De directeur-bestuurders van twee in opspraak geraakte zorgbureautjes moeten vele tonnen neertellen. Dit nadat ze privé aansprakelijk zijn gesteld in het bankroet rond hun zorgonderneming. Om te bereiken dat ze daadwerkelijk met het geld over de brug komen, is er beslag op hun bezittingen gelegd.
De eigenaren van failliete zorgbureaus weten tot grote frustratie van zakenpartners geregeld de financiële dans te ontspringen. Schuldeisers blijven hierdoor met lege handen achter, in dit geval moeten de zorgondernemers alsnog financieel bloeden.
Het gaat om de directeur-bestuurders van Alera Zorg in Hengelo en AKFA Zorg in Enschede. Dit blijkt uit gisteren gepubliceerde faillissementsverslagen van curator Philippe Schol.
Nadat Alera Zorg destijds op de fles ging, verklaarde de eigenaar tegenover curator Schol dat de coronacrisis zijn bedrijf de das had omgedaan. Later werd echter duidelijk dat de problemen waren ontstaan nadat drie zorgverzekeraars ruim 1 miljoen hadden teruggeëist, na geknoei met zorgdeclaraties.
Dit was voor de curator aanleiding om de twee directeuren persoonlijk aansprakelijk te stellen. Waarop de rechtbank bepaalde dat de twee directeuren vier ton moesten betalen als voorschot op het totale faillissementstekort, becijferd op ruim 1 miljoen euro. Nadat de vier ton naar de curator was overgemaakt, stond er echter nog een rekening open van zes ton.
In zijn verslag van gisteren meldt de curator dat hij voor die zes ton nu een schikking met het zorgduo heeft getroffen.
Behalve dat de rechtbank het duo veroordeelde tot betaling, werd bovendien een bestuursverbod voor vijf jaar opgelegd. Wat inhoudt dat ze gedurende die periode geen nieuw bedrijf mogen beginnen.
Uit onderzoek door RTV Oost bleek dat Alera Zorg in aanloop naar het faillissement – net als een aantal andere omstreden zorgaanbieders – kans had gezien om coronasteun in de wacht te slepen. Voordat Alera Zorg op de fles ging, toucheerde het een kleine 80 mille aan coronasteun.
Het aanvragen van coronasteun was des te opmerkelijker omdat deze regeling in principe niet was bedoeld voor zorgbedrijven.
Akfa was een multiculturele zorgaanbieder die zich bezighield met de begeleiding van cliënten met een verstandelijke beperking. Nadat na problemen met de Inspectie Gezondheidszorg personeelsleden hun biezen pakten en de zorgcliënten elders werden ondergebracht, deed de directeur aan 'struisvogelpolitiek' door simpelweg niet naar zijn onderneming om te kijken. Met als gevolg dat de schulden onvermijdelijk alsmaar verder opliepen.
Nadat de curator hem voor de rechter daagde, oordeelde de rechtbank januari dit jaar dat de zorgondernemer verantwoordelijk is voor de financiële schade. Daarbij gaat het om een vordering van de fiscus van ruim een ton en een claim van vijf schuldeisers van circa 30 mille.
In zijn laatste verslag meldt curator Schol dat de ondernemer heeft aangegeven dat hij een makelaar opdracht gaf zijn woning te verkopen. De curator schrijft dat de overwaarde van het huis naar verwachting voldoende is om de schulden af te lossen.
Los van de twee failliete zorgbureaus boekte curator Schol ook nog succes in een ander dossier. Daarbij gaat het om het failliete Billionpeople uit Enschede, een soort uitvindersbedrijfje dat na het bankroet voor circa 1,3 ton aan schulden achterliet.
Na het faillissement stuitte de curator op het probleem dat de betrokken directeur-bestuurders van Billionpeople in Duitsland zaten en ze vooral met de beschuldigende vinger naar elkaar wezen. Uiteindelijk bepaalde de rechtbank Almelo dat het duo privé aansprakelijk is. Dat gebeurde bij verstek: beide ondernemers kwamen niet opdagen tijdens de rechtszaak. De curator schrijft nu in zijn verslag dat hij met een van de directeur-bestuurders een betalingsregeling is overeengekomen.
Curator Schol laat in een reactie weten dat hij vol vertrouwen is dat het geld in alle drie dossiers er daadwerkelijk komt. "Er zijn beslagen gelegd, waardoor ik niet zo bang ben dat het niet goed komt."