Het Wilhelmus, het Twentse Volkslied en You’ll Never Walk Alone galmen zaterdagmiddag over de Oude Markt in Enschede. Niet alleen vanuit het 131 jaar oude stadsorgel De Tukker, maar ook vanuit het carillon van de Grote Kerk. In duet. Want het is niet zomaar een concert: het is een afscheid. Na ruim zestig jaar krijgt het instrument een nieuw onderkomen in Terwolde.
Terwijl De Tukker zijn laatste melodieën laat horen, dansen leden van de Enschedese volksdansgroep De Krekkel voor het orgel. Hoog boven hen speelt stadsbeiaardier Esther Schopman mee vanaf de toren van de Grote Kerk.
Een gezamenlijk optreden van draaiorgel en carillon is bijzonder, maar tegelijkertijd ook een puzzel. De instrumenten spelen niet tegelijk. “Dat heeft te maken met het verschil in toonsoorten”, legt Schopman later uit. Daarom nemen het carillon en het draaiorgel om beurten de verschillende delen van de liederen voor hun rekening.
Lees verder onder de video.
Voortdurend blijven mensen staan om te luisteren. Orgelman Benno Molenkamp kijkt tevreden toe. Na jaren tevergeefs zoeken naar nieuwe bestuursleden en een toekomst voor het orgel in Enschede, komt er een einde aan een tijdperk. Maar verdrietig is de voorzitter van stichting Stadsorgel De Tukker allerminst.
“Het is meer een lach dan een traan”, zegt Molenkamp nadat hij eigenhandig de laatste keer het orgel heeft ingeklapt. “We hebben dit als afscheidsconcert aan Enschede kunnen geven. Ik ben vooral blij dat het orgel bij een jongere generatie terechtkomt en dat het op straat blijft komen.”
Die nieuwe generatie is de 31-jarige Johnny van Eijk uit Terwolde, kleinzoon van orgelbouwer Jan van Eijk. Zijn familie is al tientallen jaren verbonden aan De Tukker. Jan van Eijk hielp de stichting eind jaren zestig toen het draaiorgel in problemen kwam en werd later de vaste restaurateur. Ook Johnny kreeg het 'orgelvirus' en werkte mee aan de grote renovatie van De Tukker, enkele jaren geleden.
Voor hem is de overname dan ook geen toevallige aankoop, maar een voortzetting van een familieband met het instrument. “Het orgel is mij gegund. We kunnen het onderhouden en ervoor zorgen dat het blijft spelen, dus niet gaat dienen als museumstuk.”
De Tukker is oorspronkelijk gebouwd als kermisconcertorgel. Dat is volgens Van Eijk nog altijd te horen. “Deze orgels moesten vroeger boven het lawaai van de kermis uitkomen, toen er nog geen speakers waren. Daarom zijn ze harder en feller dan de meeste straatorgels.”
Lees verder onder de afbeelding.
Dat kermisleven zit ook in zijn eigen familiegeschiedenis verweven. Zijn overgrootouders trokken al met de kermis rond en hij reist zelf nog altijd met attracties door het land. In de winter werkt de jonge Van Eijk aan orgels en maakt hij onder meer de kartonnen muziekboeken waarmee de instrumenten worden aangestuurd.
Dat een jongere eigenaar het orgel overneemt, geeft ook Bertus Workel rust. De oud-secretaris stond sinds 1967 aan het roer van de stichting. Hij schudt Van Eijk de hand. “Er kan eigenlijk geen betere persoon zijn die het overneemt. Het is in zeer goede handen.”
Workel en Molenkamp begonnen destijds als twintigers zonder kennis van draaiorgels. Ze namen een stichting met een flinke schuld over en hielden het orgel tientallen jaren draaiende, zonder subsidie. “We zijn gewoon in het diepe gesprongen”, blikt Workel terug.
Molenkamp denkt met voldoening aan de vele optredens die volgden, de orgelconcoursen en de momenten waarop hij ouders met hun kinderen naar het orgel zag lopen. “Dat is de kracht. Die muziek maakt mensen vrolijk. Dat is het mooiste wat er is.”