In Twente kiezen jongeren steeds vaker voor een combinatie van leren en werken. Tussen 2014 en 2023 groeide het aandeel jongeren dat zowel een opleiding volgt als een baan heeft van 56 naar 72 procent. Daarmee loopt Twente voor op de landelijke cijfers, blijkt uit de nieuwe Twentse Arbeidsmarktmonitor.
Volgens Edwin van de Wiel, senior onderzoeker bij Kennispunt Twente, is de groei opvallend. “Tien jaar geleden werkte iets meer dan de helft van de jongeren tussen de 15 en 27 jaar. Nu is dat bijna driekwart. Jongeren willen en kunnen steeds meer werken. Als je naar de arbeidsmarkt kijkt, zie je dat iedereen die kan en wil werken daar ook zijn plek vindt”, vertelt hij in de ochtendshow van Twente FM.
Die ontwikkeling heeft volgens hem duidelijke oorzaken. De veranderingen in de studiebeurzen stimuleren jongeren om naast hun studie extra bij te verdienen. Tegelijkertijd heeft de regio te maken met een overvloed aan banen, vooral in de horeca. “Supermarkten worden tegenwoordig ’s avonds grotendeels gerund door studenten”, zegt Van de Wiel.
De Twentse arbeidsmarkt wordt daarnaast sterk bepaald door 15.150 familiebedrijven. Maar liefst 63 procent van de ondernemingen met twee of meer werkzame personen in Twente is familiebezit, aanzienlijk meer dan landelijk. “Dat komt door de economische structuur van Twente, waar veel bedrijven klein zijn en traditie en continuïteit een belangrijke rol spelen”, zegt Van de Wiel. In landelijke gebieden zoals Tubbergen is dit aandeel het hoogst met 76 procent.
Door de kleinschaligheid en het grote aandeel familiebedrijven zijn Twentse bedrijven bovendien minder actief in het toepassen van nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie dan het landelijke gemiddelde.
Toch is er een groep jongeren die niet werkt en geen onderwijs volgt. Voor hen wordt in Twente extra begeleiding geboden, met maatwerktrajecten die helpen om schooluitval te voorkomen en de stap naar werk te zetten. In het programma Twentse Belofte werken onderwijsinstellingen en de veertien Twentse gemeenten samen om jongeren actief te begeleiden naar een opleiding of duurzame baan.
Vanaf 2026 sluit deze aanpak ook aan bij de nieuwe Wet van School naar Duurzaam Werk, waardoor de samenwerking tussen scholen, gemeenten en werkgevers verder wordt versterkt en jongeren een stevige basis voor hun toekomst krijgen.