Hoe kan het dat inwoners van Hengelo zich onveiliger voelen, terwijl de geregistreerde criminaliteit in de stad juist daalt? Die vraag kwam dinsdag aan de orde tijdens een bijeenkomst met de gemeenteraad over de jaarrekening. Daarin werd een toelichting gegeven op de resultaten die de gemeente heeft geboekt op allerlei vlakken en konden raadsleden vragen stellen. Daarbij kwam ook het thema 'veiligheid' aan de orde.
Burgemeester en portefeuillehouder Sander Schelberg ging in op vragen over het gevoel van onveiligheid dat inwoners kunnen hebben.
Glenn Dedecker van de partij ANDERS! vroeg zich af waarom de inspanningen op het gebied van handhaving kennelijk onvoldoende effect hebben op de beleving van de burger en of inzichtelijk gemaakt kan worden waar de stijging van het onveiligheidsgevoel vandaan komt.
Schelberg erkent dat het veiligheidsgevoel onder druk staat, maar benadrukt dat dit niet één-op-één is terug te voeren op de geregistreerde criminaliteit. Hij zegt dat dit een trend is die ook landelijk speelt.
De burgemeester noemt het verschil tussen cijfers en gevoel 'ongrijpbaar'. Ook wijst hij op de opkomst van babbeltrucs door nepagenten, als voorbeeld van een vorm van criminaliteit die veel impact heeft op het veiligheidsgevoel van inwoners.
Vorig jaar voelde 41 procent van de inwoners zich onveilig in de eigen buurt, tegenover 33 procent een jaar eerder, blijkt uit de jaarstukken. Tegelijkertijd daalde de geregistreerde criminaliteit in de stad licht. In 2025 werden 2.292 misdrijven geregistreerd, 36 minder dan een jaar eerder. Het aantal winkeldiefstallen in Hengelo nam af van 2,4 naar 1,9 per 1.000 inwoners.
Ook het aantal vernielingen en beschadigingen in de openbare ruimte daalde van 5,9 naar 5,4 per 1.000 inwoners. Het aantal geweldsmisdrijven bleef met 4,6 gevallen per 1.000 inwoners gelijk.
Een voorbeeld van een geweldsmisdrijf dat impact heeft op het veiligheidsgevoel van inwoners in een wijk is de schietpartij in Klein Driene vorige week. Daarbij raakten twee mensen gewond bij een ripdeal. De vermoedelijke daders werden snel door de politie opgespoord en opgepakt.
Schelberg zegt te balen van de invloed die zo'n incident heeft: “Natuurlijk gaat het tijden kosten om het veiligheidsgevoel weer een paar streepjes verder te krijgen, maar dat is wel een aanpak die we hebben.”
Hoe die aanpak eruitziet verschilt. Daar ligt geen draaiboek voor klaar. Schelberg geeft als voorbeeld een brand in een appartementencomplex, veroorzaakt door iemand die het plan had om op zijn balkon te gaan barbecueën. “Reken maar dat de rest van de flat daarna enige tijd een gevoel van onveiligheid ervaart. Nou, dan gaan we een paar weken daarna met die bewoners in gesprek.”
De burgemeester haalde ook drugsgebruik aan en wees op dit vlak op de maatschappelijke verantwoordelijkheid van eenieder. “Ik denk dat driekwart van deze zaal denkt dat wiet legaal is. Nou, dat is niet zo, laat staan dat wietplantjes in een huis legaal zijn. Dat is ook niet zo.” Opvallend was ook de rol die hij toedichtte aan sociale media. Volgens Schelberg dragen die platforms bij aan onveiligheidsgevoelens. Dat zou volgens hem ook blijken uit onderzoek.
Raadslid Brian Geertshuis (FVD) wilde van de burgemeester weten of recente zware incidenten met elkaar samenhangen. Daarbij haalde hij eerdere gebeurtenissen in de stad aan, waaronder een mishandeling bij een basisschool en overlast bij winkelcentrum Hasselo.
“De afgelopen week was het weer hommeles met een schietpartij en een auto die uitbrandde in Groot Driene. U heeft aangegeven dat het inderdaad allemaal incidenten zijn, maar kunt u dat nog steeds bevestigen of hebben we gewoon te maken met bepaalde dadergroepen, die hiervoor verantwoordelijk zijn?”
Schelberg reageerde fel: “Ik kan met mijn hand op mijn hart zeggen dat het incidenten zijn die niets met elkaar te maken hebben. Het is ook een verantwoordelijkheid van raadsleden individueel om niet die suggestie te wekken, want ook dat voedt alleen maar gevoelens van onveiligheid.” Geertshuis wierp vervolgens tegen dat hij geen zaken suggereerde, maar slechts vragen stelde.
Aan het einde van het debat kwam het verbeteren van de weerbaarheid van inwoners aan bod. Schelberg noemt dit nadrukkelijk als een van de grootste integrale opgaven voor het nieuwe college. Daarbij gaat het niet alleen om veiligheid, maar ook om onderwijs, sociale samenhang, bedrijfsvoering en de rol van wijkcentra en verenigingen.