In de synagoge van Enschede is donderdag de Twentse Razzia van 1941 herdacht. Precies 85 jaar geleden werden 105 Joodse mannen opgepakt en gedeporteerd naar concentratiekamp Mauthausen. Geen van hen keerde terug. Tijdens de herdenking staan hun levens en verhalen centraal. Leerlingen van de Prinseschool spelen ieder jaar een belangrijke rol in de bijeenkomst.
De synagoge zit deze donderdagmiddag vol. Er zijn zelfs niet genoeg programmaboekjes geprint, wordt hardop toegegeven vanaf het podium. “Zoveel mensen hadden we niet verwacht.”
Ook dit jaar is er een behoorlijke groep leerlingen van de naastgelegen Prinseschool aanwezig, zoals elke keer sinds 1992. Een aantal zal straks gedichten voordragen, anderen spreken hardop de namen van alle slachtoffers uit.
Lees verder onder de afbeelding.
Afgelopen tijd kregen de kinderen les van Holocaustoverlevende Bert Woudstra uit Enschede. Ook zijn vader - Frits Woudstra - werd tijdens de Twentse Razzia opgepakt en later in Mauthausen vermoord. “Ik vertel ze mijn verhaal. Probeer ze te leren niet te haten, maar lief te hebben.” Woudstra zelf moest als klein kind onderduiken op dertien verschillende adressen. Hij verloor tijdens de Holocaust 24 familieleden. Tijdens de lessen horen de kinderen ook dat acht leerlingen van hun eigen Prinseschool de oorlog niet overleefden. Het hadden klasgenoten kunnen zijn.
Op 13, 14 en 15 september 1941 worden 105 Joodse mannen uit verschillende Twentse plaatsen opgepakt en gedeporteerd naar Mauthausen: een vergeldingsactie, nadat een telefoonkabel van de Duitse Wehrmacht is doorgeknipt door het verzet. De opgepakte mannen hebben er niets mee te maken. Slachtoffers komen onder meer uit Almelo, Borne, Delden, Denekamp, Enschede, Goor, Haaksbergen, Hengelo en Oldenzaal. Het is de derde grote razzia in Nederland.
De leerlingen verwerkten wat ze hoorden in een gedicht. Charlie bijvoorbeeld. Hij leerde hoe het begon bij een telefoonkabel van de bezetter, die door het verzet werd doorgeknipt. “Toen zeiden de Duitsers: ‘Als nu niet wordt gezegd wie het heeft gedaan, worden alle Joodse mannen opgepakt.’” Tijdens de herdenking draagt hij op het podium een gedicht voor. Afsluitende zin: ‘Niemand kwam ooit nog vrij. Hun leven was zomaar voorbij.’
Volgens herdenkingscomité-lid Frank Overweg speelt onderwijs een belangrijke rol bij het tegengaan van antisemitisme. “Onwetendheid is een grote boosdoener. Door kinderen al op jonge leeftijd kennis te laten maken met de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en de jodenvervolging kunnen we veel van die onwetendheid weghalen. Daardoor ontstaat begrip voor elkaar.”
Tegelijkertijd waarschuwt opperrabbijn Binyomin Jacobs vanaf het podium dat de Razzia-herdenking niet mag worden ‘gedegradeerd’ tot educatief project. “En ook niet tot politiek spel. Het gaat om herdenken en herinneren.”
Herinneren. Dat doet ook Gerben Post in de samenkomst. Hij is auteur van het boek Laat varen alle hoop, over Nederlandse gevangenen in Mauthausen. Post licht een aantal Twentenaren uit die werden weggevoerd tijdens de razzia. Zoals Johan Spanjaard uit Borne. “Hij was bouwkundig ingenieur en directeur van een textielfabriek. En stond bekend als vriendelijke en gulle man.” Of de broers Samuel en Willy de Lange. “Samuel werd op 8 oktober vermoord. Willy wist dat, maar leefde daarna nog enkele weken in zware omstandigheden en angst. Tot ook hij werd omgebracht.”
Post wil ermee zeggen dat de mannen meer zijn dan een geregistreerd slachtoffer van de razzia. Dat ze een leven hadden voor die tijd en ook in het kamp gruwelen meemaakten. Hij legt uit dat ‘weten’ niet hetzelfde is als ‘herinneren’. “Weten is weten dat 105 mannen werden gedeporteerd, herinneren betekent begrijpen wat het betekent voor een man om daar te staan. Weten is weten dat Johan Spanjaard op 27 september 1941 werd vermoord, herinneren betekent ook weten wie hij was vóór die datum. Weten is weten dat Samuel de Lange op 8 oktober werd vermoord en zijn broer Wilhelm op 19 oktober, herinneren betekent beseffen dat er herinneringen tussen aankomst en dood lagen waarin zij nog leefden.”
Tussen de verhalen en gedichten door is er muziek van de beroemde Oostenrijkse operazanger Daniel Johannsen, die op wonderlijke wijze bij de bijeenkomst terechtkwam. “De NS heeft in de oorlog veel fout gedaan, maar hierin heeft de NS veel betekent.” Fleur Woudstra, nichtje van, legt voorafgaand aan het eerste optreden uit hoe ze Johansson ontmoette. “Ik had een dagkaartje en bood dat aan in een advertentie. Hij reageerde daarop, vertelde dat hij naar Groningen moest voor de Matthaus Passion. Hij gaf mij een concertkaartje, in ruil voor mijn treinkaart. Daaruit ontstond een vriendschap.”
Lees verder onder de afbeelding.
Ze ziet het als ingrijpen van een hogere macht. “Ik had het altijd erg moeilijk met de rol van Oostenrijkers in de oorlog. Maar hij heeft mijn hart verwarmd.” Toen de tenor uit Wenen hoorde dat in Enschede de razzia zou worden herinnerd, liet hij weten graag te komen. “En gratis.” Johanssen zingt tijdens de herdenking drie liederen, ieder even aangrijpend.
De bijeenkomst wordt traditioneel afgesloten met het leggen van kransen door vertegenwoordigers van organisaties en overheden. Ook hier: samen met de kinderen.