Is het normaal dat een inwoner die een dwangsom ontvangt vanwege een 'treuzelende overheid', vervolgens een bijstandsuitkering verliest omdat hij of zij ineens te veel spaargeld heeft? Voor een antwoord op die vraag was de hoop in Enschede gevestigd op VVD-minister Thierry Aartsen. Maar die heeft de wat onhandig geformuleerde Kamervragen van Nicole Moinat (Groep Markuszower) niet volgens de geest, maar strikt naar de letter beantwoord. En daarmee blijft de speelruimte binnen de Participatiewet in nevelen gehuld. Vanuit Enschede is al wel een lobby gestart om die onduidelijkheid weg te nemen.
Het pijnlijke is dat aan de Kamervragen van Moinat een specifieke casus voorligt. Namelijk die van een inwoonster van Enschede, een gedupeerde van de toeslagenaffaire. De vrouw kreeg vorig jaar een maximale dwangsom van 15.000 euro toegewezen, omdat er niet binnen de wettelijke termijn is gereageerd op een verzoek tot schadevergoeding. Dat moet binnen twaalf weken, maar de uitvoeringsorganisatie die met schadeverzoeken inzake de toeslagenaffaire is behelsd doet daar gemiddeld 78 weken over. Let wel: een dwangsom voor niet tijdig reageren is in de regel 100 euro per dag, wat betekent dat er al 150 dagen ofwel zo'n vijf maanden zijn verstreken na de beslistermijn.
Een dwangsom is in de wet bedoeld als 'prikkel' voor de overheid om sneller te handelen. Maar die prikkel is na het bereiken van het maximumbedrag voorbij. Bovendien wordt de hoogte van de dwangsom volgens de Participatiewet gerekend als vermogen. Dat betekent dat als het 'spaargeld' na ontvangst van een dwangsom boven de 8.000 euro uitkomt, het recht op een bijstandsuitkering vervalt. De uitkering wordt dan stopgezet en de betreffende persoon moet eerst het bedrag boven die 8.000 euro 'opeten' voordat er nieuwe bijstandsaanvraag kan worden gedaan.
Dat gebeurde dus ook de eerder genoemde inwoonster van Enschede. Hoewel de gemeentelijke bezwarencommissie adviseerde om - gezien de impact van de toeslagenaffaire - een uitzondering te maken, deed het college van B&W dat niet. Het gaat hier om zogeheten 'dwingend recht'. Alleen in uitzonderlijke situaties kan er worden afgeweken. In dit geval is geoordeeld dat het handhaven van de uitkering van een gedupeerde van de toeslagenaffaire niet eerlijk is ten opzichte van andere andere bijstandsgerechtigden die een dwangsom krijgen als de overheid in een andere situatie niet binnen gestelde termijnen reageert.
De overschrijding van het maximale eigen vermogen geldt hier overigens alleen voor dwangsommen en niet voor smartengeld. Een gedupeerde van de toeslagenaffaire (of aardbevingsschade in Groningen) die wordt gecompenseerd voor immateriële schade, hoeft dit bedrag niet als inkomen of vermogen op te geven als er sprake is van een bijstandsuitkering. Dit wordt in het geval van de toeslagenaffaire ook wel compensatiegeld genoemd.
Dit is belangrijk om te vermelden, omdat Kamerlid Moinat in haar vragen aan minister Thierry Aartsen van Werk en Participatie dwangsom en smartengeld door elkaar lijkt te halen. In de vragen wordt namelijk de situatie van de inwoonster van Enschede specifiek aangekaart, maar wordt de indruk gewekt dat zij compensatiegeld heeft ontvangen, terwijl het dus gaat om een dwangsom. Aartsen heeft de vragen vervolgens letterlijk beantwoord. Zo wordt de vraag van Moinat of de minister er voor wil zorgen dat compensatiegelden voor gedupeerden van de toeslagenaffaire buiten de vermogenstoets of inkomenstoets vallen kort samengevat beantwoord met: dat gebeurt al.
De vraag of er ruimte is om ook dwangsommen - al dan niet alleen voor gedupeerden van de toeslagenaffaire - buiten beschouwing te laten bij bijstandsuitkeringen is dus niet beantwoord. En dat is juist waar in Enschede op werd gehoopt, blijkt uit beantwoording van schriftelijke vragen van raadslid Erwin Versteeg van Belang van Enschede. Het college vindt dat er een landelijke discussie op gang moet komen. Dat het in dit geval om een gedupeerde van de toeslagenaffaire gaat, maakt het extra pijnlijk. "Het is een probleem dat bij het Rijk ligt, maar dat zijn weerslag vindt in gemeenten. Het is een systemische uitdaging, wat maakt dat het lastig is om voor helderheid te zorgen op dit vraagstuk in de uitvoering", aldus een gemeentewoordvoerster.
Wethouder Arjan Kampman (PvdA) is via de Vereniging Nederlandse Gemeenten betrokken bij een commissie die gaat over arbeidsparticipatie en schuldhulpverlening. Via dit gremium heeft hij het vraagstuk ook bij minister Aartsen aangekaart. Het gaat dan niet specifiek om de Enschedese casus. "De gemeente pleit voor eenduidigheid en duidelijkheid. Deze situatie heeft kunnen ontstaan omdat de afwikkeling al veel te lang duurt", aldus de woordvoerster. "De gemeente pleit niet direct voor een wetswijziging, maar wel dat we de discussie hierover voeren, gelet op het gevoel van onrechtvaardigheid in de samenleving. Dit brengen we onder de aandacht bij het Rijk, zodat men de Participatiewet op dit punt mogelijk nog eens tegen het licht kan houden."