De gemeente Almelo gaat in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechter over de, volgens het Stadstheater, te snel verbroken (duurzame) subsidierelatie. Daardoor moet het Stadstheater een aangekondigde civiele procedure tegen de gemeente voorlopig parkeren.
De gemeente stelt in een brief aan de raad voldoende aanknopingspunten en motieven te zien dat een hoger beroep kans van slagen heeft. ‘Bovendien wordt de juridische positie van de gemeente met een hoger beroep geborgd’.
Eerder werd de gemeente nog in het gelijk gesteld door de Raad van State over de gevolgde procedure. Die rammelde volgens het Stadstheater op technische punten van alle kanten. Over de zaak die nu loopt, zegt de woordvoerder dat het beroep inhoudelijk klip en klaar is en dat het Stadstheater de uitspraak daarom met vertrouwen tegemoet ziet.
Het Stadstheater spande deze zaak aan wegens de ‘van de ene op de andere dag gestopte subsidierelatie’. In de ogen van het Stadstheater ging het om een duurzame subsidierelatie, waarbij een navenante afbouwperiode hoort. De bestuursrechter ging daar in mee.
De gemeente gebruikt in de brief het argument dat ze met een hoger beroep haar juridische positie waarborgt. ”Dat is ook zo”, beaamt de woordvoerder van het Stadstheater, ”maar in feite hoopt men natuurlijk met dit hoger beroep een civiele procedure te voorkomen.”
Mocht die uiteindelijk toch tot de mogelijkheden behoren, dan kunnen personen onder ede worden gehoord. ”Dat ziet men liever niet gebeuren.”