De Wildbeheereenheid “West-Twente” zet faunadrones in om nesten van broedvogels en jonge dieren op landbouwgronden te beschermen tegen maaimachines. Met behulp van warmtebeeldcamera's op de drones sporen jagers en vrijwilligers de dieren op in het lange gras voordat de boer begint te maaien. Deze methode voorkomt dat jonge reekalfjes, hazen en weidevogels slachtoffer worden van de agrarische werkzaamheden in de regio.
“We zijn op dit moment bezig met het inzetten van faunadrones op landbouwgronden die gemaaid gaan worden”, vertelt Jan Kreijkes, van de Wildbeheereenheid, in de ochtendshow van Twente FM. “Met een faunadrone kunnen wij nesten opzoeken van vogels die broeien, jonge dieren opzoeken die in het lange gras liggen en die beschermen. Gelukkig hebben we drie drones en veel vrijwilligers die ons daarbij helpen.”
De Wildbeheereenheid “West-Twente” is een samenwerkingsverband van onder meer jagers die werkzaam zijn in het midden van Overijssel. Het totale werkgebied beslaat een oppervlakte van circa 17.000 hectare. Dit gebied omvat de gemeente Wierden, grote delen van de gemeenten Hellendoorn en Rijssen-Holten en specifieke delen van de gemeenten Almelo en Hof van Twente. Binnen deze regio zetten de leden zich in voor het beheer van de lokale fauna en de instandhouding van de natuur.
De organisatie bevindt zich na een paar jaar van leren en uitproberen in een fase van uitbreiding. “We bestaan nog maar een paar jaar met leren en uitproberen en het uitgebreiden gaat fantastisch”, aldus Kreijkes. Het plan is om de zoekacties gedurende de hele zomerperiode door te zetten. “We zijn begonnen met de eerste zoekacties op het bouwgrond. We gaan door tot ongeveer augustus.”
De jager en de grondgebruiker inventariseren vooraf waar de nesten en jonge dieren zich vermoedelijk bevinden. Deze data worden doorgegeven aan een aparte organisatie, die de exacte gegevens in een applicatiegroep plaatst. “Dan gaat het team vrijwilligers op pad. Dan gaat de faunadrone de lucht in op zo’n 35 meter hoogte en twee mensen gaan het veld in”, legt Kreijkes uit. “Vanaf 35 hoogte zie je alles wat op de grond is. Ook gebruiken we een warmtebeeld.” Om de kans op het vinden van wild zo groot mogelijk te maken, start de inspectie vroeg op de dag.
De inspecties op de Overijsselse landbouwgronden worden uitgevoerd door actieve werkgroepen in de verschillende gemeenten. Mensen met interesse, gevoel voor het platteland en belangstelling voor deze manier van faunabeheer kunnen zich aanmelden of informatie opvragen via het e-mailadres: [email protected]