Voor veel mensen is corona verleden tijd. Maar wie destijds alleen op een kamer zat, zijn zaak overeind moest houden of geliefden verloor, weet dat die periode sporen naliet. We hebben de draad weer opgepakt en kijken liever niet terug. Toch is dat wat de parlementaire enquêtecommissie Corona in Den Haag nu juist wel doet. Voor RTV Oost en de streekomroepen, waaronder 1Twente, aanleiding om uit te zoeken wat corona deed met de Overijsselse samenleving en welke gevolgen daarvan zes jaar later nog merkbaar zijn. Een week lang blikken we hier terug.
De mondkapjes zijn al lang uit het straatbeeld verdwenen, de anderhalve meter is geen dagelijkse zorg meer en de avondklok lijkt bijna onwerkelijk. Jaren later zijn er nog hele bevolkingsgroepen bij wie de coronaperiode (2020-2022) sporen heeft nagelaten.
In Den Haag onderzoekt een parlementaire enquêtecommissie het coronabeleid van destijds. De commissie kijkt terug op de keuzes die de regering maakte in de strijd tegen het virus. Waren de maatregelen nodig? Had het anders gekund? En welke lessen moeten worden getrokken voor een volgende crisis?
Corona was niet alleen een Haagse kwestie van persconferenties, maatregelen en besmettingscijfers. Het raakte het dagelijks leven in dorpen en steden, aan keukentafels, in klaslokalen, verzorgingshuizen, sportkantines, cafés en verenigingsgebouwen.
Engelbert Borkent, destijds eigenaar van cafetaria Toon's Eten in Hengelo, weet nog hoe hard de boodschap binnenkwam toen de horeca dicht moest. "Ik dacht: ik ben failliet, ik ben kapot, dit komt nooit meer goed." Zijn zaak bleef overeind, onder meer doordat hij net was begonnen met bezorgen. Maar de schrik van die eerste weken is hij niet vergeten.
Toen het coronavirus zich verspreidde, veranderde het gewone leven in hoog tempo. Handen schudden en knuffelen mochten niet meer. Mensen hielden afstand van elkaar. Scholen gingen dicht, lessen verhuisden naar laptops en keukentafels. Horecazaken, theaters en sportclubs moesten de deuren sluiten. Ouderen in zorgcentra kregen nauwelijks nog bezoek. Tijdens de lockdowns - in 2021 zelfs met een avondklok - werd de wereld kleiner.
Voor kinderen en jongeren betekende dat: minder school, minder sport en minder contact met vrienden. Voor ondernemers was het de vraag hoe lang ze het financieel konden volhouden. Voor ouderen in verzorgingshuizen werd hun kamer de wereld. En voor verenigingen, koren en culturele groepen viel juist dat weg wat hen bij elkaar hield: samenkomen.
Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer is kritisch op de manier waarop kinderen en jongeren destijds zijn geraakt. Het sluiten van scholen en het verplichte thuisonderwijs noemt ze 'een schending van de kinderrechten'. Volgens haar speelden kinderen een rol in beleid, dat vooral bedoeld was om volwassenen thuis te houden.
Niet ieder kind had dezelfde ervaring. Sommige basisschoolkinderen vonden thuisonderwijs juist prettig, omdat er meer rust was of meer aandacht van ouders. Maar vooral middelbare scholieren hadden het zwaar. Juist in die leeftijd zijn school, vrienden en de buitenwereld belangrijk voor hun ontwikkeling.
Jeugdarts Wafae Lasfar van de GGD Twente zag dat de pandemie jongeren raakte. Vooral kinderen die het vóór corona al moeilijk hadden, kregen het zwaarder. "We zagen meer kinderen met eenzaamheid, somberheid en angsten", zegt ze. Toen school, sport en familiebezoek wegvielen, verdwenen ook structuur en houvast.
Ook in het culturele leven werd duidelijk hoe belangrijk contact is. Repetities via Teams of Zoom konden het samenzijn niet vervangen. Sommige verenigingen weken uit naar buitenlocaties om elkaar toch te kunnen blijven zien. De Enschedese cultuurcoach Jacintha Blom zag hoe mensen begonnen af te haken naarmate de maatregelen langer duurden. Niet alleen muziek, zang of toneel werden gemist, maar vooral het gevoel ergens bij te horen.
Voor ouderen in verzorgingshuizen was de coronatijd vaak eenzaam. Bezoek viel weg, activiteiten werden geschrapt en bewoners moesten op hun kamer blijven. Mevrouw Wolf (88) uit Zwolle herinnert zich vooral de stilte. "Dat was niks aan, want je mocht de deur niet meer uit." Ze keek televisie, maakte legpuzzels en wachtte tot er weer iets mocht.
Volgens de Zwolse is de zorg sinds corona erg veranderd. "Eerst was het gezellig, maar nu is er te weinig contact met de mensen. Ze zijn allemaal op zichzelf. We moeten onszelf vermaken. Voor corona kwamen de meisjes van de zorg hier nog wel eens om met me te wandelen, maar dat gebeurt niet meer. Voor een babbeltje hebben ze ook geen tijd meer."
Het coronavirus overviel ons in 2020 en hield de samenleving twee jaar in de greep. Door de lockdown en een avondklok viel het leven stil. Inmiddels hebben we de draad weer opgepakt en kijken we liever niet terug. Toch is dat wat de parlementaire enquêtecommissie in Den Haag nu juist wel doet. In vijftig verhoren met deskundigen en bewindslieden onderzoekt de commissie welke lessen we kunnen leren uit de coronaperiode. Voor RTV Oost, 1Twente en 1Zwolle aanleiding om uit te zoeken wat corona deed met de Overijsselse samenleving en welke gevolgen daarvan zes jaar later nog merkbaar zijn.
Vandaag: terugkijken en lessen trekken
Nu de enquêtecommissie terugkijkt, ruim zes jaar na de uitbraak van het coronavirus, komen ook in Overijssel de herinneringen terug. Niet als één groot verhaal, maar als losse ervaringen van mensen die allemaal op hun eigen manier door dezelfde tijd gingen. De één verloor inkomen, de ander ritme, vrijheid of contact. Sommige gevolgen zijn verdwenen, anderen zijn gebleven. De komende tijd vertellen Overijsselaars hoe zij de coronajaren hebben beleefd.