De democratische molens in Enschede lopen stroef. Dat is de belangrijkste conclusie uit een recent onderzoek naar de vraag waarom een geschil tussen de gemeente en een ondernemer ernstig uit de klauwen liep. Een pas opgedoken rapport uit 2018 schetst eenzelfde beeld: het liep ook toen niet lekker in de ambtelijke top èn in de samenwerking tussen ambtenarij en college. Het college suggereert dat de kwestie met die ondernemer een ongelukkig incident is, maar dat zeven jaar oude rapport suggereert iets anders: de problemen zijn structureler.
Twee rapporten, één beeld, ertussen een tijdspanne van zeven jaar. Er is één verschil: het rapport uit 2018 gaat over het functioneren van de ambtelijke top en de samenwerking met het college, het andere - van afgelopen maand - over de samenwerking tussen alle drie de overheidsorganen: ambtenarij, college en raad.
In het recente onderzoek (van Pro Facto) naar de achtergronden van dat uit de hand gelopen conflict leggen de onderzoekers de vinger op slechte informatievoorziening en een gebrek aan kritische reflectie bij alle partijen: ambtenaren, college- en gemeenteraadsleden. Er is geen cultuur van elkaar aanspreken op dingen die niet deugen. Met als gevolg dat misstanden niet werden onderkend en de kwestie met die ondernemer - Gertjan Ardesch - uit de rails liep.
Dat zeven jaar oudere rapport (van GITP) wijst vergelijkbare problemen aan: sterke krachten binnen de ambtelijke top kregen te weinig tegenkracht; zelfstandig opererende krachten werden niet gecorrigeerd; feedback geven en elkaar aanspreken op verantwoordelijkheid, houding en gedrag, was ‘een thema dat aandacht behoeft’.
De onderzoekers schreven: ’Via diverse gesprekspartners ontstaan bij ons beelden over de ambtelijke organisatie in termen van deelbelangen en coalities enerzijds en ruimte voor verbetering op het vlak van het aanspreken van elkaar en feedback geven.’
In een recent debat over dat laatste rapport uit 2025 verzuchtte GroenLinks-raadslid Bart Peeters Weem dan ook dat hij bij lezing van dat oudere GITP-rapport dacht dat het om een recent onderzoek ging.
Zowel GITP als Pro Facto adviseerden over stappen in de richting van verbetering. In beide gevallen gaat dat over het functioneren van en de samenwerking tussen ambtenarij en college; Pro Facto trekt dat door naar de gemeenteraad. In die samenwerking ging in de zaak Ardesch veel fout, met name waar het om informatievoorziening ging. Daarnaast duurde het jaren voordat evidente misstanden werden opgemerkt. Democratische controle en de mechanismen van macht en tegenmacht functioneerden niet.
Maar met die analyse en adviezen ben je er niet. Die laatste moeten handjes en voetjes krijgen, anders is het wachten op nieuwe ongelukken.
GITP - een Nijmeegs HR-adviesbureau - deed onderzoek na hoogopgelopen ruzie binnen de ambtelijke top. Die leidde onder andere tot het voortijdige vertrek van interim-gemeentesecretaris Kars Nicholson. Bedoeling was dat hij een vaste aanstelling als hoogste ambtelijke baas zou krijgen, maar dat interne conflict stak een spaak in dat wiel.
Het rapport, dat vijf jaar geheim bleef, geeft aan waar het knelde: onafhankelijk opererende functionarissen die niet werden aangesproken of gecorrigeerd, een gebrek aan kritische feedback op houding en gedrag. Het gevolg: macht die onvoldoende werd gecontroleerd en uit de klauwen liep. Enschede kon op zoek naar een nieuwe gemeentesecretaris.
GITP zag dan ook een belangrijke rol voor die topfunctionaris weggelegd om de problemen op te lossen. Geen wonder: het was aan de nieuwe gemeentesecretaris om de scherven te lijmen, ervoor te zorgen dat de ambtelijke leiding weer gezond gaat functioneren en de samenwerking met het college te stroomlijnen.
GIPT stelde een profiel op, er was werk aan de winkel. Naast voor de hand liggende eisen voor zo’n topfunctie, benoemden de onderzoekers een aantal specifieke functie-eisen: ervaring met het natuurlijke spanningsveld in bestuurlijke en ambtelijke samenwerking, getoond leiderschap in een complexe bestuurlijke context, bij voorkeur ervaring als hoogste ambtelijke baas.
Een gemeentesecretaris is de hoogste ambtelijke baas, maar ook meer dan dat. Het is een topambtenaar met een (exclusief) takenpakket, dat is vastgelegd bij wet. Hij of zij is eindverantwoordelijk voor de ambtenarij, maar ook adviseur van het college. In die laatste rol moet hij of zij er voor zorgen dat het stadsbestuur goed wordt ondersteund bij de besluiten die genomen worden.
Dat betekent: zorgen dat het college (en daarmee ook de gemeenteraad) alle informatie hebben die nodig is om goede beslissingen te kunnen nemen. Daarna moet ‘ie er ook voor zorgen dat zijn ambtenaren die besluiten goed uitvoeren en dat het college op de hoogte blijft van de effecten en resultaten daarvan.
Als je dat afpelt is die gemeentesecretaris dus een cruciale spil in het functioneren van een gemeentelijke democratie.
Dat advies werd niet opgevolgd. Op 1 augustus 2018 werd orkestdirecteur Kees Meijer aangesteld als nieuwe gemeentesecretaris. Of, in de praktijk: de algemeen directeur van de gemeentelijke organisatie. Hij beschikte niet over de ervaring die GITP voor die functie adviseerde, maar zal zich dan ook niet bemoeien met collegetaken.
Die waren in 2017, bij het vertrek van de voorganger van Meijer, belegd bij loco-gemeentesecretaris Erdo Smit. Een oud-gediende, die eerder onder meer persoonlijk adviseur was van oud-burgemeester Peter den Oudsten. Dat bleef in 2018 zo.
Vraag is dan wie precies moest zorgen voor stroomlijning van de haperende samenwerking tussen het college en de ambtenarij? Formeel was dat de nieuw aangestelde Meijer, in de praktijk fungeerde oud-gediende Smit als pseudo-gemeentesecretaris. Meijer liep vast. Uit meerdere bronnen weten we dat hij er niet doorheen kwam. Net als Nicholson, destijds. Ook hij zwaaide af en Enschede kon opnieuw op zoek naar een gemeentesecretaris.
Pregnant voorbeeld van de positie waarin Meijer verkeerde is een incident van eind 2021 waarbij oud-klachtencommissaris Ninke van der Kooij een medewerker de deur uitwerkt om het eigen lijf te redden. Zij had de raad een verhaal op de mouw gespeld en wilde voorkomen dat de burgemeester of raadsleden daar achter kwamen. Smit wist van die opzet, maar deed niets. Meijer werd niet geïnformeerd, de burgemeester evenmin.
Als je dat op een rijtje zet, is het niet verwonderlijk dat Pro Facto zeven jaar later vergelijkbare knelpunten in het functioneren van de driehoek ambtenarij, college en raad benoemt. Van dat stroomlijnen is weinig terechtgekomen, van kritische reflectie op gebrekkige informatievoorziening, verantwoordelijkheden of gedrag evenmin.
Pro Facto noteert in het laatste rapport een waslijst aan momenten waarop de gemeenteraad in de kwestie rond ondernemer Ardesch verkeerd, onvolledig en niet naar waarheid werd geïnformeerd. 1Twente stelde vast dat dat soms met opzet gebeurde. Zoals in dat voorbeeld hierboven, waarin Van der Kooij kwalijk handelde en Smit niet ingreep; andere kwestie, dezelfde storing in het democratische mechaniek.
Behalve het college en de raad, die daar scherper in hadden moeten zijn, ligt daarin een belangrijke verantwoordelijkheid voor (top)ambtenaren. Die leveren immers de informatie aan op basis waarvan het college en de raad beslissingen nemen.
Tot slot: de Nijmeegse onderzoekers wezen in 2018 nadrukkelijk op een nieuw bestuurs- en managementconcept (BMC) dat in december van het jaar daarvoor werd vastgesteld. ‘Er dient voortvarend werk gemaakt te worden’ van de implementatie daarvan. Dat document beschrijft de positie en rollen van ‘het drieluik’ waarop Pro Facto doelt - ambtenarij, college en raad - en hoe die samenwerken. Met een doel: Enschede wil een betrouwbare en mensgerichte overheid zijn.
In dat BMC lees je begrippen als vertrouwen, verbinden, verantwoordelijkheid, eigenaarschap en een voorbeeld zijn. De gedachte: Enschede is er voor inwoners, ondernemers en instellingen. Een lerende en dienstbare organisatie, die niet naar binnen maar naar buiten gericht is.
In het eerste raadsdebat over dat rapport van Pro Facto onderschreef het college de lessen die de Groningse onderzoekers daarin optekenen. Een zinsnede dat de zaak Ardesch niet representatief zou zijn voor de manier waarop Enschede in het algemeen handelt, werd geschrapt. Toch benadrukte burgemeester Roelof Bleker dat er al veel in gang is gezet en dat ‘Ardesch’ toch ook oud zeer is.
Maar de rapporten van GITP en Pro Facto, recente akkefietjes rond gevoelige dossiers en zelfs dat geschrapte zinnetje laten een ander beeld zien: dat Enschede op z’n best aan het begin staat van een proces dat leidt tot de lerende en dienstbare overheid die ze wil zijn. Voor herstel van macht en tegenmacht, het stroomlijnen en in balans brengen van de samenwerking tussen ambtenarij, college en raad, is meer nodig dan een nieuw bestuursmodel.
Dat draait om mensen. En een cultuur waarin kinken in de kabel snel worden gesignaleerd en verholpen. Houding en gedrag, kritische reflectie. Ook daaraan ontbreekt het, signaleert Pro Facto. Net als in 2018.
In december treedt een nieuwe gemeentesecretaris aan, Marco de Graaf. Die wacht een flinke klus, als je de die rapporten van GITP en Pro Facto serieus neemt. Keerzijde: die bieden hem daar wel een hoop handvatten voor.
Wil je weten waar die zaak Ardesch om draait? Bekijk dan de explainer over die kwestie hieronder. Daarin krijg je het verhaal, dat bijna een decennium sleepte, in een kwartiertje uitgelegd.