Ieder jaar wordt de Tweede Wereldoorlog herdacht tijdens de nationale Dodenherdenking op 4 mei, maar ook op 15 augustus: de dag dat Japan zich overgaf en de oorlog wereldwijd pas écht eindigde. In het Enschedese Blijdensteinpark, waar het oudste Indië-monument van Nederland staat, kwamen deze vrijdagochtend honderden mensen samen voor de jaarlijkse Indië-herdenking.
Op 15 augustus 1945, kort na de verwoestende atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, capituleerde Japan. Daarmee kwam – precies tachtig jaar geleden – definitief een einde aan de Tweede Wereldoorlog voor het Koninkrijk der Nederlanden.
Tijdens de Indië-herdenking wordt stilgestaan bij alle slachtoffers van de Japanse bezetting in Nederlands-Indië, de toenmalige kolonie van Nederland die het huidige Indonesië omvatte. De herdenking in Enschede wordt ieder jaar georganiseerd door Stichting Herdenking Gevallenen Zuidoost-Azië 1941-1949 (SHGZA).
“Het is een dag met diepe en zware emoties”, vertelt Griselda Molemans, onderzoeksjournalist en spreker bij de herdenking. “Er was namelijk geen directe bevrijding op 15 augustus 1945. Mensen in Nederlands-Indië moesten nog steeds in kampen overleven, omdat het te gevaarlijk was.”
Die onveiligheid werd veroorzaakt door de onafhankelijkheidsoorlog die volgde op het einde van de Tweede Wereldoorlog. “Indonesië wilde onafhankelijkheid, maar Nederland wilde de kolonie destijds niet opgeven. Dat heeft tot bloedige taferelen geleid”, licht SHGZA-voorzitter André de Lizer toe.
De strijd om onafhankelijkheid duurde nog bijna vier jaar. Omdat ook in die periode veel slachtoffers vielen, kiest SHGZA er bewust voor om deze tijd eveneens te herdenken en op te nemen in hun gedachtegoed.
“Nederlands-Indië hoorde gewoon bij Nederland – dat wordt wel eens vergeten”, zegt De Lizer. De term vergetelheid valt vaker tijdens de herdenking. Volgens spreker Gert Harm ten Bolscher, plaatsvervangend Commissaris van de Koning in Overijssel, mag er meer aandacht voor dit hoofdstuk zijn. “Het is een stukje vergeten geschiedenis”, aldus Ten Bolscher.
Lees verder onder de afbeelding.
“Het is daarom belangrijk om te blijven herinneren en ervan te leren”, gaat hij verder. “Als we niet herdenken, verliezen we de lessen van het verleden.” De Lizer beaamt dat: “We moeten niet in het verleden blijven hangen, maar we moeten het verleden wel meenemen in het heden. Als bestuur richten we ons daarom ook op de jongere generaties.”
Voor die jongere generaties is kennis over dit deel van de Nederlandse geschiedenis niet altijd vanzelfsprekend. Molemans legt uit dat veel Indische Nederlanders van de eerste generatie, die de oorlog meemaakten, niet of nauwelijks spraken over de Japanse bezetting.
“Hoe geef je woorden aan die verschrikkelijke gebeurtenissen? Zijn daar überhaupt woorden voor? Sommige mensen voelen nú pas de vrijheid en veiligheid om hun verhaal te vertellen. Daardoor komen er steeds meer verhalen naar boven. Dat is ingrijpend, maar tegelijkertijd ook bijzonder”, zegt Molemans. “Het is belangrijk dat we die verhalen blijven doorvertellen, maar het gaat om meer dan dat: we moeten blijven zoeken naar de essentie en de relevantie ervan.”