Voor veel jongeren verloopt de overstap naar het mbo zonder problemen, maar dat geldt niet voor iedereen. Een deel twijfelt bijvoorbeeld over de studiekeuze of heeft extra begeleiding nodig. Om de overstap beter te begeleiden, hebben verschillende Twentse scholen nu het zogeheten 'Verdrag van Twente' ondertekend. Een projectleider moet erop toezien dat de gemaakte afspraken worden nageleefd. "Voor jongeren en ouders moet de overgang herkenbaar, begrijpelijk en voorspelbaar zijn."
Dat zegt de kersverse projectleider Gert-Jan Egberink over de afspraken die gemaakt zijn. Vertegenwoordigers van ROC van Twente, Zone.College, scholen voor vmbo, praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en internationale schakelklassen zetten onlangs hun krabbel.
Met het ‘Verdrag van Twente’ spreken de betrokken partijen af dat zij bestaande afspraken en werkwijzen beter op elkaar afstemmen. Daar ging het een en ander mis? Egberink nuanceert het graag: "Er is al jaren een sterke samenwerking tussen vmbo- en mbo-scholen via het Twents Aansluitingsnetwerk. Het probleem is dus niet dat er niets was, maar dat afspraken in de praktijk niet overal op dezelfde manier worden uitgevoerd. Op de ene plek werkt het goed, terwijl het op een andere plek kwetsbaarder is. We willen in elk geval voorkomen dat jongeren verdwalen op weg naar het mbo."
Er zijn verschillende redenen waarom de jeugd steeds vaker 'verdwaalt'. Zo kampen steeds meer jongeren met mentale problemen, basisvaardigheden (zoals plannen, taal en rekenen) zijn soms minder sterk ontwikkeld en de studiekeuze wordt als steeds lastiger ervaren.
Het mbo heeft daarbij nog altijd last van vooroordelen. Dat weet ook Gert-Jan Egberink: "Het helpt jongeren inderdaad niet als er te veel in niveaus wordt gedacht: vmbo, havo, vwo, mbo. Denk liever in competenties: wat past bij de talenten, interesses en mogelijkheden van deze jongere?"
Jongeren moeten hun vervolgopleiding met hun hart kiezen, maar ze moeten daarnaast ook hun hoofd blijven gebruiken, vertelt de Oldenzaler: "Kiezen met je hart alleen is niet genoeg. Jongeren hebben realistische beelden en ervaringen nodig. Wat houdt een beroep in? Hoe ziet een werkdag eruit? Welke vaardigheden vraagt een opleiding? Welke kansen zijn er op de arbeidsmarkt? En past dat bij wie je bent en wat je kunt?"
Daarom is loopbaanoriëntatie zo belangrijk, vertelt hij: "Niet als losse voorlichting of een brochure, maar als een doorlopend proces waarin jongeren ervaringen opdoen, daarover praten en steeds beter leren kiezen. Ouders, vrienden en omgeving hebben invloed op die keuze."
Het Twents Aansluitingsnetwerk krijgt bij dit alles steun van De Twentse Belofte. Egberink legt uit wat die samenwerkingsverbanden inhouden: "Het Twents Aansluitingsnetwerk is de regionale samenwerking waarin vmbo- en mbo-scholen in Twente vertegenwoordigd zijn. Daar gaat het bijvoorbeeld over de aansluiting tussen vmbo en mbo, loopbaanoriëntatie, aanmelding, overdracht en een goede start op het mbo. De Twentse Belofte is breder. Die richt zich op jongeren die risico lopen om uit te vallen of buiten onderwijs en werk terecht te komen. Daarin werken onderwijs, gemeenten, Doorstroompunt en andere partners samen." Volgens Egberink versterken die twee elkaar: "Het Aansluitingsnetwerk brengt de onderwijsketen bij elkaar. De Twentse Belofte voegt expertise toe rond jongeren met complexere ondersteuningsvragen en verbindt ook gemeenten en samenwerkingsverbanden aan de aanpak."
In het persbericht dat na de ondertekening werd rondgestuurd staat 'dat de partijen willen voorkomen dat de begeleiding van jongeren te veel verschilt per school, opleiding of locatie.’ Maar als maatwerk het antwoord is, dan móét die begeleiding toch juist verschillen?
Egberink legt uit: "Maatwerk betekent inderdaad dat je kijkt wat een jongere nodig heeft. Dus de begeleiding hoeft niet voor iedereen hetzelfde te zijn. Maar maatwerk is iets anders dan willekeur. Voor jongeren en ouders moet de overgang herkenbaar, begrijpelijk en voorspelbaar zijn. Zij moeten weten waar ze aan toe zijn, welke ondersteuning mogelijk is en wie waarvoor verantwoordelijk is."
De komende maanden worden er teams geformeerd binnen mbo en vmbo die de opgehaalde signalen vertalen naar concrete verbeterpunten. "Waar loopt de overdracht vast, wanneer raakt een leerling uit beeld, hoe wordt informatie gebruikt en wie pakt welk signaal op?"
Wanneer gaan de leerlingen en hun ouders er iets van merken? "De opdracht loopt over meerdere schooljaren, maar de eerste duidelijkheid moet eerder ontstaan. In de tweede helft van dit jaar moeten de belangrijkste prioriteiten, rollen en eerste verbetervoorstellen helder zijn. Daarna gaat het om het uitvoeren van de plannen, het volgen van wat werkt en het borgen daarvan in de normale werkwijze van scholen."