Het kabinet komt met een plan om mbo-scholen in de regio te behouden. Daarin staat dat mbo's in onder meer Twente extra geld krijgen om open te kunnen blijven. Dat geld is afkomstig van mbo-scholen in de rest van het land, die er daardoor iets op achteruitgaan. De MBO Raad mocht hierover meepraten en toont begrip voor de herverdeling: "We zien de noodzaak om solidair te zijn."
Al jaren daalt het aantal studenten in het mbo, vooral doordat er minder jongeren zijn dan vroeger. In sommige regio's daalt het aantal studenten de komende vijftien jaar met maar liefst een kwart. Dat leidt op zo'n tien mbo-scholen tot problemen, omdat ze betaald krijgen per student. Zij dreigen al langer locaties te moeten sluiten.
Ook het studentenaantal van het ROC van Twente, de grootste instelling voor beroepsopleidingen in Overijssel, daalt. De daling werd in 2020 ingezet. Eerder gaf het schoolbestuur al aan daarom op termijn locaties te zullen moeten sluiten.
"We gaan zorgen dat de mbo-instellingen in de krimpregio's overeind blijven. Omdat je ook in die regio's een volwaardig mbo-aanbod wilt hebben", zegt minister Rianne Letschert van Onderwijs. "Je moet er niet aan denken dat studenten uit die regio's wegtrekken en er door een gebrek aan onderwijs nooit meer terugkeren."
Volgens het plan krijgen scholen straks minder betaald per leerling, maar komt daar een vast bedrag per school voor terug. Dat moet concurrentie tussen scholen tegengaan. Voor mbo's in krimpregio's komt daar een extra bedrag bovenop, de zogeheten toegankelijkheidstoeslag.
De MBO Raad, die de belangen van het middelbaar beroepsonderwijs behartigt, heeft meegepraat over de totstandkoming van de plannen. Een woordvoerder laat weten dat de raad 'niet ontevreden' is. "Omdat het om een herverdeling van geld gaat, betekent het wel dat scholen in bijvoorbeeld de Randstad minder geld krijgen. Daar zit wel een zorg voor ons."
Volgens voorspellingen van het ministerie verschuift er ongeveer 66 miljoen euro van scholen in het midden van het land naar scholen in krimpregio's. De scholen die bijdragen, leveren gemiddeld 1,5 procent van hun budget in, met enkele uitschieters tot 4 procent.
Toch is de MBO Raad overwegend positief. "Het is heel goed dat mbo's in krimpregio's nu opleidingen in stand kunnen houden. Ook scholen in niet-krimpregio's hebben met het plan ingestemd, het is dus wel breedgedragen. We zien de noodzaak om solidair te zijn."
De Tweede Kamer en Eerste Kamer moeten het plan nog goedkeuren. Als dat lukt, hoopt het ministerie het in 2029 in te voeren.