Enkele honderden Enschedeërs verzamelden zich maandagavond ondanks de forse regenbuien rondom de beelden van Mari Andriessen in het Volkspark, voor de jaarlijkse 4 mei-herdenking herdenking bij het oorlogsmonument. Indruk maken de woorden van Loewana Weiss van Sinti-afkomst, die het verhaal van haar familie in de Tweede Wereldoorlog vertelt en wat dat verhaal met haar doet: “Ik wil het niet vergeten en hun verhaal vertellen tot iedereen het weet.”
Al heel vroeg verzamelen mensen zich rondom de beeldengroep in het Volkspark. Paraplu’s mee, want er komt regen. Dat weerhoudt een grote groep niet om te herdenken. Dat gebeurt door vooral stil te staan en stil te zijn bij het oorlogsmonument en na de woorden van voorzitter Simon Huiskamp van het 4 en 5 mei comité Enschede te luisteren die de vraag stelt ‘wat kan ik zelf doen en welke bijdragen kan ik leveren’ om onheil af te wenden.
Er worden gedichten voorgedragen, er is muziek en Bennie ter Heide speelt voorafgaand aan de twee minuten stilte de Taptoe. “Dat speel ik nu sinds een aantal jaren. Daarvoor blies ik de Last Post. Maar bij een Nederlandse herdenking hoort de Taptoe”, meldt hij terwijl hij zich klaarmaakt om zijn aandeel voor de zeventiende keer te leveren.
Als Loewana het woord neemt, wordt het steeds stiller. Zij verhaalt hoe haar familie het in een bus onder de grond uithield. “Zo heeft mijn familie het overleefd. Anderen werden naar Westerbork afgevoerd. De meesten kwamen niet terug. Waarom wordt dat verhaal van de Sinti niet verteld? Er werd nooit over gepraat.”
Lees verder onder de afbeelding.
Haar eigen verhaal over hoe zij als ‘zigeuner’ werd behandeld op haar basisschool laat zien dat de oorlog misschien wel voorbij is, maar dat de pijn en het verdriet van generatie op generatie wordt doorgegeven.
“De wereld is een gevaarlijk plek, vertelde mijn vader. Mijn familie is altijd bang. En die angst geef je door als een cadeau dat je niet kunt ruilen. Ik ben ook bang: dat ik word meegenomen, bang dat er oorlog komt. Inmiddels weet ik hoe het zit. Ik wil dat niet vergeten en doorvertellen tot iedereen het weet.”
De politie is zichtbaarder aanwezig dan andere jaren. Zo’n 90 scouts van verschillende groepen, het lijken er ook meer dan andere jaren, maken een erehaag rondom de beelden.
Kransen worden bij de beelden gelegd door het gemeentebestuur, leger, politie, lhbti+ gemeenschap, de slachtoffers van de Japanse onderdrukking, joodse- en de Roma en Sinti-gemeenschap, veteranen, en de burgemeesters van Gronau en Münster en natuurlijk al die Enschedeërs die bloemen hebben meegenomen.