Het publiek in de Museumfabriek staat bij wijze van spreken op de banken als de Troubadours in onvervalst Twents hun liederen aanheffen. Twentse gedichten van onder andere Enschedeër Willem Wilmink en Beckumer Theo Vossebeld vormen de basis en dirigent Frank Deiman maakt er muziek van. Het is een nieuwe richting die de twaalf Troubadours inslaan, ‘omdat het bij ons koor past’, meldt voorzitter Hans Herik.
Twaalf mannen en een dirigent. Een kleine vereniging die zich ten doel stelt mooi en vierstemmig te zingen. Een mannenkoor pur sang dat klassiek is geschoold en z’n hand niet omdraait voor Schubert, barbershops, Amerikaanse liederen en nu dus ook puur Twentse teksten zingt. Dat is op zich niet zo’n wonder, want alle leden van de club zijn Twentenaren die de Twentse taal machtig zijn. “Ze komen uit Enschede, Hengelo Nijverdal, Enter en Beuningen”, somt Herik op.
Gerrit Bellers schreef bijvoorbeeld de Twentse vertaling van een Bulgaars liedje en van het het Amerikaanse Summertime maakte Goaitsen van der Vliet Sommertied, dat de mannen al heel snel in het repertoire opnamen. “We willen overigens niet alleen in het Twents zingen, we hebben een heel breed repertoire.”
De Troubadours zijn als sinds 1933 actief in de stad. Het was dirigent Jan Heijmink Liesert die het ensemble begin jaren zeventig een kwalitatieve impuls gaf. De zangers werden zelfs in 2003 Nederlands Kampioen bij de kleine ensembles mannenkoren. “Tweederde is nog lid. We zijn ouder geworden, de gemiddelde leeftijd is hoog, maar er is veel zangervaring. Het zou mooi zijn als we kunnen groeien naar een ensemble van maximaal twintig mannen”, vertelt Herik die zelf ook al zestien jaar lid is van het gezelschap.
Nog steeds hebben leden zangles, zijn er zang- en coachtrajecten en worden nieuwe wegen ingeslagen met dirigent Frank Deiman en zijn vrouw Diet Gerritsen. Het plan is om volgend jaar een familieconcert te houden met uiteenlopen muzikale inbreng.
Niet iedereen kan zomaar lid worden van De Troubadours. “De dirigent toetst de kwaliteiten van kandidaatleden. En die moeten wel bij ons in de groep passen.” En als dat is gelukt, wordt er serieus wat van elkaar gevraagd. “Natuurlijk is er ook gezelligheid”, aldus Herik, want dat maakt ook dat de zangers nog steeds bij elkaar zijn.
Het afgelopen jaar werden twaalf uitvoeringen gegeven. Grote concerten in de Museumfabriek of Ontmoetingskerk die worden afgewisseld met ‘kleinere’ optredens in bijvoorbeeld de Viermarken. Dat is niet voor niets de plek waar de Troubadours elke woensdagavond repeteren. Dit jaar zijn ze op 25 oktober weer te beluisteren in de Museumfabriek, in juni tijdens de Week van de Amateurkunst en op 27 juni op de Open Dag van De Viermarken. Uiteraard met een blokje van de vijf Twentse liederen die ze inmiddels op hun repertoire hebben staan. “Zodat aan het eind van de avond iedereen goed naar huis kan gaan.”
Eén van de vijf Twentse liederen van De Troubadours die op muziek werd gezet door dirigent Frank Deiman.
Verleurn Leef
Ik schrief oe naam, in de iesbloomn op de roet-n, en met mien’ haandske boet-n in ’n snee, in ’n snee
En langs de koolde loch
Ik schrief oewn naam in mien oadem op ut raam, in mien oadem op ut raam, ut raam, oadem op ut, oadem op ut raam, ut raam, ut raam,
In’t bleuiselblad van mei en met ’t bloomnzoad dat ik zeai
In bloomn zoad, in bloomnzoad
Ik schrief oewn … naam, naam, oewn naam
Meer informatie over De Troubadours: detroubadours.nl