Het is een gek verhaal, waarvan we ook niet alles weten. Eeuwenlang bracht de koster van de kerk in Altstätte elk jaar een houten mok naar Hof te Boekelo. Te voet. Drie uur heen, drie uur terug. Als je flink doorstapt. Maar waarom?
Die Altstätter koster vertrok om klokslag twaalf op de dag van Sint Maarten. Dat was voorgeschreven. Aangekomen bij Hof te Boekelo, kreeg hij een pint scharrebier en een boekweitpannenkoek. Als dank, of als versterking voor de terugtocht. Ook voorgeschreven. Ergens in de zestiende eeuw - wanneer precies weten we niet - deed hij dat voor het eerst.
De laatste beker-tocht vond plaats op 11 maart 1850. Helmich van Heek, op dat moment bijna drie decennia eigenaar van Hof te Boekelo, vond het welletjes. Hij had houten nappen genoeg en ook zijn pachtboeren waren voorzien. De laatste van die houten mokken ligt nu in het depot van de MuseumFabriek.
Die jaarlijkse mokkentocht vindt zijn oorsprong in een schenking van de heer van Hof te Boekelo aan de kerk in Altstätte. Dat ging om een geldbedrag en een stuk bos, waarmee het kerkbestuur zich van inkomsten kon voorzien. Die gekke wandeltocht naar Boekelo en terug was een tegenprestatie. Die beker een avondmaalsbeker of een belastingbeker; de lezingen daarover verschillen.
Elk jaar een nieuwe beker, gemaakt van hout uit dat bos. De duigen van eikenhout, de hoepels van het hout van een hazelaar. Zeven duim hoog, vijf duim breed. Ook dat was voorgeschreven. Te groot om een fijne drinkbeker te zijn, veel te klein om als vat te dienen. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat de tegenprestatie een praktisch nut diende.
Lees verder onder de afbeelding.
Hof te Boekelo moet er in de loop der eeuwen honderden hebben ontvangen. Het laatste exemplaar, dat door Ko van Deinse ergens van een boerenerf is geplukt en werd opgenomen in de collectie van de Oudheidkamer Twente, deed dienst als zoutvat.
De heer van Hof te Boekelo was geen kleine jongen. Dat ‘hof’ verraadt het al: een hof was een bestuurscentrum. In dit geval een havezate, een versterkte boerderij met een slotgracht. Halverwege de vijftiende eeuw gebouwd door Herman Ripperda, afkomstig uit een eeuwenoud adellijk geslacht met takken in Groningen, Gelderland, Overijssel, de oostflank van Duitsland, Oostenrijk, Spanje, Denemarken en Spanje.
De kleinzoon van Herman, baron Willem Ripperda, heer van Hengelo en zo nog wat streken en landerijen, was gevolmachtigd onderhandelaar bij de Vrede van Münster. Zijn handtekening prijkt dan ook onder het verdrag waarmee een eind kwam aan de tachtigjarige oorlog met Spanje en dat van Nederland een zelfstandige republiek maakte. Willem woonde hoofdzakelijk in Huis Hengelo, net als de andere nazaten van Herman, maar bezat Hof te Boekelo als buitenverblijf.
Lees verder onder de afbeelding.
Na Willem verarmde het geslacht Ripperda in rap tempo. Zoon Unico (je verzint het niet) bouwde al zoveel schulden op dat Hof te Boekelo na zijn overlijden verkocht moest worden. Na 1678 komt de hof in handen van verschillende eigenaren; halverwege de achttiende eeuw verbouwt één van hen het kasteel tot een landhuis met klokgevel.
Een halve eeuw later is er van Hof te Boekelo weinig meer over. De havezate bestaat niet meer, de slotgracht is gedempt, het huis vervallen en afgebroken.
In 1822 koopt Helmich van Heek een landgoed met een aantal pachtboerderijen en een ‘huisplaats’. Plus de adellijke rechten van het geslacht Ripperda, die verbonden bleven aan de plek. Denk dan vooral aan het jachtrecht. Daarmee zette Helmich - de vader van textieltycoon Gerrit Jan, die met zijn broers Van Heek & Co oprichtte - een trend. Hij was de eerste uit de opkomende textieladel die een landgoed verwierf.
Van de havezate Hof te Boekelo resten - behalve een handjevol tekeningen - alleen nog een groenglazen heupflesje en een windvaan in de vorm van een hert; met een beetje fantasie een hert dat ontkomt aan jagers. Op het flesje, vast door jagers gebruikt om verkleumde botten te warmen, prijkt eenzelfde hert.
Lees verder onder de afbeelding.
Welke eigenaar van de havezate de kerk in Altstätte geld en een stuk bos gaf, is onbekend. Dat geldt ook voor het moment waarop de koster van die kerk voor het eerst de tocht met de belasting- of avondmaalsbeker (of was het een bedelnap?) naar Boekelo ondernam. Waarom die tocht en de vervaardiging van die beker zo nauwgezet omschreven werden? Joost mag het weten.
Collectiebeheerder Edwin Plokker en 1Twente-verslaggever Ernst Bergboer lichten een object uit het depot van de Enschedese MuseumFabriek. Dat depot is een verhalen-kabinet: al die objecten vertellen stukjes Twentse geschiedenis - oeroud èn kakelvers. Meer zien en lezen? In het dossier op de website van 1Twente vind je alle, ruim 160, afleveringen die tot nu toe verschenen zijn.