Niet betrouwbaar, oneerlijk, onbehoorlijk bestuur, misbruik van macht, het college en de gemeenteraad bleef op de handen zitten en ambtenaren konden ongestoord hun gang gaan. Onderzoeksbureau Pro Facto gebruikt stevige woorden in haar rapport ‘Gemeente Enschede: moeilijk garen mee te spinnen?’ over de zaak Ardesch. En de onderzoekers hinten erop dat die kwestie niet op zichzelf staat.
De Zaak Ardesch draait om een ondernemer die door een handvol topambtenaren in de tang werd genomen en gehouden, en jarenlang strijd voerde tegen de gemeente Enschede. De kwestie werd afgedaan als een zakelijk geschil maar er was veel meer aan de hand, concludeert ook Pro Facto.
Eind vorig jaar kwam het Enschedese college al tot vergelijkbare conclusies. In een ongekend mea culpa stak B&W de hand in eigen boezem: er was veel misgegaan. Maar dat was jaren nadat de kwestie uit de rails liep. Het leidde tot excuses in de gemeenteraad en een unaniem aangenomen voorstel om de zaak te onderzoeken. Het Groningse onderzoeksbureau Pro Facto werd ingehuurd, maandag lag daar een eindrapport.
In het kort: de mechanismen in een democratisch bestel die machtsmisbruik moeten voorkomen, hebben niet gewerkt; wat fout ging werd niet op tijd gecorrigeerd.
Enschede heeft in de zaak rond de oud-ondernemer ‘niet integer’, ‘niet eerlijk’ en ‘niet betrouwbaar’ gehandeld, zo oordeelt ProFacto in verschillende passages en verschillende bewoordingen in haar rapport. Publieke waarden zijn uit beeld geraakt, de beginselen van behoorlijk bestuur zijn niet nageleefd.
Als het om Ardesch gaat, is de gemeente te snel een juridische procedure gestart. Het moment en de manier waarop dat gebeurde is ‘niet te volgen’ en ‘onvoldoende onderbouwd’, vinden de onderzoekers. En het gemeentelijke Vastgoedbedrijf, waarmee het geschil ontstond, opereerde solistisch en meer als bedrijf dan als overheid.
Maar ook in de richting van de gemeenteraad heeft de gemeente grove steken laten vallen. Vragen van raadsleden over de kwestie zijn niet, laat, onvolledig en niet naar waarheid beantwoord. De onderzoekers rekenen dat het college aan, maar wijzen ook naar de ambtenaren die de antwoorden formuleerden: ‘zij kunnen goed informatiebeheer maken of breken’. Zo’n gemeenteraad is afhankelijk van volledige en juiste informatie. Alleen dan kan het een college - en indirect de ambtenarij - controleren.
Evengoed vinden de onderzoekers dat de gemeenteraad te weinig kritisch en te passief is gebleven. Dat geldt ook voor burgemeester(s) en wethouders. Die gebrekkige beantwoording van vragen leidde pas na jaren tot reflectie en kritiek. Het handjevol raadsleden dat wel kritisch was, kreeg verwijten. Dat ging om de fractievoorzitters van Enschede Anders, de PVV, de groep Versteeg, de SP, Democratisch Platform Enschede en - later - D66. Allen uit de oppositie.
Zij gingen volgens het college en de ambtelijke top hun boekje te buiten - de Gemeentewet - en moesten zich niet bemoeien met een individuele casus of op de stoel van advocaat, de rechter of het college gaan zitten. Onterechte verwijten, stelt Pro Facto. Sterker: ‘de wijze waarop individuele raadsleden hun rol vervulden, sluit juist aan bij hoe de wetgever de taak van raadsleden ziet’.
Pro Facto sprak een kleine veertig betrokkenen en destilleerde uit die gesprekken onder meer dat het ontbreekt aan een ‘cultuur van kritische reflectie’. Met als gevolg dat de zaak escaleerde en bleef slepen. De eerste raadsvragen over de kwestie werden gesteld in 2019, pas in 2024 kwam er een omslag in het denken over de rol van de gemeente in de kwestie.
Dat maar een klein deel van de gemeenteraad wakker was, komt volgens de onderzoekers onder andere doordat coalitie- en oppositiebelangen in de weg stonden. Ondanks ‘bijna volledige kennis van de feiten’ vonden college en coalitie onderzoek lange tijd niet nodig. ‘Een onjuiste aanname’, stelt Pro Facto.
De onderzoekers merken verder op dat verschillende gesprekspartners stelden ‘dat enkele oppositiepartijen vanuit eerdere ervaringen bij voorbaat niet serieus genomen werden’. Anders gezegd: die konden roepen wat zij wilden, maar bleven roependen in de woestijn. Daarmee heeft de gemeenteraad als geheel haar controlerende taak onvoldoende ingevuld.
Er ‘werden door de raad geen (politieke) consequenties verbonden aan het handelen van het college, terwijl een aantal raadsleden geen antwoord kregen op hun vragen’ en ‘burgemeesters lijken niet te hebben geïntervenieerd’. Voor de goede orde: in de loop der jaren hebben er drie burgemeesters en evenveel wethouders met de kwestie te maken gehad.
Een handvol raadsleden maakte weliswaar gebruik van de instrumenten die zij hebben - ze stelden vragen, vroegen debatten aan - maar de raad als geheel ‘pakte niet door’.
Dat handelen van het college gaat over de informatievoorziening richting de gemeenteraad. Die rammelde, maar niet alleen als het gaat om de beantwoording van vragen. Ook als er geen vragen werden gesteld, schoot het college tekort in haar zogenoemde ‘passieve informatieplicht’. Dat is: de plicht om de raad ongevraagd te informeren over zaken die er voor de raad toe doen.
Een voorbeeld: de gemeenteraad had op de hoogte gesteld moeten worden van de deal die de gemeente met Walas sloot, de vastgoedontwikkelaar die de Spinnerij in beheer kreeg en later overnam. Die Spinnerij speelt een sleutelrol in deze zaak. Ardesch was er huurder, verleende diensten bij de exploitatie ervan en luidde de klok over die deal: Walas had een slechte reputatie.
De Spinnerij werd onder de marktwaarde verkocht, zonder dat er een taxatie had plaatsgevonden. Dat was in strijd met de kaders die de gemeenteraad had gesteld voor de verkoop van gemeentelijk vastgoed. Het college had de raad moeten informeren over die afwijkende afspraken met Walas.
Ook de juridische besluitvorming in de zaak was ondermaats. Functionarissen zoals de klachtencommissaris namen besluiten zonder daartoe bevoegd te zijn, in het rapport wordt een fors aantal documenten genoemd die niet zijn ondertekend en in Woo-verzoeken is belangrijke jurisprudentie selectief meegenomen: de ene keer wel, de andere keer niet.
Dat laatste gaat over de vraag of correspondentie van een gemeente-advocaat geheim moet blijven of niet. De gemeente lakte in een aantal Woo-verzoeken hele pagina’s zwart, maar moest later bakzeil halen om een uitspraak van de Raad van State. Een uitspraak die wèl in een eerder verzoek om openbaarmaking was meegenomen.
De onderzoekers van ProFacto wijzen er tot slot op dat de zaak Ardesch ‘mogelijk niet op zichzelf staat’. Verschillende geïnterviewden wezen daar op, maar zij stippen ook in hun rapport een aantal zaken aan die dat beeld bevestigen. De gemeente zou in het algemeen moeite hebben met ingewikkelde en gevoelige kwesties als deze. De rol van raadsleden is in meer kwesties onderwerp van discussie; in de raad zelf en met het college.
Pro Facto verwijst ook naar het jaarverslag van 2023 van de stadsarchivaris. Die benoemt als aandachtspunt de houding en het gedrag van ambtelijke managers en medewerkers. De gebrekkige informatievoorziening zou onder meer verband houden met archiveringsproblemen, maar daarin is in de afgelopen jaren flink geïnvesteerd.
De onderzoekers noemen het ‘cruciaal’ dat ambtenaren zorgvuldig omgaan met zowel het vastleggen als het vrijgeven van opgeslagen informatie: ‘zij kunnen goed informatiebeheer maken of breken’. En dat kan beter, zo stelt Pro Facto op basis van gesprekken met betrokkenen.
Pro Facto formuleerde 12 lessen uit wat er mis ging in de zaak Ardesch. Dit zijn ze.
Ook in dit onderzoek heeft de gemeente niet alle opgevraagde informatie aangeleverd. Andere bronnen, die in een eerder stadium informatie van de gemeente kregen, leverden aan flink aantal van de ontbrekende stukken wèl aan.
De analyse van de Groningse onderzoekers samengevat: ambtenaren namen Ardesch in de houdgreep en dekten dat jarenlang toe; wethouders, burgemeesters en raadsleden zaten in het konijnenhol van ‘de gemeente heeft niets verkeerd gedaan’ en negeerden signalen van machtsmisbruik.
Het strooide zand in de motor van de democratie, die zo is ingericht dat overheidsmacht niet ontspoort. Of, als dat wel gebeurt, snel tot de orde wordt geroepen. Voor het uit de hand loopt. En ‘uit de hand gelopen is het’, constateert Pro Facto.
Over de rollen die college en raad daarin hebben gespeeld, zijn de onderzoekers duidelijk. De rol van ambtenaren blijft onderbelicht. Meer dan je op grond van de feiten zou verwachten. Een aantal van die feiten wordt in het rapport wel benoemd, maar Pro Facto blijft voorzichtig. Te voorzichtig? Dat werken we uit in een vervolgartikel dat dit weekend online komt.
Wil je meer weten over de Zaak Ardesch? In de explainervideo hierboven leggen we je de hele kwestie uit in 15 minuten. Ben je daarna nog niet verzadigd, neem dan een kijkje in het uitgebreide dossier op onze website.