Het begint een gewoonte te worden: dinsdagavond behaagde het de Koning om andermaal ‘zijn’ Prijs voor Vrije Schilderkunst uit te reiken aan een Enschedeër. Viel die eer amper twee jaar geleden te beurt aan Bobbi Essers, dit keer was het Gideon van Gameren die in de prijzen viel.
Van Gameren (27) zwaaide in het afgelopen studiejaar af van de AKI, in zijn geboortestad. Het meest besproken doek dinsdagavond maakte onderdeel uit van 'the Finals’, de expositie waarmee de Enschedese kunstacademie elk jaar haar afstudeerders uitzwaait. Een werk met een maffe titel: ‘De teen van mijn vader’.
“Kunst is wezenlijk voor wie we zijn”, zei Koning Willem-Alexander bij de uitreiking. Hij refereerde aan ‘deze tijd van turbulentie en onzekerheid’ en stelde dat kunst ‘ons kan helpen om houvast en betekenis te vinden’. Onder meer in de ‘verbinding met elkaar’. Hij wees er op dat meer dan de helft van de genomineerde kunstenaars inspiratie ontleent aan de wereld heel dichtbij. En dan kom je bij die teen van Van Gameren.
Want zowel die teen als die vader mag je letterlijk nemen. Van Gameren is de jongste van een gezin met zes kinderen, waarvan de vader en een broer in de werkplaats aan huis sleutelen aan auto’s en campers. ‘Gouden handjes’, veronderstelde de Koning. Een sop waarmee ook de jongste Van Gameren is overgoten. “Ook voor hem is het een eerste levensbehoefte om dingen te maken.” Met een citaat van de winnaar zelf: “Waarom? Dat is een kat vragen waarom hij muizen vangt.”
Lees verder onder de afbeelding.
Van Gameren is één van drie winnaars uit 15 genomineerden en in totaal 334 kunstenaars die werk inzonden. De andere winnaars waren Lorian Gwynn en Dion Rosina, beiden uit Amsterdam. De schilderijen van de Enschedeër zijn woester dan die van de Amsterdammers, maar het werk van alledrie zweeft ergens tussen figuratief en abstract en behandelt thema’s die hen na aan het hart liggen.
Van Gameren staat met zijn prijs in een illuster rijtje Nederlandse kunstenaars. Toegegeven: de prijs kent een lange geschiedenis en daarmee is die kans navenant groter, maar toch. Eerdere winnaars waren onder anderen Aat Veldhoen, Peter Klashorst, Jan Dibbets en - wat langer geleden - Jan Toorop, Wilhelmina Drupsteen en George Breitner.
Aan de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst is een bedrag van 9.000 euro verbonden. Het werk van alle genomineerden is tot en met 29 maart te zien in de Burgerzaal van het Koninklijk Paleis op de Dam in Amsterdam. Daarna wordt er nog een publieksprijs uitgeloofd. Het winnende schilderij wordt verloot onder de mensen die hun stem op dat werk uitbrachten.
Het is een van de oudste kunstprijzen in ons land: de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. Zij het dat de naam van de prijs een paar keer is veranderd. Koning Willem III stelde hem in 1871 in, toen nog als Koninklijke Subsidie voor Vrije Schilderkunst. Sindsdien is ‘ie ieder jaar door alle troonsopvolgers uitgereikt aan één of meer jonge Nederlandse beeldend kunstenaars. De oorlogsjaren uitgezonderd. Met de bedoeling talentvolle kunstenaars aan te moedigen en een podium te bieden. Wie mee wil dingen moet jonger zijn dan 35 en in Nederland werken.
Een jury beoordeelt de ingezonden werken en kiest genomineerden en winnaars. De prijsuitreiking vindt plaats in de Burgerzaal van het Paleis op de Dam. Daar wordt het werk van alle genomineerden twee maanden geëxposeerd, waarbij ook het publiek een stem kan uitbrengen en een winnaar kiest.