PVV-raadslid Harold Busschers stelde in mei van dit jaar vragen aan het Enschedese college over de vuurwerkramp. Aanleiding was een publicatie van 1Twente over grondonderhandelingen voorafgaand aan de rampdag en het brandweeroptreden tijdens de ramp. Het antwoord op die vragen slaat de plank op bijna alle fronten mis.
Strekking van dat artikel was dat de gemeente op 12 mei 2000, de dag voor de ramp, een motief voor sabotage verschafte en dat het optreden van de brandweer mede heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van brand tot ramp. Beide aspecten zijn nooit meegenomen in welk onderzoek naar de vuurwerkramp dan ook. In dit artikel nemen we de beantwoording van die vragen onder de loep.
Veel vragen zijn beantwoord met een verwijzing naar het eindrapport van de Commissie Onderzoek Vuurwerkramp, ‘Oosting’ in de volksmond. Dat rapport verscheen eind februari 2001, bijna een jaar na de ramp. Inmiddels is er bij een kwart eeuw verstreken waarin veel, heel veel nieuwe informatie boven water is gekomen. Dat gaat om - letterlijk - duizenden documenten.
Een heel aantal conclusies die Oosting destijds trok is achterhaald. Waaronder de belangrijkste: er zou bij SE Fireworks te zwaar en te veel vuurwerk hebben gelegen. Een lezing die nog altijd als vaststaand boven de markt hangt, maar er deugt weinig van. Het onderzoek van TNO/NFI waarop die conclusie werd gebaseerd, hangt van aannames aan elkaar; explosie-experts als Arief Dahoe en André van Dokkum spreken zelfs van wetenschapsfraude.
Er werd toegewerkt naar een conclusie die de overheid het beste uitkwam, stellen zij: niet de overheid had gefaald in handhaving en regelgeving, de eigenaren van het vuurwerkbedrijf hadden de regels overtreden. Geen wonder dat het mis ging.
Dat moest de lijn zijn. En blijven.
Maar het zijn niet alleen min of meer onbekende techneuten en specialisten die ergens vanuit de coulissen roepen dat ‘Oosting’ rammelt. Dat deed ook klokkenluider Paul van Buitenen in zijn review van mei 2000, die aanleiding was voor Kamervragen. Het leidde tot een onderzoek onder leiding van UT-professor René Torenvlied. Die leverde eind 2023 een rapport met als belangrijkste conclusie dat ook licht vuurwerk bij brand kan leiden tot een massa-explosie.
Ook daarmee staat dat ‘te zwaar en te veel’ van Oosting op de helling. Want, hoezo dan: te zwaar?
Overigens was die conclusie van Torenvlied niet nieuw; dat was al vastgesteld in 1991, na een massa-explosie in een vuurwerkbedrijf in Culemborg. Ook met licht consumentenvuurwerk. Die kennis is niet, of alleen selectief, meegenomen in het onderzoek en het rapport van Oosting. Net als wat destijds al bekend was over problemen met gevarenclassificaties van vuurwerk.
Anders gezegd: een verwijzing naar ‘Oosting’ alsof met dat onderzoek het laatste woord over de vuurwerkramp is gezegd, is op z’n zachtst gezegd ontwijkend, vaak onvolledig en soms platweg onjuist.
Het Enschedese college stelt in de beantwoording van die vragen dat er van een doofpot geen sprake is: alle betrokken ambtenaren zijn gehoord, hebben verklaringen afgelegd en onderzoekers de informatie gegeven waarom werd gevraagd. Ook dat wordt meermaals aangehaald als onderbouwing voor het antwoord op een vraag van Busschers.
En het klopt ook. Met één belangrijke kanttekening: zowel die verklaringen als de aangeleverde informatie waren onvolledig. Of ze zijn niet meegenomen in onderzoeksrapporten.
Lees verder onder de afbeelding.
De meest pijnlijke kwesties, die nadrukkelijk wezen op de rol van (ook Enschedese) overheden en overheidsdiensten bij de ramp, werden onder de pet gehouden. Decennialang. Bewust.
Het Enschedese college verwijst maar liefst 16 keer naar het eindrapport van de commissie Oosting. In antwoord op 14 inhoudelijke vragen. Meestal als belangrijkste onderbouwing en het eind van de discussie. Het is dan ook geen wonder dat het antwoord op bijna al die vragen tekortschiet.
In de volgende twee artikelen lichten we de belangrijkste missers in de beantwoording van het college toe. Die gaan over de grondonderhandelingen tussen de gemeente en oud-eigenaar van SE Fireworks Harm Smallenbroek en het optreden van de brandweer op 13 mei 2000, de dag van de ramp.
Over de vuurwerkramp doen allerlei, soms de meest wilde, verhalen de ronde. Dat is niet zo gek: er is veel verzwegen en dat leidt tot speculatie. Nog altijd. Voor veel Enschedeërs, maar ook anderen, is het boek daarom nog lang niet dicht.
1Twente zoekt in de grabbelton van verborgen verhalen en wilde theorieën naar de feiten. Al jaren. Wil je daar meer over weten? Neem dan eens een kijkje in het dossier op onze website.