We schrijven 2023, amateurhistorici Olaf Visscher en Willy Berends stuiten onder de vloer van de Grote Kerk op een hielbeentje. Vermoedelijk afkomstig van één van de eerste Enschedese christenen die daar begraven werd. De vondst leidt tot opwinding en ophef; die kerk is een monument en dit geldt als een heuse opgraving. Verboden op die plek. Provinciaal ergfoedwaakhond Het Oversticht vindt nu dat het botje zonder verdere publiciteit moet worden herbegraven. Cultuurwethouder Malkis Jajan neemt dat advies over.
De opwinding over die vondst heeft alles te maken met een eerdere vondst op die plek. Bijna honderd jaar geleden werden daar de stoffelijke resten van 23 mensen aangetroffen. Ko van Deinse, de godfather van de Twentse streekhistorici, documenteerde die vondst. Jan Herman van Heek was projectleider. De gevonden botten werden weggehaald en begraven op de Espoort, de oudste dodenakker van de stad. Maar niemand weet precies waar.
Het botje dat Visscher en Berends vonden, is naar hun overtuiging een stukje in de puzzel van dat onbekende verhaal. Daar komt bij dat er weinig bekend is van heel die oudere geschiedenis van de stad. Bij de stadsbrand van 1862 ging het gemeentelijke archief verloren.
Bij die 23 onder de kerkvloer gevonden lijken gaat het vermoedelijk om de eerste christenen van de stad. Er werden resten van kisten aangetroffen, maar geen aardse bezittingen. Het gevonden botje is afkomstig van de onderste laag kisten. Mogelijk dus afkomstig van de eerste (en belangrijkste?) Enschedeër die daar een niet-heidense begrafenis kreeg. Een gouden kans op reconstructie van een stukje van die geschiedenis, de beide speurneuzen.
Er ontstond toch ophef en de gemeente wilde het hielbeentje op een geheime plek opnieuw begraven. Na raadsvragen over de kwestie, met name omdat het evengoed om een potentieel historische vondst gaat, kregen Visscher en Berends een uitnodiging voor een gesprek met een tweetal ambtenaren die over archeologie gaan.
Inmiddels was advies gevraagd aan Het Oversticht. Eind vorige maand lag dat er. In het kort: het gaat om een illegale opgraving, de context van de vondst is niet precies duidelijk en daarmee heeft nadere wetenschappelijk onderzoek geen zin. De uitkomst van zo’n onderzoek zou niet betrouwbaar genoeg zijn voor wetenschappelijk gebruik.
Tegen een andere optie - tentoonstellen - bestaan ethische bezwaren, zo oordeelt regio-archeoloog Eva Kaptein. Menselijke resten mogen wel worden tentoongesteld, maar alleen als daar wetenschappelijke of educatieve redenen voor zijn. En die resten mogen dan niet op illegale wijze verkregen zijn.
Omdat het botje niet reglementair is verkregen, vindt Het Oversticht dat de gemeente een verkeerd signaal afgeeft als er toch nader onderzoek of een expositie van zou komen. Overtreders van de Erfgoedwet zouden dan beloond worden.
Van het beloofde gesprek met de twee ambtenaren is het niet gekomen. Berends is des duivels. Wat hem betreft laat de gemeente een gouden kans liggen om een stukje Enschedese historie te reconstrueren. “Zijn ze nou helemaal gek?”
Dat de context verstoord zou zijn, wil er bij hem ook niet in. “Die grond is al helemaal verstoord, toen Van Deinse en Van Heek daar die opgravingen deden. Het is doodzonde dat die botten zoek zijn, en nu hebben we er waarschijnlijk een in handen.”
Dat hij en kompaan Visscher illegaal zouden hebben gehandeld, steekt hem al helemaal. “Hoezo, illegaal? We hebben helemaal niet gegraven. Even met de vingers door het zand gewoeld en toen vonden we dat botje. Stom toeval. Zijn ze nou helemaal gek? Ik wil het terug!”
De kwestie doet denken aan de rode jurk uit de Gouden Eeuw, die duikers in 2014 bij Texel vonden. Ook die vondst deed veel stof opwaaien. Om dezelfde reden: het ging ook daar om een illegale opgraving. Nu is het een topstuk in Museum Kaap Skil.