Welpen, kabouters, verkenners, voortrekkers, vaandriggen en hopmannen. ‘Akela wij doen ons best!’ Hele volksstammen weten meteen waar dat over gaat. In de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw werd in talloze gezinnen de taal van de padvinderij gesproken. Ook in Twente.
De eerste padvindersgroep in Nederland wordt opgericht in 1910. Exacte data zijn niet bekend, maar Twente sloot al snel aan. De beweging groeide razensnel uit tot de grootste jongerenvereniging van het land. Die Twentse afdelingen scoren goed bij landelijke ontmoetingen.
Dat die padvindersbeweging zo breed aansloeg, is niet zo vreemd. Kinderen werden langzaamaan gezien als eigenstandigde wezens, meer dan het verlengstuk van ouders, familie en gezin. Kinderarbeid was al een kwarteeuw eerder afgeschaft, maar kreeg met de invoering van de leerplicht in 1901 pas echt handjes en voetjes. Voor die tijd nam men een loopje met dat verbod, nu was er geen ontkomen meer aan.
Verheffing van het volk, emancipatiebewegingen, mondige arbeiders, een einde aan de klasse-indeling waaraan nauwelijks te ontsnappen viel: het begon allemaal bij onderwijs, bij gelijke kansen en vorming van kinderen. Of: bildung, in termen van het holistisch-filosofische mensbeeld dat in de 19e eeuw ontstond.
Tel daar bij op dat er ruimte kwam voor vrije tijd en dat verreweg de meeste Nederlandse kinderen nooit meer van de wereld zagen dan hun eigen wijk of dorp, en je kunt je alles voorstellen bij de populariteit van die nieuwe jongerenbeweging. Kampeer- en trektochten in het hele land, als het een beetje meezat een jamboree in een ver buitenland.
Lees verder onder de afbeelding.
De Enschedese MuseumFabriek heeft een padvinderstas in collectie met een embleem van die wereldwijde padvindersontmoeting van 1937 in Vogelenzang, Nederland. Ernaast een embleem dat ‘Praha’ vermeldt. Dat moet een herinnering zijn. Deze Hengelose kabouter (of was ze toen verkenner?) is in Praag geweest. Tsjechoslowakije. De stad die het centrum van de Habsburgse macht was geweest. Dat zullen niet veel Tukkers uit die tijd haar hebben nagezegd.
Aanvankelijk was die padvinderij egalitair. Voor jongens, dan. De spellen in de natuur waren voor meisjes wat te ruig en niet gepast, vond men. In 1911 werd de Meisjes-Gezellen-Vereeniging opgericht, waaruit een meisjesafdeling ontstond: de Padvindsters. Maar verder werd er geen onderscheid gemaakt, heel anders dan gebruikelijk in het sterk verzuilde Nederland. Sociale klasse of huidskleur deden er evenmin toe.
Dat egalitaire van de padvinderij hield niet helemaal stand; begin jaren 30 ontstond er gedoe over de belofte die aspirant-padvinders moesten afleggen. Die kwam er op neer dat zij beloofden hun plicht te doen tegenover God en hun land. Dat ‘land’ ging nog, maar voor niet-belijdende padvinders was dat ‘God’ een brug te ver.
De Brit Robert Baden-Powell diende in Zuid-Afrika als luitenant-generaal in het Britse leger dat vocht tegen de Boeren, veelal afstammelingen van Nederlandse pioniers die onafhankelijkheid nastreefden (1880 - 1902). Hij raakte onder de indruk van de jonge Afrikaners die tijdens die oorlog als verkenner actief waren. Bij die knapen vergeleken waren Britse jongens bleekneusjes.
Terug in het VK richtte hij een jeugdbeweging op: jongens trokken in groepen de natuur in en leerden vuur maken, bruggen bouwen, koken, seinen en meer van dat soort vaardigheden. Het idee: die Britse knapen moesten even zelfredzaam worden als die Afrikaner verkenners. Alle Britse knapen; sociale klasse, status of huidskleur deden er niet toe.
Baden-Powell’s padvindershandboek wordt vertaald en bewerkt door luitenant der cavalerie W.J. van Hoytema en Op, Hollandsche jongens, naar buiten! is vanaf 1910 de bijbel voor Nederlandse padvinders. En van Kwik, Kwek en Kwak, natuurlijk. Ook de Nederlandse tak telt een paar jaar later al tienduizenden leden.
Het leidde tot een scheiding met Babylonische trekjes: een aantal padvindersgroepen splitste zich af van de NPV (Nederlandsche Padvinders) en vormde de nieuwe PVN (Padvinders Vereeniging Nederland). Eind jaren 30 leken de scherven gelijmd en werd een fusie aangekondigd. De Tweede Wereldoorlog gooide roet in dat eten.
In diezelfde periode (1938) besloot de rooms-katholieke kerkleiding dat haar schaapjes niet langer blootgesteld kunnen worden aan een club die niet door louter katholieken wordt geleid. Rooms-katholieke padvinders trokken voortaan als Katholieke Verkenners de bossen in. Ook in Twente.
De MuseumFabriek kreeg onlangs een jubileumdoekje dat herinnert aan het eerste lustrum van een Glanerbrugse afdeling van die katholieke padvinderstak.
Lees verder onder de afbeelding.
De verzuiling kreeg vat op padvindersland, al viel het daar nog mee. Van vrijzinnige, socialistische, communistische, antroposofische of humanistische organisaties is het nooit gekomen.
De Duitse bezetter zag de padvinderij als een Britse propagandaclub en gelastte een fusie met de Nederlandse Jeugdstorm, de jongerentak van de NSB. Daar hadden die padvinders geen trek in en de hele beweging werd verboden (al gingen veel lokale activiteiten gewoon stiekem door).
Het duurde tot 1973 voordat alle Nederlandse padvinderskoepels opgingen in één landelijke organisatie, die tot op de dag van vandaag bestaat: Scouting Nederland.
Elke week lichten collectiebeheerder Edwin Plokker en 1Twente-verslaggever Ernst Bergboer een object uit het depot van de Enschedese MuseumFabriek. Dat depot is een verhalen-kabinet: al die objecten vertellen stukjes Twentse geschiedenis - oeroud èn kakelvers. Meer zien en lezen? In het dossier op de website van 1Twente vind je alle afleveringen die tot nu toe verschenen zijn.