Oyfo Techniekmuseum opent eind deze maand de expositie Anilar, Turks voor 'herinneringen', waarin het verhaal van de eerste en tweede generatie Turkse gastarbeiders in Twente centraal staat. Met persoonlijke objecten, foto’s en verhalen laat de tentoonstelling zien hoe deze generaties hun leven opbouwden in de regio. Müfide Halaceli en Selma Bingol helpen de expositie vorm te geven. “Deze gastarbeiders verdienen het om geëerd te worden”, zegt Bingol.
De expositie Anilar wordt ingericht in een oude fabriekshal van Hazemeyer. Vijftig jaar geleden werkte Müfide Halaceli, inmiddels een succesvol onderneemster, in diezelfde fabriek. “Altijd wanneer ik hier langsloop of ben, hoor ik de muziek weer en het gebonk van de machines. Het is heel bijzonder dat ik hier na vijftig jaar terug ben om de eerste generatie te eren.”
Anilar, wat ‘herinneringen’ betekent in het Turks, vertelt het verhaal van de eerste en tweede generatie Turkse arbeidsmigranten die naar Twente kwamen. Met foto’s, objecten en persoonlijke verhalen laat de tentoonstelling zien hoe deze generatie zich in de regio wortelde. “De Turkse mensen in Twente hebben een ontzettend belangrijke rol gespeeld, van de eerste generatie tot nu de derde en vierde generatie. Op economisch vlak, maar zeker ook cultureel”, zegt Halaceli.
In de expositie zijn allerlei voorwerpen te zien die Turkse gastarbeiders meenamen naar Nederland. “Bijvoorbeeld kruiden of spullen voor de hamam (badhuis, red.). In die tijd waren dat soort spullen niet verkrijgbaar in Nederland”, vertelt Halaceli. Selma Bingol laat een wit doekje zien, waarvan de randen zijn versierd met kleine rode steentjes. Het blijkt een hoofddoekje te zijn. “Deze heb ik nog steeds in mijn keukenlade liggen. Als ik kook, doe ik hem op, want dat is wel zo hygiënisch.”
Ook haalt ze een bontgekleurde schort tevoorschijn. “Deze schort heeft mijn moeder zelf gemaakt. Het ziet er misschien niet heel mooi uit, maar voor mij is het waardevol, omdat het van mijn moeder is.”
Halaceli kwam als 17-jarige naar Hengelo. “Wat ik me nog goed herinner, is dat het erg mooi weer was. Alles was kleurrijk en iedereen leek vrolijk. Dat was een totaal ander beeld dan ik had verwacht.” Vanuit Turkije nam ze al haar opdrachten van de modevakschool mee, met de droom om ook in Nederland verder te gaan in de modewereld.
Voordat ze bij Hazemeyer ging werken, werkte ze eerst in een textielfabriek in Oldenzaal. “Elke dag ging ik vanuit Hengelo met de bus naar Oldenzaal”, vertelt Halaceli. “Daar stond ik achter de lopende band. Toen dacht ik: dan kan ik net zo goed in Hengelo gaan werken.”
Totdat zij en haar man tijdens een van de vele reorganisaties in de jaren tachtig werden ontslagen bij de elektronicafabriek. Daarna liet ze zich omscholen tot kapper. Inmiddels runt ze al jarenlang een succesvolle kapperszaak en zet zij zich in voor vrouwenrechten en organiseert jaarlijks de Twentse Vrouw van het Jaar verkiezing.
Zeker de rol van de vrouw tijdens die jaren verdient meer aandacht: “Het verhaal van de Turkse vrouwen wordt vaak onderbelicht”, zegt Halaceli. net als de mannen, werkten veel van hen ook in de fabrieken en maakten lange dagen. “En dan kwamen ze thuis en dan zorgden ze ook nog voor de kinderen en het huishouden”, vult Selma Bingol.
De Museumfabriek in Enschede en Oyfo Techniekmuseum in Hengelo zijn bezig met een project om de verhalen van de inwoners van Twente te vertellen. Daar is Nieuwkomers van Toen onderdeel van. Eind deze maand wordt er bij Oyfo een expositie geopend over de Turkse arbeidsmigranten en bij de Museumfabriek is er een expositie over de Italiaanse arbeidsmigranten.
Selma Bingol behoort formeel tot de tweede generatie. “Mijn vader kwam in 1964 als gastarbeider naar Hengelo om bij Stork te werken.” Vier jaar later kwam de rest van het gezin naar Nederland. Het idee was dat het verblijf tijdelijk zou zijn en dat het gezin uiteindelijk zou terugkeren naar Turkije.
Daarom besloten de ouders van Selma om haar samen met haar broertje en zusje terug naar Turkije te sturen, terwijl zij zelf in Nederland bleven werken. “Wij gingen daar naar school en woonden tien jaar bij onze oom en tante”, vertelt Selma Bingol. “Ze hebben goed voor ons gezorgd, maar hoe goed je het ook hebt: je wilt altijd bij je ouders zijn. Dat was moeilijk.” Toen er later nog een broertje in Nederland werd geboren, besloot het gezin zich definitief in Nederland te vestigen. Bingol keerde op haar achttiende terug naar Nederland.
Bij de Internationale Schakelklassen (ISK) leerde ze Nederlands en daarna volgde ze een aanvullende taalopleiding aan de pabo. Vervolgens ronde ze de pabo af en ging werken in het onderwijs.
Na een jaar in het onderwijs wilde ze toch iets anders. In die periode konden mensen met een migratieachtergrond solliciteren bij de politie. Bingol meldde zich aan op de politieacademie voor leidinggevenden en doorliep een selectieprocedure van een half jaar.
“Van de duizend mensen die zich hadden aangemeld, mochten er uiteindelijk zes aan de opleiding beginnen. Ik was de eerste Turkse vrouw die werd toegelaten tot die opleiding."
Na haar afstuderen ging ze aan de slag als inspecteur bij de Twentse politie. Inmiddels heeft ze er een loopbaan van 38 jaar op zitten. “Ik heb van alles gedaan: in uniform op straat, werken bij de recherche en de laatste jaren als projectleider.”
Volgens Bingol is het belangrijk dat deze generatie Turkse Tukkers wordt geëerd en dat hun verhalen worden doorgegeven aan volgende generaties. “Deze mensen zijn hierheen gekomen om te helpen en hebben geholpen de Nederlandse economie verder op te bouwen.”
Veel mannen en vrouwen van de eerste generatie zijn inmiddels overleden, onder wie ook haar ouders. “Dat we nog eens aan hen terugdenken. Ze hebben veel gedaan, veel doorstaan en veel moeten achterlaten. Ik ben ontzettend trots op ze.”
Anilar is vanaf zondag 31 mei te bezoeken in Oyfo techniekmuseum. Voor de expositie is een regulier museumticket nodig. Het museum is dagelijks geopend van 10.00 tot 17.00 uur.