Hij tekende vooral Twentse ‘gebruiksgebouwen’, zeg: boerderijen. Met het oog van een architect, die regionale bouwstijlen koesterde. Maar zijn werk blijkt veel gevarieerder. Bijna alle 2.000 werken die Jan Jans (1893 - 1963) maakte zijn sinds woensdag ondergebracht bij de Enschedese MuseumFabriek.
Die MuseumFabriek had al zo’n 350 tekeningen van Jans in beheer. Ooit, in crisistijd, aangekocht door Hendrik Jan van Heek en opgenomen in de collectie van Rijksmuseum Twenthe, waarvan Van Heek oprichter en directeur was. Daarna opgenomen in de collectie van de Oudheidkamer, die beheerd wordt door de MuseumFabriek.
Van Heek selecteerde 350 werken die de filosofie van Jans weerspiegelen. De geboren Almeloër documenteerde streekeigen bouwstijlen. Als de architect die hij was, beïnvloed door het werk en denken van Berlage, met een scherp oog voor detail. En de bedoeling die typisch Twentse bouwwijze te eren en in stand te houden. Die vertelt iets over de Tukkers, over hun geschiedenis, hun manier van leven.
Precies dat was hoogstwaarschijnlijk de reden voor Van Heek om werk van de Almelose architect op te nemen in de collectie van ‘zijn’ Rijksmuseum.
De rest van het werk van Jans - zo’n 1.700 tekeningen, houtsnedes en schilderijen - werd opgeslagen in het Almelose stadhuis. Tot de nieuwbouw, daar. Bij gebrek aan plek èn een geschikt adres in Twente, werd het overgeheveld naar het Historisch Centrum Overijssel. De MuseumFabriek, die al 350 tekeningen in collectie had, werd over het hoofd gezien. Bewust of onbewust.
Over die 350 tekeningen - en de nalatenschap van Jans - maakte 1Twente enkele jaren geleden een aflevering in de cultuurhistorische serie ‘In Depot’.
De werken die nu zijn overgedragen zijn en blijven eigendom van de door vrienden van Jans opgerichte stichting. Op zijn verzoek. Kleinzoon Wieger Jans nam een jaar of zes geleden contact op met die stichting met het idee het hele oeuvre van zijn grootvader onder te brengen op één plek.
Behalve 1.700 tekeningen zijn woensdag ook 1.400 foto’s en een aantal voorwerpen in bruikleen van de MuseumFabriek gegeven.
Wieger (29) kijkt om zich heen, naar opgestapelde archiefdozen in de quarantaineruimte van het museum in Roombeek. Alle objecten die nieuw in de collectie komen, gaan eerst een paar weken in quarantaine. “Ik ben er sinds 2021 mee bezig geweest. Heel blij dat het nu hier staat.” Het is niet dat hij van jongs af opgroeide met de verhalen of nalatenschap van zijn opa. Dat begon zes, zeven jaar geleden.
“Mijn vader overleed jong, en daarmee ook de verhalen over mijn grootvader.” Dat grootvader Jans vroeg of laat in beeld zou komen, was bijna onvermijdelijk. Het denken over de bouwkunst van de architect-kunstenaar kreeg veel bijval en navolging. Jans vond de landelijke bouwkunst ‘het volkslied van de architectuur’. En bij het volk moest je wezen; dat was weliswaar een speelbal van de vooruitgang, maar daar vond je ook nog iets dat oorspronkelijk was.
Lees verder onder de afbeelding.
De samenleving - zeker in Twente - industrialiseerde en werd modern. De eenvoud en rust van het platteland maakten plaats voor verstedelijking, massaproductie en snelheid. Jans koesterde dat platteland en wilde de waarden ervan vasthouden. Letterlijk: in de bouwkunst van de toekomst. Een visie die volgens kenners entte op die van Berlage, één van Jans’ leermeesters.
Wieger raakte geïntrigeerd, las de biografie over zijn grootvader en werd gegrepen. Hij kende de Atlas van Ooit, het online platform waarop de MuseumFabriek de verhalen vertelt van objecten uit de collectie van het museum. En daarmee het verhaal van Twente. “Dat was de logische plek, vond ik.” Hij nam contact op met de Jan Jans Stichting, de rest is geschiedenis, sinds woensdag.
Edwin Plokker, beheerder van dat verhalenkabinet in het depot van de MuseumFabriek, is blij met de overdracht. “Het bijzondere aan Jans is dat hij bij elke tekening noteerde waar hij die maakte. Dat betekent dat we de Atlas van Ooit in elk geval flink kunnen uitbreiden.”
En dat zijn niet alleen verhalen over Twentse bouwkunst. Jans, die aan de wieg stond van de latere AKI, raakte in zijn werk ook heel andere thema’s aan. Hij tekende en schilderde landschappen, portretten, spotprenten en naakten. Legde de vinger op maatschappelijke misstanden: fabrieks- en landarbeiders aan wie je zag dat ze zich afbeulden maar amper het hoofd boven water konden houden.
Ook de stijl van het werk van de Almelose architect-tekenaar is veelzijdiger dan gedacht. Sommige portretten zijn een stuk verfijnder dan de tekeningen die het museum al kende. Andere werken, waaronder hout- en linoleumsnedes, ronduit impressionistisch. Hier en daar een werk in kleur dat aan Van Gogh doet denken.
Lees verder onder de afbeelding.
“Het zijn goede werken”, vindt Wieger. “Maar onbekender. En we willen die toegankelijker maken.” Plokker ziet mogelijkheden. Ook voor een overzichtstentoonstelling. “Aanvankelijk dacht ik: niet met honderden tekeningen van boerderijen. Maar dat het zo veelzijdig was, wist ik niet. We moeten dit eerst goed inventariseren, maar hier zitten een hoop verhalen in.”