Er is onderzoek gedaan en er ligt een kritisch rapport. In het eerste raadsdebat over de conclusies van dat onderzoek naar de kwestie rond ondernemer Gertjan Ardesch, legde D66’er Gertjan Tillema de vinger op een open wonde: één zinnetje. Niet uit het rapport zelf, maar uit de reactie van het college op dat rapport.
Dat ene zinnetje laat zien waar het misgaat: ‘Wij zijn blij te constateren dat de onderzoekers de casus Ardesch niet representatief vinden voor hoe de gemeente Enschede in het algemeen handelt’. Maar dat concluderen de onderzoekers nergens; het is een bewerking van een uitspraak van een van de ambtenaren die Pro Facto interviewde.
De onderzoekers zelf tekenen iets anders op: meerdere gesprekspartners gaven aan dat de zaak Ardesch niet op zichzelf staat maar een probleem laat zien dat breder speelt.
Het is een terugkerend fenomeen, niet alleen in deze zaak maar bij verschillende gevoelige kwesties: formuleringen in de beantwoording van vragen en reacties van het college die suggestief, misleidend en onjuist zijn. Tillema stelde maandagavond twee vragen, zichtbaar verontwaardigd: “Welke ambtenaar heeft dit opgesteld” en “Hoe kan het dat niemand in het college zegt: dit klopt niet?”
“Deze brief van het college is het startpunt voor gesprek”, zei Tillema. “Maar nu gaat er weer een stuk naar de raad dat niet klopt.” Hij hekelde daarmee ook de strekking van die zin: “Deze brief is dinsdagmiddag opgemaakt, aan de collegetafel. U hebt dat rapport gelezen, maar niemand die het opmerkt.” Of, vrij vertaald: het gaat maar door met die rammelende informatievoorziening.
Pro Facto concludeerde dat de gemeenteraad jarenlang bij herhaling onjuist is geïnformeerd. Burgemeester Roelof Bleker erkent dat en nam daar, namens het college, de volle verantwoordelijkheid voor. Net als in een brief aan de raad van april dit jaar, waarin het stadsbestuur een diepe knieval maakte.
In zijn bijdrage stelde hij verder dat er inmiddels veel is veranderd; de zaak Ardesch ontspoorde in 2017 en sleepte voort tot begin dit jaar. Maar op Tillema’s vragen over dat zinnetje in die collegebrief kwam geen direct antwoord. Bleker gaf, na aandringen, wel toe dat die zin er niet zo in had moeten staan.
Volgens het agendaformulier bij collegevergadering over die reactie van het college op het rapport is de brief met de gewraakte passage opgesteld door loco-gemeentesecretaris Erdo Smit. Smit tekent sinds jaar en dag voor vrijwel alle collegestukken.
De suggestie dat er in die zaak Ardesch bij foute beantwoording van vragen of op andere momenten opzet in het spel was, wees Bleker van de hand. Tillema prikte door en refereerde aan een van de voorvallen waar opzet 'klip en klaar' is: een verzonnen antwoord op vragen de Nationale ombudsman, opgesteld door voormalig gemeente-advocaat Dorothéa ten Cate.
Bleker stelde dat opzet niet te verifiëren valt omdat informatie van een gemeente-advocaat niet kan en mag worden vrijgegeven. “Dat is wat ik begrepen heb”, voegde hij er aan toe. Maar ook hier werd hij verkeerd geïnformeerd. Alle stukken over dat voorval zijn drie jaar geleden openbaar gemaakt, ook die van Ten Cate.
Dat gebeurde op basis van jurisprudentie die wel bekend was, maar aanvankelijk niet werd meegenomen in de afhandeling van verzoeken om openbaarmaking van die stukken. Pro Facto beschrijft deze episode, maar verbindt er geen conclusies aan. Vermoedelijk omdat zij geen navraag hebben kunnen doen bij de gemeente-advocaat en de andere betrokken ambtenaren.
Tillema zei de ‘urgentie bij het college’ niet te proeven. Wat hem betreft hield Bleker zich teveel op de vlakte en was diens boodschap vooral ‘er is veel fout gegaan en er is nog wel wat werk aan de winkel, maar er is ook al veel in gang gezet’. Alsof die zaak Ardesch vooral iets uit het verleden is, iets dat de dat de D66’er bestrijdt. En hij is de enige niet.
Herman Brouwer van EnschedeAnders, een van de raadspartijen die zich van meet af aan hard heeft gemaakt voor de kwestie, wees op getraineerd onderzoek. Dat gebeurde in een eerder en beperkter onderzoek, gedaan door Willeke Slingerland, destijds lector weerbare democratie bij Saxion. Maar ook Pro Facto maakt melding van niet ontvangen stukken en signalen dat betrokken oud-ambtenaren vanuit de gemeente het advies kregen om niet in te gaan op de uitnodiging voor een gesprek.
Barry Overink, voorman van BurgerBelangen Enschede (BBE), interrumpeerde Brouwer en vroeg of deze bij een dergelijke aantijging dan ook kon melden wie dat dan zou hebben gedaan. Een curieuze interruptie, want Brouwer haalde slechts aan wat de onderzoekers meldden in hun rapport. Die zagen daar kennelijk voldoende aanleiding toe. “Ja, dat vraag ik mij ook af”, was de reactie van de voorman van EnschedeAnders.
De BBE-voorman had nog een paar opvallende interrupties. Dat het lang duurde voordat de gemeenteraad in actie kwam, lag volgens hem aan de houding van een handvol raadsleden die zich er wel druk om maakten. Die zouden vaker uit zijn geweest op de val van wethouders, voor hem reden om hen niet al te serieus te nemen.
Op opmerkingen van Brouwer dat het rapport van Pro Facto vollediger had kunnen zijn als alle informatie was aangeleverd en met alle betrokken gesproken was, reageerde hij met: “Dan wordt er gesuggereerd dat dit rapport niet waar is.” Dat was niet wat Brouwer suggereerde. Die miste volledigheid en het antwoord op alle vragen die bij het onderzoek zijn gesteld.
Brouwer wees ook op een andere kwestie: die rond een bijstandsrapport van het Enschedese klachtencommissariaat, waarin de opsteller door de gemeente op valse gronden voor de rechter werd gesleept. Ook in die zaak is de gemeenteraad jarenlang voor de gek gehouden. Onder meer omdat ook de burgemeester en de gemeentesecretaris niet, onjuist of onvolledig werden geïnformeerd.
Loco-gemeentesecretaris Smit was contactpersoon in dat onderzoek van Saxion en speelde een sleutelrol in de informatievoorziening in zowel de zaak Ardesch als de kwestie rond de medewerker van het klachtencommissariaat. Hoofd concernstaf en oudgediende Alfons de Vries, eveneens betrokken bij die laatste kwestie, was de gemeentelijke contactpersoon voor de onderzoekers van Pro Facto.
GroenLinks raadslid Bart Peeters Weem wees op een onlangs vrijgekomen rapport uit 2018 over problemen in de ambtelijke top. “Daar moeten we ons als raad niet te veel mee bemoeien, maar het is essentieel voor de ambtelijke organisatie.” Dat rapport legt problemen bloot waarop ook Pro Facto wijst, onder meer in de samenwerking tussen college en ambtenarij. “Ik heb eerst niet goed naar het jaartal gekeken en ik dacht dat het recent was.”
Maar weten over de zaak Ardesch? In de explainer onder dit artikel krijg je de hele kwestie in een kwartiertje uitgelegd. Wil je dan nog meer weten, neem dan een kijkje in het dossier op de website van 1Twente.
Anders gezegd: de lessen die Pro Facto Enschede voorhoudt, zijn niet van gisteren en gaan evenmin over alleen de zaak Ardesch. In een volgend artikel meer over die beide rapporten. En wat daaruit te zeggen valt over de huidige knelpunten in het functioneren van de Enschedese overheid.
Op de raadsvergadering van maandag 8 december debatteert de gemeenteraad verder over het rapport van Pro Facto. Dan wordt ook bepaald wat de vervolgstappen moeten zijn. Bleker, het college en de gemeenteraad hopen en verwachten dat Ardesch binnen afzienbare tijd gecompenseerd kan worden voor geleden schade.
“Onze deltawerken staan er een stuk beter voor dan een tijd geleden”, zei Bleker maandagavond. “Maar dat wil niet zeggen dat we niet nog een hoop te doen hebben.” Met het reparatiewerk achter de schermen, waar het misging, moet een serieus begin zijn gemaakt voor de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar maart.