Verkeer
Stuur appje
Zoek

Heibel om een hielbeentje: ‘Herbegraven’, maar op grond waarvan precies?

Olaf Visscher - Willy Berends - de Espoort
Olaf Visscher (links) en Willy Berends op begraafplaats de Espoort.
Beeld: Ernst Bergboer

Enschedeërs en amateur-streekhistorici Willy Berends en Olaf Visscher vonden een hielbeentje, vermoedelijk van een van de eerste christenen in de stad. Onder de vloer van de Grote Kerk. Illegaal, stelt streek- en provinciaal archeologiecentrum het Oversticht. Met als advies aan het stadsbestuur om het botje te begraven op een geheime plek op de Oosterbegraafplaats. Maar hoe steekhoudend is dat advies?

Dat advies van het Oversticht stoelt op drie pijlers: het zou om een contextloze en illegale vondst gaan, en voor vondsten van menselijke overblijfselen gelden speciale regels: opgraven ervan is zoiets als grafschennis. Maar op die argumenten valt wel wat af te dingen.

‘Dom en arrogant’

Zo riep streektaalgoeroe Goaitsen van der Vliet de Oudheidkamer Twente op zich hard te maken voor behoud en onderzoek van dat botje. Namens ‘heel veel andere belangstellenden’, schrijft hij aan de cultuurbewaarder van de regio. ‘Nu dat hielbeentje alsnog verdonkeremanen is een onherstelbare fout’, meent Van der Vliet. Hij voegt daar ‘dom en arrogant’ aan toe. 'Dat botje is van iedereen'.

Onderzoek!

Dat vinden ook Berends en Visscher. In een schriftelijke reactie: 'We zijn diep teleurgesteld en voelen ons genaaid. Dit botje is niet van ons, niet van het Oversticht, maar van de stad'.

Dat zit zo. Een eeuw geleden werden onder de kerk 23 graven geruimd. Door de grondleggers van die Oudheidkamer Twente, Ko van Deinse en Jan Herman van Heek. De gevonden beenderen, afkomstig van de eerste christenen in de stad, werden daarna herbegraven op een onbekende plek op de Espoort, het oudste kerkhof van de stad.

“Men kan de primitieve kerk … wel omstreeks het jaar 1000 stellen”

Van die vroeg-christelijke geschiedenis van Enschede is nauwelijks iets bekend; de stadsarchieven gingen goeddeels verloren tijdens de stadsbrand van 1862. Die graven en beenderen lichten allicht een stukje van die historische sluier op. Maar ja… die botten zijn spoorloos. Op ééntje na, misschien: dat hielbeentje dat Berends en Visscher vonden.

Enschedeërs hebben ‘recht op enig herstel van de historische fouten’ van een eeuw geleden, vindt Van der Vliet. Dat botje zou bewaard moeten worden. Tot het belang ervan bekend is. Onderzoek, dus.

Een contextloze vondst?

Het Oversticht stelt in haar advies aan cultuurwethouder Malkis Jajan dat het hier gaat om een vondst zonder context, waar je wetenschappelijk niets mee kunt. Dat is wat kort door de bocht. Van Deinse wijdde een boekje aan de vondst van de graven onder de Grote Kerk. Met een nauwkeurige beschrijving van de ligging van die graven en wat er werd aangetroffen - beenderen, resten van doodskisten, zwerfkeien waaruit de vloer en de muren van de grafkelder zijn opgetrokken - en een analyse van wat de graven kunnen zijn geweest.

Dat deed hij niet op eigen houtje, maar met de hele club prominenten, destijds de grondleggers van de Oudheidkamer Twente. En nadat de twee meest prominente archeologen van die tijd - J.H. Holwerda en A.E. van Giffen - werden ingevlogen. Van Deinse liet ook tekeningen en foto’s na van de vindplaats.

Lees verder onder de afbeelding.


  • opgravingen Grote Kerk - 1927
    Foto’s van de opgravingen van Van Deinse en Van Heek en het omslag van het boekje dat de eerste daarover schreef.
    Beeld: onbekend
  • opgravingen Grote Kerk - 1927
    Foto’s van de opgravingen van Van Deinse en Van Heek en het omslag van het boekje dat de eerste daarover schreef.
    Beeld: onbekend
  • opgravingen Grote Kerk - 1927
    Foto’s van de opgravingen van Van Deinse en Van Heek en het omslag van het boekje dat de eerste daarover schreef.
    Beeld: onbekend
  • Boekje Ko van Deinse - omslag
    Foto’s van de opgravingen van Van Deinse en Van Heek en het omslag van het boekje dat de eerste daarover schreef.
    Beeld: onbekend

De kans is groot dat het recent gevonden hielbeentje bij een van die 23 skeletten hoort. Ook dat lag tussen kleine houtresten, de vermoedelijke van een doodskist. Zo ‘contextloos’ was die vondst dus niet.

Een detector

Over de vraag of dit hielbeentje nu wel of niet illegaal is ‘opgegraven’, kun je twisten. Voor de vraag of het van historisch belang zou kunnen zijn, doet het er niet toe. Dit zijn de feiten over die opgraving, gebaseerd op herhaalde verklaringen van Berends en Visscher.

Berends deed al een aantal jaren onderzoek naar Germaanse heiligdommen in het hele Nedersaksische taalgebied in Nederland. Die liggen vaak onder of vlakbij kerken en zwerfkeien speelden op die plekken een centrale rol. Dat boekje van Van Deinse zette hem op het spoor van de ruimte onder de vloer van de Grote Kerk in Enschede.

Lees verder onder de afbeelding.


fragment boekje Van Deinse - opgravingen Grote Kerk - 1927
Fragment uit ‘De Grooten kerk der Ned. Hervormde Gemeente te Enschede’ van Ko van Deinse.
Beeld: Olaf Visscher | 1Twente

Die ruimte was in de vergetelheid geraakt. Net als het luik dat een eeuw geleden in de kerkvloer was gemaakt. Berends vond het en meldde dat bij het Oversticht en de gemeente. Het leidde niet tot nieuwsgierigheid, maar hij was wèl benieuwd. Berends dook verschillende keren onder de vloer van de kerk.

Tot Visscher vroeg of hij wel eens met een detector onder de vloer was geweest. Bij de eerste poging begon Visscher’s detector te piepen. Hij woelde in het bovenste laagje los zand en had een aantal gegoten spijkers en een botje in zijn hand. Een hielbeentje, bleek later. Eromheen stukjes hout, de vermoedelijke resten van doodskisten.

Botje of bordje

Hoe zich dit verhoudt tot de regels voor het zoeken naar cultureel erfgoed en of je dit als ‘opgraven’ moet beschouwen, is een vraag voor juristen. Belangrijker - vanuit publieksperspectief - is de vraag wat je met dat eenmaal gevonden botje doet.

Eerder dit jaar hebben Berends en Visscher het overgedragen aan Patrick Welman, de voorzitter van de Oudheidkamer Twente. Na advies van het Oversticht. Welman wist hoe zij aan dat botje waren gekomen en wilde weten of hij het met een gerust hart in ontvangst kon nemen. Dat kon.

Daarbij zou sprake zijn geweest van spraakverwarring, zo meldde Welman in een eerder telefoongesprek over de vondst. Het Oversticht zou ‘bordje’ hebben verstaan, toen Welman hen belde. Niet: ‘botje’. Dat maakt voor de vraag of de vondst al dan niet illegaal is geen verschil. Was dat vermeende bordje destijds niet illegaal, dan is dat botje het evenmin.

Voor de vraag wat je ermee doet, maakt het wel verschil. Een botje is stoffelijk overschot en dan gelden er strikte regels. Tentoonstellen mag niet zomaar, onderzoek evenmin. Daar moet een goede reden voor zijn. Het Oversticht vindt de basis voor onderzoek te smal, maar laat in haar afweging een aantal zaken buiten beschouwing.

Onderzoeken of niet onderzoeken…

Je kunt de vraag stellen wat er was gebeurd als er onder de Grote Kerk niet alleen een hielbeentje maar een heel skelet was gevonden. Met nog 22 andere. Laten liggen, is het huidige devies. Maar vast niet zonder enig onderzoek.

Nu zijn Van Deinse en Van Heek dat voor geweest. Die hebben hun vondst gedocumenteerd en de graven geruimd, onder begeleiding van de belangrijkste Nederlandse archeologen van hun tijd. Hadden ze niet moeten doen, kun je zeggen. Met de huidige technieken kunnen we veel meer onderzoeken. Nu liggen die botten ergens op de Espoort.

“Het laatste beetje bewaard gebleven informatie ... mag niet verloren gaan”

Behalve dat hielbeentje. Zeker is het niet, maar het zou zomaar bij één van die skeletten kunnen horen. Dat is - met de huidige technieken - eenvoudig te onderzoeken. Is het inderdaad zo’n duizend jaar oud? Dan kon het zomaar de sleutel zijn naar veel meer kennis over het vroeg-christelijke Enschede. Met een bodemscan moeten die beenderen op de Espoort ook te vinden zijn.

Ontbrekend puzzelstukje van 700 jaar geschiedenis?

Over de legaliteit van de vondst van Berends en Visscher valt te twisten. Maar dat is voor de vraag wat er nu mee moet gebeuren niet relevant. De context van die vondst is een stuk duidelijker dan je op grond van het advies van het Oversticht zou denken. Van grafschennis of verstoring van de bodem is geen sprake; ook daar waren Van Deinse en Van Heek de hedendaagse amateur-historici voor.

Willy Berends - Grote Kerk - kelder - grafkelder
Lees ook
Gevonden hielbeentje uit Enschedese Grote Kerk toch op geheime plek herbegraven?

Berends en Visscher hebben dat hielbeentje overgedragen met in het achterhoofd de 700ste verjaardag van Enschede. Een cadeau aan de stad: een mogelijk ontbrekend puzzelstukje in het verhaal van die zeven eeuwen. Maar dan moet het wel worden onderzocht. Dat is dan ook wat beiden van het stadsbestuur vragen: doe op z’n minst onderzoek naar de ouderdom.

Streektaaldeskundige Van der Vliet is dat met hen eens. ‘Illegaal verkregen of niet, het laatste beetje bewaard gebleven informatie uit de geruimde graven, wat het ook is en hoe weinig je er ook met enige zekerheid uit kunt concluderen (wat nog moet blijken), mag niet verloren gaan.’

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie?
Tip onze redactie via mail of telefoon. Deze vind je op onze contactpagina.