar verstandelijk gehandicapte vierjarige zoontje in een hulpeloze situatie gebracht. Hij heeft een groot deel van zijn jeugd moeten doorbrengen in oorlogsgebied met gruwelijk geweld en bombardementen, oordeelt het hof.
Ze trouwde met een IS-strijder en kreeg nog drie kinderen, waarna ze van hem scheidde en in een huis van een andere IS-strijder terechtkwam. Hij hield een jezidi-vrouw als slaaf.
Nadat het huwelijk met de IS-strijder was gestrand, belandde A. in een gevangenkamp, waar ze door de Nederlandse regering uit werd gehaald. Sinds november 2022 zit ze vast in een speciale afdeling van de gevangenis in Zwolle. Haar vier kinderen verblijven in Nederland bij elkaar op een opvangadres.
A. vernam de uitspraak via een videoverbinding met de gevangenis in Zwolle. Ze is de eerste die in Nederland terechtstond voor een misdrijf gepleegd tegen jezidi's, een religieuze en etnische Koerdische minderheid.
A. heeft de beschuldigingen altijd tegengesproken. Ja, ze wist dat de vrouwen tegen hun wil werden vastgehouden en dat ze allerlei werkzaamheden moesten uitvoeren, maar volgens haar heeft ze nooit opdrachten gegeven. En wist ze al helemaal niet dat de jezidi-vrouwen door IS-mannen verkracht werden.
"Dat ik in hetzelfde huis woonde, wil nog niet zeggen dat ik alles heb gezien en gehoord", zo verklaarde ze tijdens de eerste rechtszaak in 2024. Ze kreeg tien jaar cel opgelegd.
De rechtbank hield in het vonnis rekening met de psychische problematiek van A., waardoor ze in verminderde mate toerekeningsvatbaar is. Ook werd meegewogen dat de vrouw na de val van het kalifaat in 2019 nog jarenlang onder erbarmelijke omstandigheden in Koerdische detentiekampen heeft doorgebracht.