Omdat er maar geen besluit komt over het toekennen van een vergoeding voor immateriële schade, heeft een Enschedees slachtoffer een dwangsom ontvangen. Het bedrag van 15.000 euro is afgelopen zomer op de bankrekening gestort en de inwoner heeft dat bij de gemeente gemeld. Niet veel later komt het bericht dat de bijstandsuitkering van de persoon per direct wordt ingetrokken. Door de dwangsom is het eigen vermogen namelijk boven de wettelijke grens gekomen. Ondanks een advies van de Commissie bezwaarschriften om de uitkering in stand te laten, ziet het college daarvan af.
De trage overheid is waar veel slachtoffers van de toeslagenaffaire mee te maken hebben. Tienduizenden Nederlanders hebben een verzoek tot schadevergoeding ingediend bij de speciaal daarvoor in het leven geroepen uitvoeringsorganisatie. Maar waar de wettelijke beslistermijn voor zo'n verzoek is vastgesteld op 12 weken, doet de instantie er gemiddeld 78 weken over. Bij overschrijding van deze termijn kan er een dwangsom worden geëist die oploopt tot maximaal 15.000 euro. Deze dwangsom is bedoeld als 'prikkel' om tot snellere besluitvorming te komen.
En dat is precies wat de persoon in kwestie heeft gedaan. Maar vervolgens moest de inwoner van Enschede het bedrag 'opeten'. De bijstandsuitkering is namelijk stopgezet, omdat het totale eigen vermogen (zeg maar het spaargeld) boven de 7.700 euro is uitgekomen. En de wet schrijft voor dat vanaf die grenswaarde een inwoner in staat is om in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien. En dus geen recht heeft op een bijstandsuitkering.
Een ontvangen dwangsom wordt volgens de Participatiewet bij het vermogen opgeteld. En het college van Enschede houdt strak vast aan die regel. In eerdere zaken met Enschedeërs - of zij nou wel of niet slachtoffer waren van de toeslagenaffaire - is dat volgens het college ook gedaan. Omdat de inwoner zelf melding heeft gedaan van het ontvangen van de dwangsom is de 'meldingsplicht' niet geschonden en hoeft er dus niets worden terugbetaald. Zodra het het vermogen onder de grenswaarde is gezakt, kan er weer een nieuwe bijstandsaanvraag worden ingediend.
De inwoner van Enschede heeft het er niet bij laten zitten en heeft bezwaar aangetekend tegen de beslissing. De gemeentelijke Commissie bezwaarschriften heeft de zaak behandeld en inmiddels advies uitgesproken. Dat advies luidt om de uitkering niet stop te zetten, omdat het slachtoffer zo dubbel benadeeld wordt en dat 'het doel van de hersteloperatie zou ondermijnen, die juist gericht is op erkenning en herstel van aangedaan onrecht'.
Omdat de bezwarencommissie alleen adviezen geeft, kan het college deze naast zich neerleggen. En dat is ook wat nu gebeurt. Volgens B&W kan niet anders dan tot stopzetten van de uitkering zijn overgegaan, omdat ontvangen dwangsommen bij het vermogen worden opgeteld. 'Voortzetting van de bijstand, ondanks vermogensoverschrijding als gevolg van ontvangen dwangsommen, enkel bij slachtoffers van de toeslagenaffaire, waar in alle andere gevallen de bijstand wel wordt ingetrokken staat ook op gespannen voet met het gelijkheidsbeginsel', schrijft het college. Met andere woorden: zij zou dat oneerlijk vinden tegenover anderen, die wel hun uitkering kwijtraakten na het ontvangen van een dwangsom.
Indien de persoon in kwestie uiteindelijk een vergoeding ontvangt voor geleden immateriële schade als gevolg van de toeslagenaffaire, dan valt dit niet onder inkomen of vermogen dat wordt getoetst voor het ontvangen van een bijstandsuitkering. Een uitkering zal volgens het college in zo'n geval niet worden stopgezet.