Enschede is een stad met bijna 30.000 studenten. Een actieve jongerencultuur met feesten, festivals en uitgaan kan daar niet ontbreken. Welke rol drugsgebruik daarin speelt, is een vraag die de gemeente Enschede bezighoudt.
Begin februari blijkt uit onderzoek dat er omgerekend zo'n 23.000 lijntjes coke per dag door de Enschedese riolering spoelen. De gemeente reageert met een campagne. Drugsgebruik onder jongeren zou volgens hen steeds meer worden genormaliseerd. Maar is het echt normaler geworden om een lijntje te snuiven of een pilletje te slikken tijdens een avondje uit?
Om dat te kunnen beantwoorden moeten we kijken naar de lokale cijfers. Elf procent van de Enschedese volwassenen heeft ooit cocaïne gebruikt en vijftien procent 3MMC of 4MMC, blijkt uit onderzoek van GGD Twente. 35 procent van de Enschedese jongvolwassenen (16-25 jaar) heeft ooit drugs anders dan cannabis gebruikt. Dit is gemiddeld meer dan in de rest van Twente.
In de podcast De lijntjes van Enschede gaan we dieper in op drugsgebruik in Enschede. In aflevering twee, 'Vind je dat normaal?', praten we over de normalisering van drugs, onder andere met twee jonge vrouwen uit Enschede die zelf gebruiken.
Jeannette Ooink van verslavingszorg Tactus waarschuwt voor overhaaste conclusies. "Ik verwijs toch naar de tachtig procent van de Nederlanders die helemaal niet gebruikt. Wil je de focus leggen op de kleinere groep die wel gebruikt en zeggen 'zie je, het is normaal'? Of zeg je: die tachtig procent, dát is dus normaal. Het is maar net hoe je ernaar kijkt."
Het Trimbos-instituut waarschuwt al langer voor onzorgvuldig gebruik van de term normalisering. De meeste mensen hebben namelijk nog nooit drugs gebruikt. Maar voor bepaalde groepen ligt dat anders. Mensen die uitgaan gebruiken vaker drugs dan mensen die niet uitgaan, en jongeren vinden vaker dat drugsgebruik 'moet kunnen' dan oudere leeftijdsgroepen. Normalisering is dus sterk afhankelijk van de groep en de context.
Bovendien waarschuwen ze voor een onbedoeld effect. Wie vaak en nadrukkelijk communiceert dat drugsgebruik normaal is geworden, kan onbedoeld bijdragen aan het beeld dat meer mensen gebruiken dan daadwerkelijk het geval is.
Ooink herkent dat risico. "Als je heel erg de focus legt op: het is normaal geworden, dan kan het zelfs de nieuwsgierigheid opwekken bij niet-gebruikers om het zelf ook eens te proberen. Dat is natuurlijk helemaal niet wat je wil."
Mario Delogu werkt al bijna 21 jaar als jongerenwerker in Enschede, voornamelijk in stadsdeel Zuid. Hij herkent het beeld uit het rioolwateronderzoek niet direct vanuit zijn dagelijkse werk. "Het verbaasde me dat we zo hoog stonden in vergelijking met de grote steden. Maar onder de jongeren waarmee ik werk, zie ik die verandering niet zo."
Volgens Delogu reageert een groot deel van de jongeren in zijn omgeving juist afwijzend op drugsgebruik. "Als iemand een jointje aansteekt, zijn er jongens die zeggen: wil je even verder weg staan, vieze troep. En als ze horen dat iemand het zwaardere spul gebruikt, wordt diegene al snel een junkie genoemd."
De cijfers van de GGD lijken dit te bevestigen. Onder de Enschedese jeugd (13-16 jaar) ligt het percentage dat ooit drugs heeft gebruikt veel lager, namelijk vier procent. Een mogelijke verklaring is het verschil in koopkracht: jongeren van twintig jaar en ouder hebben doorgaans meer te besteden dan tieners. In Nederland schommelt de gemiddelde straatprijs van een gram cocaïne volgens het Trimbos-instituut rond de vijftig euro.
De normalisering die Delogu wel ziet, situeert hij dan ook bij een oudere groep jongeren. "Dat gebruik van het zwaardere spul ligt wat mij betreft niet zozeer bij de jeugd, maar meer bij de twintig-plussers in de clubscene en op festivals. Daar is het niet meer zo raar, want degene naast je doet het ook."
Dat drugsgebruik onder jongeren volledig genormaliseerd zou zijn, blijkt dus niet helemaal het geval. Het normaal vinden van gebruik speelt vooral binnen een specifieke groep: jongvolwassenen in de clubscene en op festivals.
Zowel Tactus als Delogu benadrukken dat effectieve preventie vraagt om een lange adem: herhaling en samenwerking en niet om een eenmalige postercampagne. "De kracht zit hem in herhaling," zegt Delogu.