"Niemand kijkt eigenlijk naar de schade op het gebied van rouw." Zes jaar na de coronapandemie ziet uitvaartonderneemster Karen Hof uit Boekelo nog altijd de gevolgen van de beperkingen tijdens die periode. Niet zozeer door de kleinere uitvaarten, maar door alles wat mensen niet konden doen. “Er ontstonden heel veel had-ik-maar-haakjes. En die draag je je leven lang mee."
Hof begeleidt al jarenlang families in Twente (en in de rest van Nederland - en zelfs Duitsland) tijdens en na het stervensproces. Niet met een standaard draaiboek, maar met afscheid op maat. Juist daarom merkte ze tijdens de coronajaren hoe ingrijpend de beperkingen waren.
Ze herinnert zich nog goed een telefoontje, aan het begin van de pandemie. Een dochter belde. Haar vader was overleden. Hij was in het ziekenhuis gestorven, zonder dat de familie afscheid had kunnen nemen. “Het was voor dit gezin heel moeilijk, omdat zij allemaal in de zorg werken. Dat je met zo’n achtergrond dan niks kan doen, is heel vervelend”, aldus de Boekelose met een gevoel voor understatement.
"Niemand kijkt eigenlijk naar de schade op het gebied van rouw", vertelt Hof. "Destijds ging de aandacht vooral uit naar de regels: dertig mensen bij een uitvaart, afstand houden, mondkapjes." Maar de echte schade zat volgens de uitvaartbegeleidster niet in de kleinere uitvaarten; die zat ergens anders. "Je kon niet aan het bed zitten, niet die laatste woorden delen. Die dingen zorgen na een overlijden voor extra stress, je gaat het jezelf kwalijk nemen. Je gaat denken aan wat je allemaal had kunnen doen, ik noem dat had-ik-maar-haakjes.”
Het coronavirus overviel ons in 2020 en hield de samenleving twee jaar in de greep. Door de lockdown en een avondklok viel het leven stil. Inmiddels hebben we de draad weer opgepakt en kijken we liever niet terug. Toch is dat wat de parlementaire enquêtecommissie in Den Haag juist wel doet. In vijftig verhoren met deskundigen en bewindslieden onderzoekt de commissie welke lessen we kunnen leren uit de coronaperiode. Voor RTV Oost, 1Twente en 1Zwolle aanleiding om uit te zoeken wat corona deed met de Overijsselse samenleving en welke gevolgen daarvan zes jaar later nog merkbaar zijn.
Vandaag: de uitvaartzorg
Juist die gemiste momenten kunnen volgens de Boekelose het rouwproces langdurig beïnvloeden." Je zoekt iemand of iets om boos op te zijn. Dat is heel menselijk. Maar als je daarin blijft hangen, stolt de rouw. Dan wordt die niet meer vloeibaar."
Bij het gezin dat zij begeleidde, besloot ze daarom bewust een andere richting op te gaan. "Ze hadden het alleen nog maar over hoe verschrikkelijk het was. Toen heb ik gezegd: we gaan een afspraak maken. We gaan het vandaag over alles hebben, behalve hierover. Dit weet je al. Houd het niet steeds actueel. Dat bleek achteraf één van de beste dingen die ik voor hen heb kunnen doen."
Tegelijkertijd ontstond er door die pandemie ook iets nieuws in uitvaartland. Door de beperkingen gingen families anders nadenken over afscheid nemen. Doorrijcondoleances, groeten vanuit de auto en uitvaarten in de achtertuin kwamen op gang. “Waarom doen we eigenlijk altijd wat we altijd al deden? Dat gingen mensen zich ineens afvragen.”
Die creativiteit ziet Hof als iets positiefs dat uit die tijd is voortgekomen. Waar vroeger automatisch werd gekozen voor een aula met koffie en cake, kiezen families nu bewuster voor een vorm die past bij de overledene. “Alsof corona daarvoor toestemming gaf. Mensen ontdekten dat afscheid nemen iets is wat je zelf mag vormgeven. En wij zijn er dan om dat mogelijk te maken.”
Die ontwikkeling past in een bredere trend. In Twente vindt inmiddels naar schatting 80 tot 90 procent van de uitvaarten plaats in besloten kring of op uitnodiging. Dat betekent niet per se dat afscheid nemen kleiner is geworden, maar wel persoonlijker. Families kiezen met meer aandacht wie erbij is en op welke manier ze afscheid willen nemen. Volgens Hof is het afscheid daardoor minder een vast ritueel en steeds vaker iets dat echt aansluit bij degene die is overleden en de mensen die voortbestaan.
“Iedereen had het over die dertig mensen bij een uitvaart. Maar dat was niet de kern. Sterker nog, sommige mensen vonden het stiekem wel fijn dat het klein moest blijven. Dan hoefden ze zelf niet te kiezen wie er wel of niet mochten komen.”
Voor de Boekelose zat de echte impact in alles wat families niet meer konden doen, in die had-ik-maar-haakjes: niet aan het bed zitten, niet nog één gesprek voeren, niet samen afscheid nemen zoals ze hadden gewild. "En die draag je je leven lang mee."
Met het gezin uit het begin van haar verhaal heeft Hof nog altijd contact. “Ik zit daar nog regelmatig aan tafel. Dat is een band voor het leven geworden. Omdat we toen samen van het gebaande pad afweken. We mochten bijna niks, maar sommige dingen deden we toch. Dan verzorgden we vader buiten. Soms zijn dat de enige dingen die je mensen nog kunt geven.”