Enschede laat het er niet bij zitten dat de provincie Overijssel windturbines wil toestaan nabij natuurgebied Aamsveen. Nu eerdere bezwaren zijn afgewezen daagt het Enschedese college van B&W haar bestuurlijke collega's van Gedeputeerde Staten voor de rechter. De inzet is een windpark met vier turbines. De gemeente vindt dat 'Zwolle' niet zorgvuldig heeft gehandeld en bovendien niet heeft geluisterd naar de wensen en voorkeuren die door een meerderheid van de gemeenteraad zijn uitgesproken.
Het windturbine-verhaal is er ook weer een met een lange geschiedenis. Vanuit de Regionale Energiestrategie (RES) Twente is er jaren geprobeerd om met gemeenten afspraken te maken over windenergie, om windturbines te verdelen over de hele regio. RES-afspraken zijn niet bindend. De provincie is uiteindelijk bevoegd gezag als het om vergunningen voor windprojecten gaat. Vanuit Zwolle werden omgerekend maximaal 4 windturbines aan Enschede toegeschreven, op door overleg nader te bepalen locaties.
Maar een meerderheid van de gemeenteraad wilde daar niet aan, zolang er geen eenduidige landelijke normen zijn vastgesteld die te maken hebben met afstand, geluid en slagschaduw. De gemeenteraad heeft daarom onder voorbehoud van die nieuwe regelgeving enkele gronden langs de N18 ten zuiden van Usselo aangewezen als potentiële locatie voor 2 of 3 windturbines. De provincie ging daar niet mee akkoord en stelde uiteindelijk het gehele Enschedese grondgebied open voor projectaanvragen.
Uiteindelijk zijn er door Pure Energie drie projectaanvragen ingediend. Het energiebedrijf ziet slagingskansen voor één turbine aan de Windmolenweg, twee turbines ten zuiden van Usselo en een windpark met vier turbines in buurtschap Esmarke, nabij het Aamsveen. Het provinciebestuur heeft in haar afwegingen gekozen voor het laatstgenoemde project. En dat is tegen het zere been van niet alleen bewoners van de buurtschap, maar ook de gemeente Enschede.
Het college van B&W vindt dat haar collega's van Gedeputeerde Staten voorbij gaan aan besluiten van de gemeenteraad. Die vroeg namelijk om een pas op de plaats - en met dat in ogenschouw ook om een andere locatie. Bovendien is het volgens de gemeente niet duidelijk welke afwegingen er in Zwolle in detail zijn gemaakt, bij de keuze voor het Aamsveen boven de N18 of de Windmolenweg. Na een hoorzitting in het provinciehuis zijn de klachten vanuit Enschede van tafel geveegd.
Een volgende stap is daarom de gang naar de rechter. De gemeente heeft zes weken de tijd gehad om beroep aan te tekenen tegen de afwijzing van bezwaren en dat is op het laatste moment 'pro forma' gedaan. Dat betekent dat de inhoudelijke argumentatie voor het beroep op een later moment, maar in ieder geval binnen vier weken, volgt. Zolang daarvan niet wordt afgezien, staan gemeente en provincie dus op afzienbare termijn tegenover elkaar in de rechtbank. Eerder kondigde duurzaamheidswethouder Niels van den Berg al aan dat hij desnoods naar de rechter zou stappen.
Ter sprake komt dan niet zozeer de ontwikkeling van de vier windturbines (want daarvoor is nog geen vergunningaanvraag ingediend), maar of de selectie van de provincie om dit specifieke project verder te laten uitwerken op de juiste gronden is gemaakt. Een uitzonderlijke situatie, schrijft het college ook in het besluit om beroep aan te tekenen, die ook de onderlinge relatie met het provinciebestuur kan aantasten. Dat scheidend wethouder Niels van den Berg en zijn provinciale evenknie, gedeputeerde Tijs de Bree, er andere gedachten op nahouden voor wat betreft windenergie was al wel bekend. Vanuit Enschede is eerder al eens een formeel WOO-verzoek gedaan om alle overwegingen rondom windturbines in het provinciehuis helder te krijgen.