Stichting Patrijs van West-Twente adviseert dringend om bermen en perceelranden deze zomer niet voor half juli te maaien. Het maaien in deze periode heeft vaak gevolgen voor de patrijs, omdat nesten en kuikens verloren gaan en broedende hennen kunnen worden gedood. De stichting roept daarom op tot extra voorzichtigheid om de kwetsbare vogelpopulatie in de regio te beschermen.
Patrijzen beginnen relatief laat met broeden, vaak in de maanden mei en juni en soms zelfs nog in juli. Wanneer een eerste nest verloren gaat door maaiwerkzaamheden, volgt er vaak een tweede legsel waardoor er tot ver in de zomer kuikens kunnen uitkomen.
Stichting Patrijs van West-Twente zet zich in voor het behoud van de patrijs in de gemeenten Hellendoorn, Rijssen-Holten en Wierden. De stichting werkt actief aan biotoopverbetering, onder meer door het inzaaien van ruigteranden die de patrijzen voorzien van voedsel, dekking en rust. Dit werk gebeurt in nauwe samenwerking met onder andere Wildbeheereenheid West-Twente.
De stichting maakt zich zorgen over de toekomst van de patrijs in de regio. Deze kenmerkende boerenlandvogel heeft het moeilijk door veranderingen in het agrarische landschap. De overlevingskansen van de vogel hangen sterk samen met de inrichting van het land. Veilige broedplaatsen en voldoende voedsel voor de kuikens zijn hierbij cruciaal.
In het huidige agrarische gebied zijn deze omstandigheden schaars. Geschikte plekken zijn vaak alleen nog te vinden in randen, hoekjes en perceelgrenzen. Bermen langs wegen vormen daardoor de laatste locaties waar de patrijs kan broeden. Juist in de zomermaanden zijn de omstandigheden in deze bermen en slootkanten optimaal. De begroeiing zit vol met insecten zoals bladluizen, die het essentiële voedsel voor de kuikens vormen.