De coronaperiode ligt achter ons, maar niet voor alle ondernemers voelt dat zo. Zo kreeg de horeca zware klappen. Sommige zaken kampen nog altijd met hoge schulden en personeel dat in die tijd overstapte naar andere sectoren, zoals de zorg. Dit is deel 3 in de serie over de coronaperiode en de gevolgen daarvan voor mensen in deze regio.
"Er is heel veel verdriet geweest achter de voordeur in die tijd. Het was allemaal één drama", vertelt Berto Mulder, voorzitter van Koninklijke Horeca Nederland afdeling Hengelo. Daardoor denken ondernemers volgens Mulder niet graag terug aan de pandemie.
Omdat de horeca dicht moest, viel een groot deel van de inkomsten weg. Dat zorgde voor veel onzekerheid. Het personeel moest worden betaald, net als de hypotheek en andere vaste lasten. Dat heeft volgens Mulder voor veel stress gezorgd. "Op een gegeven moment is er geen geld meer. Hoe moet je dat dan oplossen? Toen begon de paniek aardig toe te slaan."
Corona. Het virus overviel ons in 2020 en hield de samenleving twee jaar in de greep. Door de lockdown en een avondklok viel het leven stil. Inmiddels hebben we de draad weer opgepakt en kijken we liefst niet terug. Toch is dat wat de parlementaire enquêtecommissie in Den Haag nu juist wel doet. In vijftig verhoren met deskundigen en bewindslieden onderzoekt de commissie welke lessen we kunnen leren uit de coronaperiode. Voor RTV Oost, 1Twente en 1Zwolle aanleiding om uit te zoeken wat corona deed met de Overijsselse samenleving en welke gevolgen daarvan zes jaar later nog merkbaar zijn.
Vandaag: de horeca
Vlak voordat de pandemie begon, stond Mulder op het punt zijn horecazaak in Hengelo te verkopen. Door de crisis ging dat niet door. "Die koper zei: 'Ik durf het niet meer.' Dat heb ik hem ook niet kwalijk genomen. Ik heb dat geaccepteerd en ben zelf verdergegaan", vertelt Mulder.
Kort na de pandemie wist hij zijn zaak alsnog te verkopen. Zelf ondervond hij weinig financiële gevolgen van de crisis. Omdat hij al zo'n veertig jaar ondernemer was, had hij voldoende reserves om de financiële klappen op te vangen.
Niet iedere ondernemer had zo'n buffer. Daarom stelde de overheid verschillende steunpakketten beschikbaar. Zo was er de NOW-regeling, die omzetverlies compenseerde. Daarnaast waren er de TOGS (Tegemoetkoming schade COVID-19) en later de TVL (Tegemoetkoming Vaste Lasten), waarmee ondernemers hun vaste lasten konden betalen. Ook konden zij uitstel krijgen voor het betalen van belastingen.
Van alle bedrijfstakken maakte de horeca het meeste gebruik van overheidssteun. Volgens cijfers van het CBS stegen het aantal faillissementen, bedrijfsopheffingen en werklozen in de sector in 2020 daardoor slechts tijdelijk en niet heel hard. Wel kromp de sector in 2020 het hardst van alle sectoren: niemand pakte nog een terrasje.
Het handelen van de overheid heeft volgens Mulder een flinke deuk geslagen in het vertrouwen van ondernemers: "Omdat de mensen die geld hebben gehad dat terug moeten betalen. Hoe ze daar nu bovenop springen en hoe moeilijk ze het die mensen maken, dat vind ik erg. Ondernemers weten niet hoe ze aan dat geld moeten komen."
Mulder verwacht niet dat er bij een volgende crisis anders zal worden gehandeld: "Dan staan er weer mensen aan het roer die nog nooit ondernemer zijn geweest en geen idee hebben wat wij doormaken. Daar gaat het al mis."
Om de situatie voor ondernemers financieel draaglijker te maken, kwam Mulder met het idee om horecapersoneel tijdelijk in de zorg te laten werken. Daardoor kwam de financiële last niet meer bij de ondernemer te liggen, maar betaalde de zorg het salaris.
"Het enige wat jammer is, is dat wij daardoor wel wat personeelsleden zijn verloren", zegt Mulder. "Maar het idee was fantastisch en het werkte op dat moment geweldig."
Mulder denkt met een glimlach terug aan vaste klanten, die hem in de coronaperiode belden: "Ik ben weleens gebeld met de vraag of ik een een biertje wilde drinken bij iemand thuis, in plaats van dat ze bij mij een biertje kwamen drinken. Tijdens de pandemie hebben die mensen ons er emotioneel doorheen gesleept."
Inmiddels zitten de terrassen en restaurants weer vol en draait de horeca weer op volle toeren. Na de pandemie zijn zelfs nieuwe bedrijven gestart. "Dat is toch een teken dat er nog vertrouwen is in de sector."
Engelbert Borkent (63) was in de coronaperiode eigenaar van cafetaria Toon's Eten in de Hengelose wijk Woolde. Hij blikt terug op het moment dat bekend werd gemaakt dat de horeca per direct de deuren moest sluiten. “Mijn wereld stortte in toen ik dat hoorde. Ik dacht: ik ben failliet, ik ben kapot, dit komt nooit meer goed.” Later werden de maatregelen versoepeld en konden klanten onder voorwaarden weer terecht bij de cafetaria. Het personeel kreeg zijn eigen mondkapje: "We werkten met kleurcodes om de mondkapjes uit elkaar te houden en na gebruik gingen ze in de was.” Ook hield het personeel onderling afstand en werd scherp gelet op de gezondheid van medewerkers. “Had je corona gehad, dan moest je eerst goed uitzieken, voordat je weer aan het werk mocht.” Engelbert en zijn vrouw Charlotte lieten zich vaccineren om zichzelf en de mensen om hen heen te beschermen: “We hebben het met z'n allen goed opgepakt. Samen sloegen we ons erdoorheen en namen we de maatregelen serieus.” De zaak heeft de pandemie overleefd: “We hadden het geluk dat we vlak daarvoor al waren begonnen met bezorgen. Daarnaast konden klanten hun bestellingen op gepaste afstand afhalen." Medio 2025 sloot de cafetaria haar deuren, maar dat had niets te maken met de gevolgen van corona. De twee wilden niet langer ondernemen, maar 'gewoon in loondienst werken en af en toe lekker op reis kunnen'.