Journalist en historicus Marco Krijnsen schreef er in 2023 over in ‘Overijssel & slavernij’. Presentatrice en historicus Griselda Molemans-Visser gaf er vorig jaar een lezing over in de MuseumFabriek, waar een groot wandkleed over het thema hangt, en schoof bij 1Twente achter de microfoon. Onze textielgeschiedenis is nauw verweven met die van de slavernij. En met koloniale uitbuiting. Een ongemakkelijk verhaal, waarover lang niet is gesproken.
Boven het Ei van Ko, in de Enschedese binnenstad, wapperen kleurrijke vlaggetjes. Het zullen er al gauw zo’n 250 zijn, met gestileerde afbeeldingen van de mensen, katoenplanten en voorwerpen die verwijzen naar slavenarbeid. Via een QR-code op het bord bij de ingang van het Stadhuis zijn de verhalen achter de vlaggen te beluisteren.
Dat Stadhuis is een prachtexemplaar, van binnen en van buiten. Het is van een soberheid die past bij Twente, maar vergis je niet: dit ontwerp en het interieur hebben een hoop geld gekost. Dit is sobere chique. Enschede was steenrijk en dat mocht de wereld weten. Zonder er al te ‘greuts’ over te doen.
De ironie: de centen voor het Stadhuis, achter het bord met de QR-code, zijn verdiend over de ruggen van slaven. Niet alleen op Amerikaanse plantages, ook op katoenvelden in de Nederlandse wingewesten.
Zeker: in de dertiger jaren van de vorige eeuw, toen het Stadhuis werd gebouwd, was die slavernij afgeschaft. Formeel. Niet helemaal, maar wel bijna. Zonder dat spotgoedkope katoen van gratis arbeid, was de Twentse textielindustrie blijven steken bij de verzameling schuurtjes en zolders waar sinds mensenheugenis vlas tot linnen werd gekneusd, gesponnen en geweven.
En zonder de slaven in de wingewesten was die tot duizelingwekkende hoogte gestuwde industrie halverwege de negentiende eeuw abrupt de nek omgedraaid. In Amerika woedde een burgeroorlog. De handel met de katoenplantages in het zuiden viel stil, de wereldhandel stagneerde.
Maar Nederland had een alternatief: katoen en kapok uit de koloniën. Bijkomend voordeel: daar had je meteen een enorme afzetmarkt. Indonesië werd vanaf die tijd overspoeld met Twentse katoentjes, de schoorstenen in de regio braakten meer rook dan ooit.
De verhalen van fabrieksarbeiders en hun gezinnen, die van heinde en verre naar Twente kwamen en ook goedkope arbeid leverden, zijn vaak verteld. Net als de verhalen over de fabrikanten. De boze en de trotse verhalen; die van uitbuiting, kansloze stakingen en kinderarbeid, en die van nieuwe stenen huizen, scholing, ziekenzorg en parken voor de burgerij.
Over de arbeiders aan de andere kant van de wereld, die als vee werden gekocht en daarna ingezet tot ze er bij neervielen, weten we vrijwel niets. We hebben het er nooit over gehad. Zijn er nooit naar op zoek geweest.
Nu wapperen er een paar boven het Ei van Ko. Met de bijdragen van Krijnsen en Molemans-Visser - en een groot wandkleed in de MuseumFabriek - zou je het een schoorvoetend begin kunnen noemen.
Sites of Memory Stichting
Judith Westerveld (beeldend kunstenaar)
Jörgen Cario (dichter/muziekproducent)
9 t/m 24 september
Ei van Ko (Langestraat, Enschede)