Zes woonblokken, 151 woningen, een wederopbouwwijk. Gebouwd in de twee decennia na de Tweede Wereldoorlog. Op 11 mei gaat er een hek om het eerste blok. Ergens in 2031 moeten de eerste nieuwe woningen zijn opgeleverd. Achter die gedaantewisseling schuilt het verhaal van een buurt en haar bewoners. Fotograaf Tessa Wiegerinck, één van hen, legde dat verhaal vast. Ze exposeert in haar oude woonkamer.
Wiegerinck doet het venster open en gebaart: “Achterom, via de binnentuin. Had ik even op de uitnodiging moeten zetten.” Ze woonde bijna vijf jaar op de eerste twee verdiepingen van het woonblok aan de Meteorenstraat in Twekkelerveld. Een maisonette. “Ik heb op veel verschillende plekken in Enschede gewoond, maar hier voelde ik me het meest thuis”, zegt ze, als we in de woonkamer staan.
Grote vensters. Over de hele breedte en van plafond tot vensterbankhoogte. Typisch voor veel wederopbouwarchitectuur. Licht na duistere tijden. Warmte-technisch niet ideaal, tenzij de zon schijnt. Maar het levert, behalve een prachtige lichtval, veel gevoel van ruimte in een toch kleine woning op.
Wiegerinck staat voor een schouwtje. Standaard, blijkt als ik even later het bijna verlaten complex verken. De schoorsteen is ontworpen voor een kolenkachel, vermoed ik. Al werden toen dit werd gebouwd ook de eerste Groninger gasvelden aangeboord. Het appartement telt twee trappen. Op de bovenverdieping drie slaapkamers met inbouwkasten, beneden een inpandige schuur.
“Het zijn veel kleine dingen die maken dat je je thuis voelt.” De fotograaf is voor een paar weken terug in het huis dat ze in juni verliet. Boven het schouwtje en aan de wanden hangen foto’s. Zo nu en dan lopen er mensen binnen; voornamelijk buurtgenoten die hun verhaal vertelden en zich lieten portretteren. Of die zelf foto’s maakten van hun thuis en buurt.
Een enkeling is nog niet vertrokken. Zij hebben nog vijf dagen. De meesten hebben inmiddels een nieuwe stek, maar tegen wil en dank. “Sommigen hebben hier twintig, dertig jaar gewoond.”
Op één van de foto’s staat een bolderend meisje. Ze maakt gebruik van in kruisvorm gemetselde, uitstekende bakstenen van een gevel zoals je die overal in de buurt aantreft. Langs de galerijen, aan de zijde van de binnentuin, hangen waslijnen. Over de volle lengte. Hier en daar wappert nog verlaten wasgoed. “Dat is zo fijn aan deze buurt. Plekken waar je elkaar ontmoet.”
Lees verder onder de afbeelding.
Wiegerinck vertelt over overbodige spullen die werden gedeeld, een doos ijsjes die op een warme zomerdag in de binnentuin van hand tot hand ging. “We liepen elkaar de deur niet plat, maar contacten zijn zo belangrijk. Juist in deze tijd.”
Als de eerste bewoners van de maisonette van Wiegerinck langskomen, blijkt dat die saamhorigheid er van meet af aan geweest is. We schrijven 1958. In deze flat werd de eerste telefoonaansluiting aangelegd. Was er nood, dan kwamen buren hier bellen. Andersom: de eerste televisie stond een paar deuren verderop. Ook die kijkkast werd gezamenlijk gebruikt.
Voor de schouw stond inderdaad een kolenkachel. De kolen lagen in de kelder. Wasgoed stond te drogen voor die kachel.
Het was tijdens de eerste bewonersbijeenkomst over de plannen met deze buurt, in januari 2024, dat Wiegerinck en haar buurtgenoten hoorden dat de wijk tegen de vlakte ging. Dus: verhuizen. Opnieuw beginnen. “Niet omdat je daar zelf voor kiest, maar omdat anderen kiezen. De effecten daarvan zijn best wel groot.” Dit zijn sociale huurwoningen in de laagste prijsklasse. Elders is altijd duurder. Net als terugkeren, als dat al mogelijk is.
Eén oud-bewoner is inmiddels verhuisd. “Die had de wens om in elk geval een keer per jaar even met vakantie te gaan. Maar dat gaat niet meer lukken. Het nieuwe huis is duurder.” Een internationale student die even verderop woonde, vond een kamer. “Die kwam hier met niets, moest inrichten en heeft alle nieuw gekochte spullen weggegeven. Daar heeft ze geen plek meer voor.”
Lees verder onder de afbeelding.
Weer anderen ervaren stress. Een gedwongen verhuizing is geen kattepis. “Zeker niet als je een beperking hebt, bijvoorbeeld.”
Dat zijn bewoners die een vast contract hadden. De mensen die er nu nog wonen hebben een tijdelijk huurcontract. “Voor hen is niets geregeld. Die staan over een paar dagen op straat, want er is niets.” Wat Wiegerinck betreft zou er bij alle plannenmakerij veel meer rekening mee gehouden moeten worden met dat soort dingen.
Wat kun je doen, vroeg Wiegerinck zich na die eerste bewonersbijeenkomst af? “Daar werd gedaan alsof je niks kunt doen. Dat klopt niet helemaal.” Ze heeft het uitgezocht. “Formeel moet zeventig procent van de bewoners akkoord gaan met de plannen. Dan gaat er een sociaal plan in werking.” Dat betekent: voorrang op de woningmarkt. Ruim honderdvijftig huishoudens die andere wachtenden verdringen.
“Gebeurt dat niet, dan komen die plannen voor de rechter.” Hadden ze dat meteen geweten, dan was dat een optie geweest. Als je dat al wilt. “Dan moet je een procedure starten en de kans dat je uiteindelijk toch aan het kortste eind trekt, is groot.” Wiegerinck had daar geen zin in. Te negatief. Ze besloot afscheid te nemen. Niet alleen voor zichzelf, maar met buurtbewoners.
“Ik ben vanaf dat moment de buurt gaan vastleggen.” Met een wijkbudget werden wegwerpcamera’s gekocht, acht buurtbewoners kregen er een en deden mee. Een selectie van de platen die zij schoten hangen nu hier. “Zij vertelden hun verhaal, ik heb een portret van hen gemaakt.”
Lees verder onder de afbeelding.
Op de keukenmuur prijken afdrukken van de bewoners die meewerkten. Achtergebleven inkt van natgemaakte foto’s. Wiegerinck lacht. “Zo gaan we allemaal mee in de sloop.” Een opening van de expositie was er niet; “Dat voelde niet goed.” Een afsluiting is er wel. Op 9 mei, met iedereen die hier woonde en nog een keer een voordeur dicht wil doen.